Hoe het schijnen van de schelp in mijn doornsoog prikkelt, hoe het zich schouwt, in parelmoer en goud.
Elke tempel is sterferlijk. De regenval nodigt tot struinen - binnenin de bossen ben ik onzichtbaar.
Rode kappen marcheren - ik wet niet wat dit betekent. Ze hebben toortsen, nu, en gezichten...
Ze omringen mij. Ik hef mijn handen, Ze knielen - hun fakkels raken de grond.
Het gras vat vlam, en dooft.
Niets is hier - gehoorzaamheid verplicht mij tot teloorgang.
Het getik van de reken op het bladerdak sterft op mijn blik
De bomen zijn niets dan geruis in het naderen van on-heil.
De goden komen en goden gaan - de sterfelijkheid blijft altijd bestaan.
Wie geeft de beker uit handen, wie drinkt hem leeg? Zo bepaalt het lot misdaad en straf.
Wednesday, December 16, 2009
Sunday, December 13, 2009
splitsing
radiografisch bestuurbaar ontzag, het wegzappen van kaders,
aanraken, binnen blijven!
Oplossing van problemen in bijtend zuur, kantelend tegenwicht
hoofdbrekens, breuken!
vergezichten op voorhangborden, zin maken uit hebben
wonen, delen!
aanraken, binnen blijven!
Oplossing van problemen in bijtend zuur, kantelend tegenwicht
hoofdbrekens, breuken!
vergezichten op voorhangborden, zin maken uit hebben
wonen, delen!
Saturday, December 12, 2009
controlekamer aan tovermens
Rotspartijen in de lucht
op mijn hoofd kraaien
kraaien
ze scharrelen door mijn haar
De zon is rood
Ik draag de kanonnen
en buig af
als de brug in zicht komt
ik zag ooit
Een zwart nat punthek
als een striemende schreeuw
en toen een lege kamer
Wie woonde er achter mijn posters?
op mijn hoofd kraaien
kraaien
ze scharrelen door mijn haar
De zon is rood
Ik draag de kanonnen
en buig af
als de brug in zicht komt
ik zag ooit
Een zwart nat punthek
als een striemende schreeuw
en toen een lege kamer
Wie woonde er achter mijn posters?
Thursday, December 10, 2009
danwel ja, danwel driewerf nee!
Watermeloenen kapen de kust
kraaklawaai naar lieve lust.
De Schemer Valt Toe.
Nee! Spraakt het speeksel.
Nee en dreewerf naaa!
Kortgewiekt, flauwgevallen.
Druipt er een zweetpaarl
al over mijn rug?
het zal toch niet, zucht...
Ik kom terug
Maar ben eerst een kroket gaan halen.
Tomeloos zicht
troosteloos bericht
hopeloos niks
slome, loze dicht..
of nicht?
kraaklawaai naar lieve lust.
De Schemer Valt Toe.
Nee! Spraakt het speeksel.
Nee en dreewerf naaa!
Kortgewiekt, flauwgevallen.
Druipt er een zweetpaarl
al over mijn rug?
het zal toch niet, zucht...
Ik kom terug
Maar ben eerst een kroket gaan halen.
Tomeloos zicht
troosteloos bericht
hopeloos niks
slome, loze dicht..
of nicht?
Sunday, November 29, 2009
Ursul de Geer
Ik wil het gaan hebben over Ursul De Greer. Ik vind dat dit land de vrijheid moet bieden aan meer mensen om dit soort namen te dragen. Waarom heten mensen altijd jan, of henk, zelfs als ze niet letterlijk zo heten? Meestal komt het neer op jan, henk, of piet, of eigentijdse varianten daarvan. Zoals kevin, of jeroen, of lucas. Nee, dan Ursul. Hij heeft een naam die je niet instinctief aan je kind geeft. Er moet een ideologische gedachte achter zitten, misschien zelfs een spirituele. Dat is heugelijk, en prijzenswaardig. Ik weet niet wie de ouders zijn van Ursul de Geer, en ik weet dus ook niet hoe zij zelf genoemd zijn, maar ze mogen trots zijn dat ze hun zoon hebben ontrukt aan de massa, dat ze hem een plek hebben gegeven onder de zon die ook zijn stralen uitgiet over de orchideeen, de paradijsvogels en de popzangers met pijpenkrullen en parelmoeren gitaren.
Dat is mijn mening over Ursul de Geer, en de volgende keer ga ik het weer over iets anders hebben. Dat staat me vrij, en dat is een grote vreugd. Tot ziens, en tot ziens!
Dat is mijn mening over Ursul de Geer, en de volgende keer ga ik het weer over iets anders hebben. Dat staat me vrij, en dat is een grote vreugd. Tot ziens, en tot ziens!
Saturday, November 28, 2009
beter voor later
Oh, die armoe op de hele globe. Die putten van vuur en modder, waarin het hele onderstel van het ras zich verstrikt heeft, door haar bazen te geloven. Die torens van vuur en staal, waar de bazen zichzelf in hebben verschanst, omdat ze bang zijn voor de domheid van hun slaven. Het afschrikwekkende beeld van de goedgelovige mens, die zich als kuddedieren naar de slachtbank laat leiden, misschien onder het voorzichtige geloei van een aantal niet-zo-heel-tevredenen. Jaja, die armoe. De schoften die dit fenomeen hebben doen neerdalen op het ras, het menselijk, al te menselijke ras, die zullen moeten boeten! Maar wie legt ze die boetes op? Verdomme, het systeem blijkt toch niet helemaal waterdicht. Systeem... was dat er eigenlijk? Het wordt wel overal vermeld... maar ik zie het niet en hoe zou dat ooit tot stand zijn gekomen? Er moet ooit een heerschappij zijn geweest van goede intenties en liefde voor de buren. Wat een mooie wereld moet dat geweest zijn! Jammer, dat niemand zich die herinnert, niemand er aan deel heeft gehad en er ook geen sporen meer van over zijn. Ooit was er hoop voor Afrika, schijnt het. Nu gaat alles weer slechter. 'It was the myth of fingerprints' Geen twijfel over mogelijk. Een mythe was het in ieder geval. Niks mis met mythes, ik hou van mythes. Maar ze zijn meestal geen tegenwicht voor torens van staal en vuur. Behalve voor het haardvuur, met kerstmis, als het toch wel lekker stroperig door de aderen gaat, te denken aan het goede in de mens, de onvermijdelijkheid van het paradijs op aarde. En een glas te heffen op het Wereld Natuur Fonds en Amnesty International. Doorzetten, jongens, zo komen we er wel! Op een gegeven moment, zo'n moment waarop het weer beter gaat.
Dreft
- Doet het daar dan nog wat aan af? vraagt Berend aan Ans.
- Jazeker, dat heeft met de aardappels te maken. Die worden er vet van.
- So? Ik hou van vettige aardappels. Ook van vettige groenten. Dat is gezond, bovendien.
- Waar haal je dat nou vandaan? Je hart is ook maar een mens, Berend. Niet alles wat jij leest is waar, of goed voor je. Je moet voelen, leren. Voelen leren.
- Ik voel niet? Mens, jij bent een ongevoelige klomp steen, vergeleken met mij! Kijk dan waar ik naar luister, wat voor muziek ik draai! Ik ben ontzettend gevoelig!
- Gevoel zit niet alleen in je... in je muzieksmaak, Berend. Ik heb gevoel in mijn hersens. Ik kan voelend denken. Dat is heel wat meer waard op het grote geheel.
- Voelend denken.. mens, wat bazel je nou weer? Wie heeft daar ooit van gehoord? Ik ben gewoon een gevoelsmens, en jij niet!
- Dat neemt niet weg dat je niet die pan met dit soort goedkoop spul moet afwassen. Ik moet er ook van meeeten.
- goed goed, ik koop wel wat anders. Wat raad je aan?
- Dreft, zou ik doen. Gewone Dreft.
- En je denkt echt dat dat beter is?
- Ik weet het wel zeker.
- Goed, als ik m'n Ansje ermee gelukkig maak, koopt Berendje wel een flesje Dreft.
- Oh Berend, wat ben je toch lief.
Berend gaat de deur uit en koopt een kroket en drinkt een paar biertjes bij het cafe om de hoek. Hij vergeet de Dreft en een huishoudelijke ruzie volgt.
- Jazeker, dat heeft met de aardappels te maken. Die worden er vet van.
- So? Ik hou van vettige aardappels. Ook van vettige groenten. Dat is gezond, bovendien.
- Waar haal je dat nou vandaan? Je hart is ook maar een mens, Berend. Niet alles wat jij leest is waar, of goed voor je. Je moet voelen, leren. Voelen leren.
