Ik ben een draak die elke nacht wordt geslacht
en als een zoon Gods weer verrijst uit het vuur der slaap
de as van de ochtend
waarom ik besta is het grijs van de maan
verhuld in waakzame nietszeggendheid
onzichtbare kristallen in de aarde lichten op
De Boom des Toorns, in lentegroen
nog altijd wakend over dat offer
brakende hemelpoort stoot paarden uit
(Ik herinner me de taxirit
het Patriciersgeluk van die nacht
terwijl de oorlog wachtte)
Woede wordt nooit meer ontketend
vrees ik in mijn smeulend hart
en smeek de zwarte nacht om wind.
en als een zoon Gods weer verrijst uit het vuur der slaap
de as van de ochtend
waarom ik besta is het grijs van de maan
verhuld in waakzame nietszeggendheid
onzichtbare kristallen in de aarde lichten op
De Boom des Toorns, in lentegroen
nog altijd wakend over dat offer
brakende hemelpoort stoot paarden uit
(Ik herinner me de taxirit
het Patriciersgeluk van die nacht
terwijl de oorlog wachtte)
Woede wordt nooit meer ontketend
vrees ik in mijn smeulend hart
en smeek de zwarte nacht om wind.
