Zij rode pilaren woest en recht
barbaarse wemelstad
godszieke ontwoekering
evenredig halfslachtig met de maan
barstend als de zon
haar gloed overweldigt me
door de ruit van mijn kameraard
gestorven in haar armen
haar eleusische velden snachts
als er gemoord wordt
mijn slaap was kristalzoet
Sunday, April 12, 2009
Sunday, April 5, 2009
een veertje
Straatvechters komen op me af met knuppels
messen kapotgeslagen flessen
groen van kleur bij het rood in hun ogen
mijn vizier staat scherp
Tegendraads handvat wentelt in de berg
bestendigt de kern en vergrendelt
Klemvast, de raakvlakkenmachine keert zich tegen de ronde bol,
de teraardebestelling van een hemelbestormer.
Waar is de mist de mist die me parels deed zien
geen parelzweet of tranen
maar een fijnzilveren rag
Opengereten hartjeskussens bij het grof vuil
later vond ik nog in een halfgelezen boek
een veertje
Friday, April 3, 2009
Ikonoklastenes aan de rivier
Zij was een dierlijk fenomeen
haar blik een gevaarlijke gave
waar zij haar voeten plantte
gaf zich niets meer nadien
tot ik in oker hemelkleed
verkrampte onder mijn dekking
en me vroeg wie ben ik?
was zij mijn firmament
toen dan die wapperende vlag
mij stemde tot een valse zang
en bergafwaarts deed verdwalen
zag ik haar ogen breken.
haar blik een gevaarlijke gave
waar zij haar voeten plantte
gaf zich niets meer nadien
tot ik in oker hemelkleed
verkrampte onder mijn dekking
en me vroeg wie ben ik?
was zij mijn firmament
toen dan die wapperende vlag
mij stemde tot een valse zang
en bergafwaarts deed verdwalen
zag ik haar ogen breken.
Subscribe to:
Posts (Atom)