- Ik voel niet? Mens, jij bent een ongevoelige klomp steen, vergeleken met mij! Kijk dan waar ik naar luister, wat voor muziek ik draai! Ik ben ontzettend gevoelig!
- Gevoel zit niet alleen in je... in je muzieksmaak, Berend. Ik heb gevoel in mijn hersens. Ik kan voelend denken. Dat is heel wat meer waard op het grote geheel.
- Voelend denken.. mens, wat bazel je nou weer? Wie heeft daar ooit van gehoord? Ik ben gewoon een gevoelsmens, en jij niet!
- Dat neemt niet weg dat je niet die pan met dit soort goedkoop spul moet afwassen. Ik moet er ook van meeeten.
- goed goed, ik koop wel wat anders. Wat raad je aan?
- Dreft, zou ik doen. Gewone Dreft.
- En je denkt echt dat dat beter is?
- Ik weet het wel zeker.
- Goed, als ik m'n Ansje ermee gelukkig maak, koopt Berendje wel een flesje Dreft.
- Oh Berend, wat ben je toch lief.
Berend gaat de deur uit en koopt een kroket en drinkt een paar biertjes bij het cafe om de hoek. Hij vergeet de Dreft en een huishoudelijke ruzie volgt.
Thursday, November 26, 2009
Jezus de Oorspronkelijke Oorwurm
Jezus de Oorspronkelijke Oorwurm lauwerde op zijn kransen. Hij daalde neder tot het volk en sprak hen teder toe in deze woorden: Delers van deze planeet, schreeuwlelijken en breekbaren onder u, houw respectievelijk uw waffel en uw levenshouding bij de les en terdege besef dit: Alles gaat al dan niet voorbij, maar niets blijft bestaan zonder zin.
Maar wat is zin? vroeg een der zijn dicipelen.
Dat weet niemand. Proclameerde Jezus hierop heftig.
Maar waarom staat u hier dan de les te lezen en gaat u niet op jacht naar zin? vroeg de ongenadige pupil zich hardop af, dit tot grote ergernis van het legertje profeten dat jezus uit het hiernamaals had opgetrommeld.
Jezus echter bleef kalm en proclameerde met duistere doch tedere stem.... Ach wie waagt zich bij de waarheid! Wie benadert haar zonder dat zij hem schaaft en beschadigt, ongenadig knaapt en knevelt! Ach ja, de waarheid is daar maar laat hem maar staan. Hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd dan jou. Jij bent een leugen, en een hele grote!
De menigte deinzde terug en trok zich terug, in haar magnifieke paleis van oermagnolium en stierf een wrede dood voor het oog van het vuur.
Zo doe je dat dus NIET, Jesuz! proclameerde Godt uit de hemel.
En hoe dan WEL? kwam Jezus vlijmscherp terug.
ZO doe je dat! Schalde Godt en poef! daar stond een Mercedes Benz.
Tof. Beaamde Jezus. Hoe heet dat nou?
Techniek, kerel. Moet je leren.
Leren? Maar dat is Fascistisch! riep het Koor.
En vergat daar toen mee op te houden.
Ach ja, verzuchtte Godt.
Je hebt ook altijd het koor nog...
Maar wat is zin? vroeg een der zijn dicipelen.
Dat weet niemand. Proclameerde Jezus hierop heftig.
Maar waarom staat u hier dan de les te lezen en gaat u niet op jacht naar zin? vroeg de ongenadige pupil zich hardop af, dit tot grote ergernis van het legertje profeten dat jezus uit het hiernamaals had opgetrommeld.
Jezus echter bleef kalm en proclameerde met duistere doch tedere stem.... Ach wie waagt zich bij de waarheid! Wie benadert haar zonder dat zij hem schaaft en beschadigt, ongenadig knaapt en knevelt! Ach ja, de waarheid is daar maar laat hem maar staan. Hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd dan jou. Jij bent een leugen, en een hele grote!
De menigte deinzde terug en trok zich terug, in haar magnifieke paleis van oermagnolium en stierf een wrede dood voor het oog van het vuur.
Zo doe je dat dus NIET, Jesuz! proclameerde Godt uit de hemel.
En hoe dan WEL? kwam Jezus vlijmscherp terug.
ZO doe je dat! Schalde Godt en poef! daar stond een Mercedes Benz.
Tof. Beaamde Jezus. Hoe heet dat nou?
Techniek, kerel. Moet je leren.
Leren? Maar dat is Fascistisch! riep het Koor.
En vergat daar toen mee op te houden.
Ach ja, verzuchtte Godt.
Je hebt ook altijd het koor nog...
Friday, November 20, 2009
maar toch is er nu:
VOORTVLUCHTIGE INFORMATIE:
Er bestaat geen parabel voor deze fabel
dit is de grootste schande
die ooit voorkomen is
De grootste ramp
die nooit was
ik ben ik
toen er
stond
dat
ik
dewereldwelevenoverzouovernemen. Jaaaaja.
Dat blarrewarrelde Henkje dus tegen het straatpaaltje dat daar toevallig stond, en dat daar dus gewoon naar Henkjes gedwarrel moest staan luisteren. Het ZAL toch weer niet dat Henkje weer een paaltje genadeloos afstraft voor zijn tekortkomingen. Godverdomme, Henkje, wat doe je weer lullig tegen dat paaltje! Ja, jij! Henkje heet je toch? Doe es omdraaien! Joehoe hier zijn we! Halloooo!!, lach maar naar het vogeltje!!! Of nee jammeren, ja dat is zelfs nóg beter. Hee, nu, Henkje blijven staan! Nee, niet weggaan - dat kan niet!
DE MANNEN ZETTEN ACHTERVOLGING IN. HENKJE KOMT AL SNEL OP EEN ONOVERWINNELIJKE VOORSPRONG EN STRUIKELT EROVER HET ZESTIENMETERGEBIED BINNEN. HENKJE KRIJGT EEN PIENANTIE - EN -
REEL MISSING
Een Mistig tehuis vol bomen. Het zal je maar gebeuren, dacht de Adelaar treurig, en schamperde een lofloos versje voor zijn knuistje weg:
Een boom
een hol
een dood
Ach, dacht hij, vleugels had ik altijd al. Waarom zou ik nu nog vliegen?
CUT TO EAGLE CHASE
FULL BLOWN PILOT
ACCELERATE IMAGE
RADICAL CAR CHASE
TERROR INGREDIENT
TOP CHASE DOWN
RULE CUT RULE
LEFT TRUTH AWE
RIGHT DAMN THAT
COLLISION COURSE
STRATEGY GUIDE
Er bestaat geen parabel voor deze fabel
dit is de grootste schande
die ooit voorkomen is
De grootste ramp
die nooit was
ik ben ik
toen er
stond
dat
ik
dewereldwelevenoverzouovernemen. Jaaaaja.
Dat blarrewarrelde Henkje dus tegen het straatpaaltje dat daar toevallig stond, en dat daar dus gewoon naar Henkjes gedwarrel moest staan luisteren. Het ZAL toch weer niet dat Henkje weer een paaltje genadeloos afstraft voor zijn tekortkomingen. Godverdomme, Henkje, wat doe je weer lullig tegen dat paaltje! Ja, jij! Henkje heet je toch? Doe es omdraaien! Joehoe hier zijn we! Halloooo!!, lach maar naar het vogeltje!!! Of nee jammeren, ja dat is zelfs nóg beter. Hee, nu, Henkje blijven staan! Nee, niet weggaan - dat kan niet!
DE MANNEN ZETTEN ACHTERVOLGING IN. HENKJE KOMT AL SNEL OP EEN ONOVERWINNELIJKE VOORSPRONG EN STRUIKELT EROVER HET ZESTIENMETERGEBIED BINNEN. HENKJE KRIJGT EEN PIENANTIE - EN -
REEL MISSING
Een Mistig tehuis vol bomen. Het zal je maar gebeuren, dacht de Adelaar treurig, en schamperde een lofloos versje voor zijn knuistje weg:
Een boom
een hol
een dood
Ach, dacht hij, vleugels had ik altijd al. Waarom zou ik nu nog vliegen?
CUT TO EAGLE CHASE
FULL BLOWN PILOT
ACCELERATE IMAGE
RADICAL CAR CHASE
TERROR INGREDIENT
TOP CHASE DOWN
RULE CUT RULE
LEFT TRUTH AWE
RIGHT DAMN THAT
COLLISION COURSE
STRATEGY GUIDE
Saturday, October 31, 2009
mannen
-Maar Jan, ga nou niet naar buiten met deze kou. Doe althans een sjaal om. Of ga liever helemaal niet.
-Sjaan, zeik niet even, ik ga nu naar de kaasboer, ben zo terug, en dan heb ik kaas, okee? Dat is alles. Ik vat geen kou van hier tot de hoek.
-Je moet ook nog terug. Maar goed, doe wat je wil. Ik zal je wel weer verzorgen als je kou vat.
-Weet je wat? Ik ga nu wel alvast naar bed. Haal jij de kaas maar.
[exit Jan. Sjaan neemt de telefoon op en draait een nummer]
-Truus! Met mij. Ja hallo schat, ja, nee, het is weer zover hoor. Je kan erop wachten. Met dit weer! Ja, hij is net weer naar bed gegaan. Hij wou kaas halen! Moet je verzinnen. Met dit weer!! Ja, is goed! Ik spreek je vanavond! Doeg! Groetjes aan Henk! Ja daaaaaag!
[Jan zit op zijn bed]
-Godverdomme, dat wijf, wat een bar rotgevoel, hiermee te zitten. En je kan ze niet slaan, je kan ze niet... je kan niks. Het is een verwrongen wereld, zeg ik je. En dan vragen ze zich af waar die kanker vandaan komt. We eten onszelf op vanbinnen, omdat er buiten geen ruimte is om ook maar een vinger uit te steken naar wat je wil. Het is racistisch, fascistisch, sexistisch, niet idealistisch, chauvinistisch, onchristelijk, christelijk, ik wordt er kotsmisselijk van, van verdriet. Kan dat?
[Jan stommelt weer naar beneden]
- Sjaan? Ik ga kaas halen. Als ik de pijp uitga, begraaf me dan maar op de oosterbegraafplaats. Je kan het geld ervoor opnemen van mijn rekening, ik zal je m'n pincode even geven.
[Jan pakt een servetje en een balpen. Sjaan staart naar hem. Jan geeft haar het servetje.]
- Je bent van plan dood te gaan?
- Van plan? Sinds wanneer moet je dat van plan zijn wil je het gebeuren? Waarom zeik je dan altijd aan mijn kop over de ellende die boven mijn hoofd hangt? Ik ben nog nooit van plan geweest dood te gaan. Jij loopt altijd onheil over me af te roepen.
- Jij gaat altijd zonder sjaal naar buiten!
[Jan loopt de deur uit en smijt hem dicht. Sjaan pakt de telefoon weer op en draait een nummer]
- Ja met mij. Ja, hij is de deur uit. Ja, ik weet het. Nee, het kan hem niet schelen. Mannen. Verschrikkelijk.
-Sjaan, zeik niet even, ik ga nu naar de kaasboer, ben zo terug, en dan heb ik kaas, okee? Dat is alles. Ik vat geen kou van hier tot de hoek.
-Je moet ook nog terug. Maar goed, doe wat je wil. Ik zal je wel weer verzorgen als je kou vat.
-Weet je wat? Ik ga nu wel alvast naar bed. Haal jij de kaas maar.
[exit Jan. Sjaan neemt de telefoon op en draait een nummer]
-Truus! Met mij. Ja hallo schat, ja, nee, het is weer zover hoor. Je kan erop wachten. Met dit weer! Ja, hij is net weer naar bed gegaan. Hij wou kaas halen! Moet je verzinnen. Met dit weer!! Ja, is goed! Ik spreek je vanavond! Doeg! Groetjes aan Henk! Ja daaaaaag!
[Jan zit op zijn bed]
-Godverdomme, dat wijf, wat een bar rotgevoel, hiermee te zitten. En je kan ze niet slaan, je kan ze niet... je kan niks. Het is een verwrongen wereld, zeg ik je. En dan vragen ze zich af waar die kanker vandaan komt. We eten onszelf op vanbinnen, omdat er buiten geen ruimte is om ook maar een vinger uit te steken naar wat je wil. Het is racistisch, fascistisch, sexistisch, niet idealistisch, chauvinistisch, onchristelijk, christelijk, ik wordt er kotsmisselijk van, van verdriet. Kan dat?
[Jan stommelt weer naar beneden]
- Sjaan? Ik ga kaas halen. Als ik de pijp uitga, begraaf me dan maar op de oosterbegraafplaats. Je kan het geld ervoor opnemen van mijn rekening, ik zal je m'n pincode even geven.
[Jan pakt een servetje en een balpen. Sjaan staart naar hem. Jan geeft haar het servetje.]
- Je bent van plan dood te gaan?
- Van plan? Sinds wanneer moet je dat van plan zijn wil je het gebeuren? Waarom zeik je dan altijd aan mijn kop over de ellende die boven mijn hoofd hangt? Ik ben nog nooit van plan geweest dood te gaan. Jij loopt altijd onheil over me af te roepen.
- Jij gaat altijd zonder sjaal naar buiten!
[Jan loopt de deur uit en smijt hem dicht. Sjaan pakt de telefoon weer op en draait een nummer]
- Ja met mij. Ja, hij is de deur uit. Ja, ik weet het. Nee, het kan hem niet schelen. Mannen. Verschrikkelijk.
Friday, October 30, 2009
ademloze vaandeldrager
Radeloze ademtogen staan te blazen aan het kraambed terwijl de verlosser slaapt.
Als de regen is opgehouden te stromen langs de wangen van de ramen
en de gootsteen druipt
rakelt de ademloze dramakoning nog net twee woorden:
"stop hiermee..."
Gloeilampen en stoomovens doven
het wolkendek wordt geschoren
de kaarsrechte hemel klopt aan.
Als de regen is opgehouden te stromen langs de wangen van de ramen
en de gootsteen druipt
rakelt de ademloze dramakoning nog net twee woorden:
"stop hiermee..."
Gloeilampen en stoomovens doven
het wolkendek wordt geschoren
de kaarsrechte hemel klopt aan.
Thursday, October 29, 2009
rep.
Radeloze kanshebbers steken van wal tegen het draadstaalachtige geneuzel in het rookhok. Zacharias X is ondertussen terug van zijn transcendentale omzwervingen maar koopt daar niet veel meer voor in deze kantine - het is na tweeen, de kroketten zijn op en er is alleen nog maar rotte vis te halen. Driewerf shit, de tegels aan de wand zijn tekens geworden, niets is meer solide, de processen in onze hersenen nemen de rol van structuur over van het stoffelijke en daarmee is de ondergang ingezet. Nogmaals shit. Maar een tegenwerping: zijn de processen in onze hersenen niet ook juist stoffelijk? Ja! Er is weer hoop! Niets is verloren! Voornu althans.
Komt er nogeen eind aan? dit stuk hopeloze brokken, dit eindeloze voortgestuw van ons liederlijk samenzijn in deze kantine - hebben we er nog zin in? Ik zal mijn lezers geen valsheden voorspiegelen - het is aan jullie om de werkelijkheid die ik je toedien te verdraaien en te vervormen totdat er een hapklaar stuk draadjesvlees uitkomt dat er uitziet alsof het dagenlang in de pan heeft liggen sudderen. Die overtuigingskracht, daar gaat het om.
Toen God de eeuwigheid uit zijn hoofd had gezet stond hij eindelijk op. Zijn sigaar was uitgegaan tussen zijn tanden en hij nam een paar stappen richting het penantkastje waar hij zijn kaarsen en theelichtjes bewaarde, in de hoop dat er ook nog een doosje lucifers zou liggen.
Komt er nogeen eind aan? dit stuk hopeloze brokken, dit eindeloze voortgestuw van ons liederlijk samenzijn in deze kantine - hebben we er nog zin in? Ik zal mijn lezers geen valsheden voorspiegelen - het is aan jullie om de werkelijkheid die ik je toedien te verdraaien en te vervormen totdat er een hapklaar stuk draadjesvlees uitkomt dat er uitziet alsof het dagenlang in de pan heeft liggen sudderen. Die overtuigingskracht, daar gaat het om.
Toen God de eeuwigheid uit zijn hoofd had gezet stond hij eindelijk op. Zijn sigaar was uitgegaan tussen zijn tanden en hij nam een paar stappen richting het penantkastje waar hij zijn kaarsen en theelichtjes bewaarde, in de hoop dat er ook nog een doosje lucifers zou liggen.
Friday, October 23, 2009
individuatieproces, januari tweeduizendzes
Over wegen en paden ga ik maar overweeg zijn het wel paden of baan ik ze ter plekke om te baden in het weten van mn eigen wereld – een geheime wereld van het pure zijn gewortend in de vork van corext en mn brein?
Het is me eigen om mn hoogste waarheid te verzwijgen Daarvoor is er teveel pijn en lijden mee gepaard om levers voor de gein erin mee te krijgen. De inwijding ligt in in het wezen van de krijger – niet de heilige. Een leven voor vrijheid in veiligheid, levert het gevaar op dat je aan de ware vrijheid juist voobijgaat Daarom zoek ik het gevaar op en beschouw de vrijheid een bijzaak. Ik zorg er voor dat als de weg me vind ik hem weer krijtraak. Mij maak je niet wijs dat wat ik weet de waarheid is, tenzij daartoe ervaring leidt, of leidt te geloven. Tenzij ik het te boven kan komen zal ik een waarheid nooit geloven.
Dit zijn woorden om aan te ruiken voor de blinden en de doven
Hij die ziet ziet niet met ogen maar de zilveren ster daarboven
En zo zijn er meer metaforen om het licht te doven.
De waarheid is niet in wat je krijgt maar dat wat je verovert.
Voort en voor gaat de wagen met goud over de woeste wegen door het wilde woud.
Rovers te over maar de koetsenier geeft zich niet over.
Aan het eind is al het goud gerooft maar kan de man toveren.
En kiest hij ervoor geen goud te creeeren maar een nieuwe bende rovers.
Filosofen zijn de grootste rovers, zij stelen het leven, en geven hun ziel daarvoor in ruil – in de nacht van de wereld kijken ze op je neer als uilen – die niet zijn wat ze lijken – en vreten je op als muizen.
Een wolf in schaapskleren met het hart van een herder – brengt je verder en verder – over wegen en paden maar overweeg wel zijn het wel paden ze worden smaller met muren het worden stegen en je krijgt buren...
Het is me eigen om mn hoogste waarheid te verzwijgen Daarvoor is er teveel pijn en lijden mee gepaard om levers voor de gein erin mee te krijgen. De inwijding ligt in in het wezen van de krijger – niet de heilige. Een leven voor vrijheid in veiligheid, levert het gevaar op dat je aan de ware vrijheid juist voobijgaat Daarom zoek ik het gevaar op en beschouw de vrijheid een bijzaak. Ik zorg er voor dat als de weg me vind ik hem weer krijtraak. Mij maak je niet wijs dat wat ik weet de waarheid is, tenzij daartoe ervaring leidt, of leidt te geloven. Tenzij ik het te boven kan komen zal ik een waarheid nooit geloven.
Dit zijn woorden om aan te ruiken voor de blinden en de doven
Hij die ziet ziet niet met ogen maar de zilveren ster daarboven
En zo zijn er meer metaforen om het licht te doven.
De waarheid is niet in wat je krijgt maar dat wat je verovert.
Voort en voor gaat de wagen met goud over de woeste wegen door het wilde woud.
Rovers te over maar de koetsenier geeft zich niet over.
Aan het eind is al het goud gerooft maar kan de man toveren.
En kiest hij ervoor geen goud te creeeren maar een nieuwe bende rovers.
Filosofen zijn de grootste rovers, zij stelen het leven, en geven hun ziel daarvoor in ruil – in de nacht van de wereld kijken ze op je neer als uilen – die niet zijn wat ze lijken – en vreten je op als muizen.
Een wolf in schaapskleren met het hart van een herder – brengt je verder en verder – over wegen en paden maar overweeg wel zijn het wel paden ze worden smaller met muren het worden stegen en je krijgt buren...
2000
En in den beginne was er niets dan ledigheid. En de Heere zag dat er iets ontbrak, en Hij schiep de Dageraad. En na een uurtje of wat begon hij zich te vervelen, en de Heere schiep dus maar de late ochtend, zo'n beetje rond brunch-tijd. En na een poosje had hij ook hier genoeg van, en Hij schiep het middaguur, waar hij opzich best blij mee zou zijn geweest, ware het niet dat Hij zich begon te realiseren dat hij zo wel bezig kon blijven, en dat dat op den duur waarschijnlijk behoorlijk vermoeiend zou gaan worden. 'Shit.' sprak de Heere.
Kleverig, nat leer en ijzige kou, brandende lippen en zodra hij zijn ogen opensloeg voelde hij een steek als van een gloeiende dolk dwars door zijn hersenen. Waarom begon de ochtend alweer zo? Had hij gisteravond weer..? Hij kon het zich in ieder geval niet herinneren. Gewend als hij was aan de pijn stond hij op, krakend, mank, en strompelde naar het gootsteentje. Het bruine water was warm en klonterde hier en daar, maar het stroomde al langs zijn wangen zijn hals en rug op, waar het geultjes vond in de diepe striemen.
zachtjes het geruis... van de zee of van de wind? Warm... het zand, haar benen, haar buik... vogels roepen in de verte...
In diepe verwarring poog ik bij deze nog een contact met mijn lezers te bewerkstelligen. Uw reacties op mijn suspensenovel Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel hebben mij in een zodanige consternatie gebracht dat
ik nu mij zelf niet meer in staat vind er touw aan vast te knopen. Dit tot mijn grootste verdriet.
Bloedend stond de maan aan haar hemel, tranend zoog de regen het stof tot zich, en het zweet dat de zon uitbrak bij haar aanblik daalde in een verzengende mist neder over de smeulende kadaveren in de dorder wordende vlakte.
De straat was lang, tot in het onontwirwarbare geworteld met haar in abstractie gedompelde gevels naar de einder toe.
Hoe heet je? vroeg ze. geen antwoord.
Moet je nog een knakworstje?
een glinstering trok traag door de druppel die langs haar kin naar beneden
gleed.
Toen de keizer zich in zijde wikkelde verscheen onverklaarbaar zijn schim aan de horizon. Hijzelf was er niet meer om het te zien, maar de mensen spraken er van in hun donkere holen.
Daar waar eens de straten en huizen waren lag nu as, en een zacht winterbriesje streek er doorheen met liefhebbende vingers. Het flinterdunne zwart brak af en verbrokkelde in stukjes zo klein dat de binnenkant de buitenkant werd, en zo ontblootte zich de waarheid. En de waarheid verhief
haar stem en sprak, maar zij kwam niet uit boven het krassende gekrioel van
de schichtige schorpioenezuigelingetjes, de laatste kindertjes van moeder
Aarde.
Van : Jeremejerende Altzheimerlijdende Messentrekker
Ik wil net opstaan omdat mijn tijd eropzit, maar mijn ischiaszenuw blijkt te
zijn vastgesmolten aan mijn meniscus, waardoor ik me middels de
achterstevoren functionerende motoriek van een struisvogelgewricht zal
moeten voortbewegen. Ik hoop dat jullie me begrijpen, ik probeer het echt zo
eenvoudig mogelijk te houden. Ik ga nu een poging wagen het gebouw te
verlaten.
Voor : niemand
Van : mij
Firma : WESSOK
Telefoon : 06-darmkanaal
De dood grijnst ons allen in het gezicht. Sterven gaan we allemaal. Rottend
in ons graf vragen wij ons af: Wat stinkt hier zo? Wat zijn dit voor
wandelende stukjes slijm op m'n lip?
De essentiele, existentiele kwellende kwesties zullen uiteindelijk eenieder
in hun tang vermurwen tot een hoopje willoos universeel braaksel.
En de laatste zuil begon te kraken onder zijn eigen gewicht, en de aarde
begon dof te rommelen. Gloeiende deeltjes maakten zich van het sidderende
kampvuurtje los en vulden de duisternis boven Harrie en het beestje met
vreemde, kronkelende patronen.
En de lieve Heere schiep het avondrood, en hij was er blij mee. Hij vond de
zon, die daar zo oranjeroze hing tussen die kunstig flieberende
wolkflardjes, zo mooi, en het ontroerde hem toch zo allemaal, dat hij
terstond begon te grienen. Ondertussen zat, achter een onopvallend struikje,
Satan de Heere te bespieden. Hij vond het maar niks, als dat rozige gerood,
hij hield wel van rood, maar dan in wat donkerdere, diepere tinten.
Plotseling sprong hij tevoorschijn, waarbij hij een vreemd, maar vooral
onsmakelijk keelgeluid voortbracht. "Bah" Dacht de Heere, en realiseerde
zich onmiddelijk dat dit nu al het tweede vieze woord was dat hij sinds zijn
ontwaken in de mond genomen had. "Satan," sprak hij, "Ga je mond spoelen."
Satan droop met zijn staart tussen zijn bokkepootjes af naar de wasbak.
Hoofdschuddend keek de Heere hem na. "Dat neefje van mij ook..." Maar wat de
Heere niet zag, was de groengele fonkeling die ontstaan was in Satan's ovale
pupillen, die op een tintelende wijze misstond bij het bruinrood van zijn
oogkassen...
.....OP DAT MOMENT werd er hard tegen de telefooncel gebeukt. Ik verloor
mijn evenwicht en viel met mijn achterhoofd tegen een metalen rand, en vlak
voordat ik het bewustzijn verloor ving ik een glimp op van degene die de
aardschok moest hebben veroorzaakt. Het was Piet Keizer. Zijn authentieke,
superstrakke WK 74 pakje liet niets van zijn oude, vlassige, slobberige maar
toch pezige lichaam aan de verbeelding over...en met deze aanblik verzonk ik
in een duistere ledigte…
Zacharias X, die mij vanmorgen op mijn 06 belde, verwierp in eerste
instantie mijn offerte. Ik belde hem enkele uren later echter terug met een
aanbod waarvan ik vermoedde dat hij het niet zou weigeren. Wat bleek nu
echter het geval, De heer X. had met grote spoed en om onduidelijke redenen
het land verlaten. Op het moment dat ik dit van zijn secretaresse vernam
begon mij al iets te dagen, en toen ik een ongetekende enveloppe in mijn
postbus aantrof wist ik hoe laat het was. OM GEKONTINUEERD TE ZIJN....
Ik begaf mij met haastige tred naar de dichtstbijzijnde telefooncel, alwaar
ik het nummer dat achterop mijn inlegzool was gekrabbeld begon te draaien.
Terwijl het raspende gepiep van de verroeste draaischijf zich vermengde met
het geklok van mijn kokhalzingen, schoot mij een geniale doch afschuwelijke
gedachte door het hoofd. Op dat moment kwam de verbinding tot stand. "U
luistert naar het electronische silhouet van Zacharias X. Zacharias X.
bevind zich momenteel in een paralel universum, maar zodra hij zich heeft
vereenzelvigd met de informatie waarmee u zijn electronische silhouet
ogenblikkelijk zult belasten, zal hij op geheel eigen en onverwachtte wijze
contact met u opnemen. Stort uw hart uit na de sample. SLAAAVE TO THE
MUUUSIIIC!!!!" Het woord was nu aan mij.... OM GEKONTINUEERD TE ZIJN...
De ontzettend wrede moordenaar stapte met laarzen en al uit bed, veegde zijn
zolen af aan zijn lakens en sprong uit het raam. Hij suisde achttien etages
naar beneden en landde op een jong echtpaartje dat hij met veel
bloedgespetter verpletterde. HAHAAAAAAAA! de eerste triomf was binnen. Hij
stond op, veegde zijn laarzen af aan de stoeprand en zette het op een lopen.
Hij rende en rende, VET hard ook, en ondertussen flitsten zijn irissen de
omgeving af op zoek naar een nieuw smakelijk sterfgevalletje. DAAR,
LEONARDO, DAAR! hoorde hij een stem in zijn botte kanis heen en weer
timmeren. en inderdaad, een wit met roze kinderwagen stond onbeheerd op de
top van de Eiffeltoren. Met een GI-GAN-TIESE jump [dzjump] of zelfs bijna
[dzjamp] was hij INEENS ter plaatse bij het incident. "Ik zag het allemaal
gebeuren! [ween snotter] En ik stond er bij en ik keek er naar! [slobber
snik snaak] En ik kon er niets aan doen maar het gebeurde toch! [lebber
slik]" "Wat naar voor u en toen?"
De kinderwagen bleek politiek te gevoelig te liggen om tot pulp vermalen te
worden (langzaam) dus ging de ontiegelijk gemene krimineel maar thuis op de
bank een fillempie chekke.
Ja, met Arie?
Hall******kggrrkk
Ha....LLO?
kkkggggggkkgrkkgrkgkrkgggkck...kggrrELP!
Onmiddelijk wist mijn razendsnelle brein wat er moest gebeuren. Ik sprong
van de klif in het ravijn en stierf. In de dood vond ik achter een pilaar de
geheimzinnige contactpersoon. Ik vroeg hem het geheim. "Waarom zijn de
poezen rond?" Hij zweeg, veelbetekenend. De interpretatie van mijn
razendsnelle brein schoof ik met een knarsend geknierp in het sleutelgat tot
het Reaalm van de Dertiende Heerser, en weldra ontvouwde zich voor mijn
oogen een zinderend schoon schouwspel. Slanke, ovale schimmen cirkelden
dwars door de rode duisternis naar voren. "Niet te dichtbij, of anders!"
schalde mijn kraakheldere stem en brak af, op zijn eigen weerkaatsing in het
lichtblauwe luchtledige. Ook de schimmen bezagen de gebeurtenissen vol
afschuw en tederheid in hun oogen. De opaalen schalen van geluk braken in
scherven.
beste lezers. Het verhaal Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel is een
interactief literair meesterwerk. Dit houdt in dat alle suggesties van uw
kant door de auteur in belangstellende overweging genomen worden, vervolgens
door hem bespot en beschimpt, en als u uw naam vermeld wordt u door de
auteur hoogstpersoonlijk uitgelachen. In afwachting van uw schrijven
verblijf ik.
Kleverig, nat leer en ijzige kou, brandende lippen en zodra hij zijn ogen opensloeg voelde hij een steek als van een gloeiende dolk dwars door zijn hersenen. Waarom begon de ochtend alweer zo? Had hij gisteravond weer..? Hij kon het zich in ieder geval niet herinneren. Gewend als hij was aan de pijn stond hij op, krakend, mank, en strompelde naar het gootsteentje. Het bruine water was warm en klonterde hier en daar, maar het stroomde al langs zijn wangen zijn hals en rug op, waar het geultjes vond in de diepe striemen.
zachtjes het geruis... van de zee of van de wind? Warm... het zand, haar benen, haar buik... vogels roepen in de verte...
In diepe verwarring poog ik bij deze nog een contact met mijn lezers te bewerkstelligen. Uw reacties op mijn suspensenovel Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel hebben mij in een zodanige consternatie gebracht dat
ik nu mij zelf niet meer in staat vind er touw aan vast te knopen. Dit tot mijn grootste verdriet.
Bloedend stond de maan aan haar hemel, tranend zoog de regen het stof tot zich, en het zweet dat de zon uitbrak bij haar aanblik daalde in een verzengende mist neder over de smeulende kadaveren in de dorder wordende vlakte.
De straat was lang, tot in het onontwirwarbare geworteld met haar in abstractie gedompelde gevels naar de einder toe.
Hoe heet je? vroeg ze. geen antwoord.
Moet je nog een knakworstje?
een glinstering trok traag door de druppel die langs haar kin naar beneden
gleed.
Toen de keizer zich in zijde wikkelde verscheen onverklaarbaar zijn schim aan de horizon. Hijzelf was er niet meer om het te zien, maar de mensen spraken er van in hun donkere holen.
Daar waar eens de straten en huizen waren lag nu as, en een zacht winterbriesje streek er doorheen met liefhebbende vingers. Het flinterdunne zwart brak af en verbrokkelde in stukjes zo klein dat de binnenkant de buitenkant werd, en zo ontblootte zich de waarheid. En de waarheid verhief
haar stem en sprak, maar zij kwam niet uit boven het krassende gekrioel van
de schichtige schorpioenezuigelingetjes, de laatste kindertjes van moeder
Aarde.
Van : Jeremejerende Altzheimerlijdende Messentrekker
Ik wil net opstaan omdat mijn tijd eropzit, maar mijn ischiaszenuw blijkt te
zijn vastgesmolten aan mijn meniscus, waardoor ik me middels de
achterstevoren functionerende motoriek van een struisvogelgewricht zal
moeten voortbewegen. Ik hoop dat jullie me begrijpen, ik probeer het echt zo
eenvoudig mogelijk te houden. Ik ga nu een poging wagen het gebouw te
verlaten.
Voor : niemand
Van : mij
Firma : WESSOK
Telefoon : 06-darmkanaal
De dood grijnst ons allen in het gezicht. Sterven gaan we allemaal. Rottend
in ons graf vragen wij ons af: Wat stinkt hier zo? Wat zijn dit voor
wandelende stukjes slijm op m'n lip?
De essentiele, existentiele kwellende kwesties zullen uiteindelijk eenieder
in hun tang vermurwen tot een hoopje willoos universeel braaksel.
En de laatste zuil begon te kraken onder zijn eigen gewicht, en de aarde
begon dof te rommelen. Gloeiende deeltjes maakten zich van het sidderende
kampvuurtje los en vulden de duisternis boven Harrie en het beestje met
vreemde, kronkelende patronen.
En de lieve Heere schiep het avondrood, en hij was er blij mee. Hij vond de
zon, die daar zo oranjeroze hing tussen die kunstig flieberende
wolkflardjes, zo mooi, en het ontroerde hem toch zo allemaal, dat hij
terstond begon te grienen. Ondertussen zat, achter een onopvallend struikje,
Satan de Heere te bespieden. Hij vond het maar niks, als dat rozige gerood,
hij hield wel van rood, maar dan in wat donkerdere, diepere tinten.
Plotseling sprong hij tevoorschijn, waarbij hij een vreemd, maar vooral
onsmakelijk keelgeluid voortbracht. "Bah" Dacht de Heere, en realiseerde
zich onmiddelijk dat dit nu al het tweede vieze woord was dat hij sinds zijn
ontwaken in de mond genomen had. "Satan," sprak hij, "Ga je mond spoelen."
Satan droop met zijn staart tussen zijn bokkepootjes af naar de wasbak.
Hoofdschuddend keek de Heere hem na. "Dat neefje van mij ook..." Maar wat de
Heere niet zag, was de groengele fonkeling die ontstaan was in Satan's ovale
pupillen, die op een tintelende wijze misstond bij het bruinrood van zijn
oogkassen...
.....OP DAT MOMENT werd er hard tegen de telefooncel gebeukt. Ik verloor
mijn evenwicht en viel met mijn achterhoofd tegen een metalen rand, en vlak
voordat ik het bewustzijn verloor ving ik een glimp op van degene die de
aardschok moest hebben veroorzaakt. Het was Piet Keizer. Zijn authentieke,
superstrakke WK 74 pakje liet niets van zijn oude, vlassige, slobberige maar
toch pezige lichaam aan de verbeelding over...en met deze aanblik verzonk ik
in een duistere ledigte…
Zacharias X, die mij vanmorgen op mijn 06 belde, verwierp in eerste
instantie mijn offerte. Ik belde hem enkele uren later echter terug met een
aanbod waarvan ik vermoedde dat hij het niet zou weigeren. Wat bleek nu
echter het geval, De heer X. had met grote spoed en om onduidelijke redenen
het land verlaten. Op het moment dat ik dit van zijn secretaresse vernam
begon mij al iets te dagen, en toen ik een ongetekende enveloppe in mijn
postbus aantrof wist ik hoe laat het was. OM GEKONTINUEERD TE ZIJN....
Ik begaf mij met haastige tred naar de dichtstbijzijnde telefooncel, alwaar
ik het nummer dat achterop mijn inlegzool was gekrabbeld begon te draaien.
Terwijl het raspende gepiep van de verroeste draaischijf zich vermengde met
het geklok van mijn kokhalzingen, schoot mij een geniale doch afschuwelijke
gedachte door het hoofd. Op dat moment kwam de verbinding tot stand. "U
luistert naar het electronische silhouet van Zacharias X. Zacharias X.
bevind zich momenteel in een paralel universum, maar zodra hij zich heeft
vereenzelvigd met de informatie waarmee u zijn electronische silhouet
ogenblikkelijk zult belasten, zal hij op geheel eigen en onverwachtte wijze
contact met u opnemen. Stort uw hart uit na de sample. SLAAAVE TO THE
MUUUSIIIC!!!!" Het woord was nu aan mij.... OM GEKONTINUEERD TE ZIJN...
De ontzettend wrede moordenaar stapte met laarzen en al uit bed, veegde zijn
zolen af aan zijn lakens en sprong uit het raam. Hij suisde achttien etages
naar beneden en landde op een jong echtpaartje dat hij met veel
bloedgespetter verpletterde. HAHAAAAAAAA! de eerste triomf was binnen. Hij
stond op, veegde zijn laarzen af aan de stoeprand en zette het op een lopen.
Hij rende en rende, VET hard ook, en ondertussen flitsten zijn irissen de
omgeving af op zoek naar een nieuw smakelijk sterfgevalletje. DAAR,
LEONARDO, DAAR! hoorde hij een stem in zijn botte kanis heen en weer
timmeren. en inderdaad, een wit met roze kinderwagen stond onbeheerd op de
top van de Eiffeltoren. Met een GI-GAN-TIESE jump [dzjump] of zelfs bijna
[dzjamp] was hij INEENS ter plaatse bij het incident. "Ik zag het allemaal
gebeuren! [ween snotter] En ik stond er bij en ik keek er naar! [slobber
snik snaak] En ik kon er niets aan doen maar het gebeurde toch! [lebber
slik]" "Wat naar voor u en toen?"
De kinderwagen bleek politiek te gevoelig te liggen om tot pulp vermalen te
worden (langzaam) dus ging de ontiegelijk gemene krimineel maar thuis op de
bank een fillempie chekke.
Ja, met Arie?
Hall******kggrrkk
Ha....LLO?
kkkggggggkkgrkkgrkgkrkgggkck...kggrrELP!
Onmiddelijk wist mijn razendsnelle brein wat er moest gebeuren. Ik sprong
van de klif in het ravijn en stierf. In de dood vond ik achter een pilaar de
geheimzinnige contactpersoon. Ik vroeg hem het geheim. "Waarom zijn de
poezen rond?" Hij zweeg, veelbetekenend. De interpretatie van mijn
razendsnelle brein schoof ik met een knarsend geknierp in het sleutelgat tot
het Reaalm van de Dertiende Heerser, en weldra ontvouwde zich voor mijn
oogen een zinderend schoon schouwspel. Slanke, ovale schimmen cirkelden
dwars door de rode duisternis naar voren. "Niet te dichtbij, of anders!"
schalde mijn kraakheldere stem en brak af, op zijn eigen weerkaatsing in het
lichtblauwe luchtledige. Ook de schimmen bezagen de gebeurtenissen vol
afschuw en tederheid in hun oogen. De opaalen schalen van geluk braken in
scherven.
beste lezers. Het verhaal Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel is een
interactief literair meesterwerk. Dit houdt in dat alle suggesties van uw
kant door de auteur in belangstellende overweging genomen worden, vervolgens
door hem bespot en beschimpt, en als u uw naam vermeld wordt u door de
auteur hoogstpersoonlijk uitgelachen. In afwachting van uw schrijven
verblijf ik.
Monday, October 12, 2009
VI
Uiteindelijk verloor Harrie het bewustzijn, en het kwaad kwam vanachter de bergen de ongerepte landen binnenstromen. Ze sprong, en een donkere lok viel voor ogen. De wereld hulde zich in schuld en zonde, bliksem en donder, en ging ten onder. hahahahahaaa! Ik ben snooood!!!... proclameerde de dood. Maar hij viel ten prooi aan de Honderdkoppige Wolf, die vanuit het diepst van zijn eigen nachtmerries was losgebroken, en de Dood met smeulende ogen besprong, en kokhalzend verzwolg. Het kosmische equilibrium brak af als een twijgje, het universum zwichtte en klapte in. Licht stokte en stolde, duisternis ontdooide en verdronk in zichzelf. Tenslotte waren alleen liefde en haat nog over. Zij keken elkaar aan in doodsangst, maar de dood was er niet meer, aleen meedogenloze leegte. Toen, op het wanhopigste moment, knapte het koord en brak de ban, en haat en liefde smolten samen. Dit was de vervulling, en hiermee was het eind van de eeuwigheid aangebroken.
Gewoon Harrie
En toen Harrie naar de wc was gegaan kwam hij er weer uit en bedacht zich dat hij zijn behoefte nog niet had gedaan. Zuchtend ging hij terug en vervolgde zijn taak. Het viel niet mee, geincarneerd te zijn. Het begon hem te vervelen, en hij begon zich te bezinnen op manieren om onder deze verplichtingen uit te komen. Hij kon er geen bedenken. Hij trok door en was van zijn materiele associaties verlost totdat hij, later op straat, een of ander mens tegen het lijf liep. Met haar enzo, en huid. Ontzettend irritant altijd. Daar wil je gewoon niet aan herinnerd worden. Potsikkie. Harrie had er genoeg van en besteeg de hemel, om daar een woordje met God te wisselen over deze kosmische grap waarmee Hij met hem had zitten sollen. Maar God was weer eens voor geen rede vatbaar, volkomen geabsorbeerd in zijn eigen, slechte, gevoel voor humor, Dus Harrie weer naar beneden en door met zijn leven. Hij kocht een halve kip bij de slager in het winkelcentrum en zakte op de bank met een joint en een aflevering van The Sopranos. Hij vergat zo zichzelf voor drie kwartier en begreep even wat het betekende mens te zijn. Maar daarna was hij weer gewoon Harrie.
Saturday, October 10, 2009
ja die avond
Jewaitet hoe het zit madderfakker - ik schrijf nu hier, het is laat, de avond wacht om neer te tuimelen over de grachtengordel, maar ik laat haar nog even wachten, bungelen aan de nok van de hemelkoepel - ik zeg fok de avond. Ik ben voor de dag. Dat is arbitrair, dat heb ik besloten in een totaal gedistantieerde bui, het besluit heeft geen verhouding tot "wie ik ben" of "waar ik naartoe ga", het besluit is uit de lucht komen vallen, precies zoals de avond dat nu ook zo graag zou doen - ironies! Ironies! zeg ik nog een keer. Bijzonder ironies. De avond ondertussen kleurt en fleurt en drammelt over bloemengeur en hangt de general nuisance uit om toch maar net dat stukje aandacht mee te pakken dat hij zo cravet - maar ik ga er niet op in. Als een volleerd leeuwentemmer of stierenvechter ga ik er niet op in, doe ik alsof mijn neus bloedt, rood als de kleuren van de avond die wel stijl heeft, die niet zo loopt te aniken met oranje paars en groengeel gifgasachtig palet en dan denkt origineel te zijn, modern of zelfs postmodern, wat kan het mij ook allemaal verrotten, die termen, een tafel is rond als er vlees op staat en verder, basta.
Monday, September 21, 2009
makreelbaars
De radeloze heerscharen op het omniversium toonden hun oerdrift aan de godinnen die stonden toe te kijken bij het biljart. De schemerlamp maaktde een roerend schijnselsfeertje en de whiskey vloeide rijkelijk. De bar was afgeladen met ploerten, wandaders en koalaberen, zoals elke vrijdagavond, als de discotheek aan de overkant ladies night had. Jongens, wat was het gezellig, reuze. In alle maten en soorten kwamen de hapjes voorbij, zalm, noem maar op, baars, eindeloos was de lijst, haast. Makreel, baars, zalmbaars, baarsmakreelzalm, baarsmakreelzalmbaars, de permutaties waren oneindig, en de buiken waren rond en tevreden toen men aan het eind van de avond bulderend als matrozen naar buiten tolde. De baas was tevreden, de kas was gespekt, het spek was gekast en de baas was gespekkast en legde zijn houten klompen op de hydraulische deskunit die zijn broertje, een buitenaards-wezensymathisant, voor hem uit de beruchte kosmische grabbelton in de wacht had weten te slepen. Ondertussen stond manneke brrr wat is het koud aan de andere kant van de steeg zijn sigaretje te roken en te vloeken dat het een jewelste was en verstoorde zo ietwat de rust in zijn buurt. Maar dat was hij gewend, dat deed hij wel vaker. Hij trok zich er niets van aan.
Tuesday, August 25, 2009
Jack en het keukenraam
Jack stond voor zijn keukenraam en rapsodiseerde over het houtwerk. 'Wat is dit voor een stom keukenraam,' raposdiseerde hij, 'dit houtwerk is niet mooi afgewerkt. Ik bel de timmerman.' Buiten raasde de wind. Jack belde de timmerman. Na drie keer rinkelen nam die op: 'Tims Timmerbedrijf, wat kan ik voor u doen?' 'Ja, met Jack. Mijn raampje is... niet goed ingemetseld. En het houtwerk is... niet bevrdedigend, van kwaliteit. Kun u vandaag nog langskomen?' 'Dat gaat lastig worden in dit weer, meneer, Jack... zei u? 'Klopt, Jack is de naam'. 'Dat gaat lastig worden in dit weer. Maar voor een extra commissie kan ik buiten kantooruren zien wat ik voor u kan doen.' 'Dat is goed. Komt u maar wanneer het u schikt, een extra commissie, als die niet buitensporig van omvang is, ligt op u te wachten.' 'Uitstekend dan, meneer Jack. Ik meld me dan rond de klok van koffietijd na het eten aan uw adres, mits dat in de stad is. Uw adres, waar woont u precies?' 'Ik woon aan de Kanarielaan. Nummer 88. Drie hoog. Ik zie u dan.' Jack hing op met een zucht van verlichting. Eindelijk zou zijn keukenraam aan de hoge eisen voldoen die hij stelde aan al zijn interieur. De dag was nu al geslaagd.
Saturday, August 22, 2009
raadsel en perk
Raderen, dalende kamers in schachten
klamme krochten, nachten vol wolken
bochten en zomen, gewaden
krampachtig naderen van de toren
Tegengas in de stoomfontein
oproer in de kluwe, de raderen stokken
in de keel van het zenuwcentrum
nagenoeg dicht, slechts speeksel
luistert naar de wind als het de vloer raakt
toch was hier een boom, een aangezicht
een redenloos bedrijf, gegarandeerd:
u wacht, wat is het, dat u drijft
hier te staan, in de wind?
De appel valt niet ver, maar rolt de heuvel af
botst tegen perk en paal, laat zicht niet bepalen
door tak of boom of knauw of klap van de molen
de redenen vechten om voorrang, de appel rolt
en komt dan tot stilstand aan de voeten van een weduwe.
klamme krochten, nachten vol wolken
bochten en zomen, gewaden
krampachtig naderen van de toren
Tegengas in de stoomfontein
oproer in de kluwe, de raderen stokken
in de keel van het zenuwcentrum
nagenoeg dicht, slechts speeksel
luistert naar de wind als het de vloer raakt
toch was hier een boom, een aangezicht
een redenloos bedrijf, gegarandeerd:
u wacht, wat is het, dat u drijft
hier te staan, in de wind?
De appel valt niet ver, maar rolt de heuvel af
botst tegen perk en paal, laat zicht niet bepalen
door tak of boom of knauw of klap van de molen
de redenen vechten om voorrang, de appel rolt
en komt dan tot stilstand aan de voeten van een weduwe.
Saturday, August 8, 2009
zweemnacht
Ah, de trammelant van een stoorzender in een ongerept woud van verderf. Het OK-en van een schimmenspel in het transdimentionele cinemacomplex bovenop de berg van technologisch onderricht. Het krankjoreme van het zinnige, het stoppelbaardmoeras van een doodleuk kompaantje in het wegversperringsgebied. Nimmer kwam de leeuwerik totaan de nachtegaal, maar de pracht en praal van haar stemgeluid weerklonk in vergelijkbare domeinen door en gouden ringen strengelden zich ook om haar staart, en zo was een ras geboren, een legende, een mythe en een vergeten geschiedenis, die zij deelden en waardoor het mogelijk was te spreken van muziek, zonder deze te horen.
Dwazen en koningen en ruiters reden de zon tegemoet, de zondvloed voorbij en de regendampen stijgend van de grasdistels kwamen tot leven aan hun voeten, hun hoeven en roestten hun ijzers om het geheel het gevoel van 'authentiek' mee te geven voor bij de hemelpoort, waar de picknick gepland was. Zonder roest aan je hoefijzers kan je niet aankomen bij die verweerde openbaring, en dat wist de voorzienigheid maar al te goed. In het ongewisse van deze overwegingen stormden de paarden en hun ruiters voort door de dorder geworden en weer opgebloeide vlakte, en passeerden meren en schepselen in die meren die het daglicht niet verdragen konden, en die zich onder rotsen verborgen hielden tot het maanschijnsel op de varens boven de oevers uitspande als een onzichtbaar net dat al het zichtbare wikkelt in een kristallen doorschijnendheid, waardoor zels het slechte zich durft te tonen, bevrijd van de vrees voor het eigene, het blijvende, het steeds grimmig wachtende donkere, de reptielenstaart in de geest die voortleeft, en als alles terugschreeuwt naar de maan glimlacht zij want het is haar te doen om die aandacht, dat stenen monster, dat heerst over de jachtvelden van welleer, de spijt en de pijn van het onongedaanmaakbare, het onaanraakbare dat onze maag roert als het daglicht vervaagt en de stenen trappen van het leven in hun schrijnenden weerbarstigheid naar boven kronkelen voor ons ontmaskerde geestesoog.
Dwazen en koningen en ruiters reden de zon tegemoet, de zondvloed voorbij en de regendampen stijgend van de grasdistels kwamen tot leven aan hun voeten, hun hoeven en roestten hun ijzers om het geheel het gevoel van 'authentiek' mee te geven voor bij de hemelpoort, waar de picknick gepland was. Zonder roest aan je hoefijzers kan je niet aankomen bij die verweerde openbaring, en dat wist de voorzienigheid maar al te goed. In het ongewisse van deze overwegingen stormden de paarden en hun ruiters voort door de dorder geworden en weer opgebloeide vlakte, en passeerden meren en schepselen in die meren die het daglicht niet verdragen konden, en die zich onder rotsen verborgen hielden tot het maanschijnsel op de varens boven de oevers uitspande als een onzichtbaar net dat al het zichtbare wikkelt in een kristallen doorschijnendheid, waardoor zels het slechte zich durft te tonen, bevrijd van de vrees voor het eigene, het blijvende, het steeds grimmig wachtende donkere, de reptielenstaart in de geest die voortleeft, en als alles terugschreeuwt naar de maan glimlacht zij want het is haar te doen om die aandacht, dat stenen monster, dat heerst over de jachtvelden van welleer, de spijt en de pijn van het onongedaanmaakbare, het onaanraakbare dat onze maag roert als het daglicht vervaagt en de stenen trappen van het leven in hun schrijnenden weerbarstigheid naar boven kronkelen voor ons ontmaskerde geestesoog.
een dwaas is geen dwaas
Ramshoorn, koortsdroom, rotsboom, lamskoren
wandelgang, trammelant, krochten diep, aftershock
klonterend ijs, wezels grijs, ronkeld staal, moordkabaal
rotsendamp krochten kramp, reddend vizier, ver van hier
stampend moord, rampenoord, doornendring, woordenring
Staand voor de nevel van zijn bestaan was Geraldibard, alias Henk, de contouren van dit dampenrijk aan het nagaan. Rond, scheef, recht, wat was het? Hij kon er zijn vinger niet op leggen. Hij probeerde het toch - de dampen weken voor zijn warme aanraking. Het was hem egaal - observeren was alles wat hij deed, voor nu. Hij staarde nog wat meer. Er kwam een bliksem uit, en een regenboog, en een paar groene geesten dansten rond en zijn oog nam de kleur en scherpte van een tijgeroog aan. Hij zag zijn eigen zien, en viel in een diepe slaap.
Dromen knaagden aan hem, hij rommelde met dromen, kastelen vielen en werden herbouwd uit grote grijze blokken, de jonkvrouw met haar witte kleed en gouden kroon gilde uit het raam en stortte zich in het vangnet van de uitgerukte brandweer, donkere wolken verzamelden zich zonder echt samen te pakken, de lucht was paars hier en blauw daar en rood boven de horizon, waar ook het geel van de zon te zien was. Geel, goud, Henk vond dit een alleraangenaamste combinatie. Hij stoof op zijn zwarte peerd richting die horizonten die zulk een plezierig patroon wisten voort te brengen. De jonkvrouw keek hem na, maar slechts voor de vorm. Oh die hoofse liefde, romantiek zonder aanrakingen, het hoogste van het hoogste, en zo volkomen onverifieerbaar voor de dagelijkse kost. Kom aan, Henk gaf zijn peerd de sporen en ze stoven nog harder, om het stuiven was het hen te doen, want het bereiken van de horizon of zelfs maar de gouden bol die daarboven hing, dat was immers een waanidee. Hoe hoofs de liefde van Henk ook was, een dwaas was hij niet.
Toen de koning uitgegeten was en hij zijn botten uitgespuwd had viel hij als een lege zak in elkaar. De lakeien moesten hem opvegen. Men vergaf het hem spoedig, want zijn regime verloor haar aantrekkingskracht op buitenlandse investeerders en rust kwam weer over de velden. Wijnranken ontsproten aan de dor geworden wildernis en brachten zoet-sappige, donkerpaars gevelde vruchten voort die het land ondersteunden in het terugvinden van zijn oorspronkelijke geestdriften en hartstochten. Lang duurde dit, eeuwen, eeuwen leefde het land in de zelfomsluitende vergetelheid, en het was goed. Toen de buitenlandse investeerders terugkeerden, met hun peerden, hun jeeps en privejets, toen had het land zich al duizendmaal in zijn graf ogedraaid en was zolangzamerhand wel toe aan een ontbijt. Maar eerst koffie. De slimme investeerders die hierop hadden geanticipeerd kregen het voor elkaar de natuurlijke grondstoffen van het land voor zich te winnen en zich ermee te verloven. Het honderdste jaar was eeuwig, en de sterren daalden neer tot in de kruin vaneen boom vol gevolgelte. Tsjielp tsjielp, leerden de leeweriken de sterren zingen. Nog nooit was de hemel zo paars, en de horizon zo rood, of geel of goud, naargelang door welke bril je onze historie pleegt te beschouwen.
wandelgang, trammelant, krochten diep, aftershock
klonterend ijs, wezels grijs, ronkeld staal, moordkabaal
rotsendamp krochten kramp, reddend vizier, ver van hier
stampend moord, rampenoord, doornendring, woordenring
Staand voor de nevel van zijn bestaan was Geraldibard, alias Henk, de contouren van dit dampenrijk aan het nagaan. Rond, scheef, recht, wat was het? Hij kon er zijn vinger niet op leggen. Hij probeerde het toch - de dampen weken voor zijn warme aanraking. Het was hem egaal - observeren was alles wat hij deed, voor nu. Hij staarde nog wat meer. Er kwam een bliksem uit, en een regenboog, en een paar groene geesten dansten rond en zijn oog nam de kleur en scherpte van een tijgeroog aan. Hij zag zijn eigen zien, en viel in een diepe slaap.
Dromen knaagden aan hem, hij rommelde met dromen, kastelen vielen en werden herbouwd uit grote grijze blokken, de jonkvrouw met haar witte kleed en gouden kroon gilde uit het raam en stortte zich in het vangnet van de uitgerukte brandweer, donkere wolken verzamelden zich zonder echt samen te pakken, de lucht was paars hier en blauw daar en rood boven de horizon, waar ook het geel van de zon te zien was. Geel, goud, Henk vond dit een alleraangenaamste combinatie. Hij stoof op zijn zwarte peerd richting die horizonten die zulk een plezierig patroon wisten voort te brengen. De jonkvrouw keek hem na, maar slechts voor de vorm. Oh die hoofse liefde, romantiek zonder aanrakingen, het hoogste van het hoogste, en zo volkomen onverifieerbaar voor de dagelijkse kost. Kom aan, Henk gaf zijn peerd de sporen en ze stoven nog harder, om het stuiven was het hen te doen, want het bereiken van de horizon of zelfs maar de gouden bol die daarboven hing, dat was immers een waanidee. Hoe hoofs de liefde van Henk ook was, een dwaas was hij niet.
Toen de koning uitgegeten was en hij zijn botten uitgespuwd had viel hij als een lege zak in elkaar. De lakeien moesten hem opvegen. Men vergaf het hem spoedig, want zijn regime verloor haar aantrekkingskracht op buitenlandse investeerders en rust kwam weer over de velden. Wijnranken ontsproten aan de dor geworden wildernis en brachten zoet-sappige, donkerpaars gevelde vruchten voort die het land ondersteunden in het terugvinden van zijn oorspronkelijke geestdriften en hartstochten. Lang duurde dit, eeuwen, eeuwen leefde het land in de zelfomsluitende vergetelheid, en het was goed. Toen de buitenlandse investeerders terugkeerden, met hun peerden, hun jeeps en privejets, toen had het land zich al duizendmaal in zijn graf ogedraaid en was zolangzamerhand wel toe aan een ontbijt. Maar eerst koffie. De slimme investeerders die hierop hadden geanticipeerd kregen het voor elkaar de natuurlijke grondstoffen van het land voor zich te winnen en zich ermee te verloven. Het honderdste jaar was eeuwig, en de sterren daalden neer tot in de kruin vaneen boom vol gevolgelte. Tsjielp tsjielp, leerden de leeweriken de sterren zingen. Nog nooit was de hemel zo paars, en de horizon zo rood, of geel of goud, naargelang door welke bril je onze historie pleegt te beschouwen.
Thursday, July 16, 2009
de ramshoorn, de ruiter, de dansvorm, de doornkrans, de muiter
Waterdromen stomen op naar kronen en tronen en demonen verstommen.
woningen verbloemd in woeste struiken, wijnen uit kruiken doen loden zeden ontduiken.
we ruiken de druiven, proeven de oersoep en wuiven naar buiten.
geluid van geschuifel, gefluister en dampen van kruiden die walmen door wuivende palmen.
woningen verbloemd in woeste struiken, wijnen uit kruiken doen loden zeden ontduiken.
we ruiken de druiven, proeven de oersoep en wuiven naar buiten.
geluid van geschuifel, gefluister en dampen van kruiden die walmen door wuivende palmen.
Sunday, July 5, 2009
geest
Terwijl de vlammen mijn dijen likken
en een rood branden mijn borst bronst
knarst een ander vuur in het vooronder
wachtend op zijn adem
en een rood branden mijn borst bronst
knarst een ander vuur in het vooronder
wachtend op zijn adem
Friday, June 26, 2009
ever since the watermelon
De tabak valt op de planken
roverszuchten uit het kruipend struikelgewas
doorziende eenheden treden aan het licht
de ramen zijn duister
de wint loeit straf.
Een briesje waait
over het gladde hout
rolt langs de rulle nerven
slingert om mijn been
en rukt de ingewanden uit de koorts die mij bezielt.
Tropenhout neuriet
ratelt het schip
flapperend zeildoek
al wat de kapitein doet
brengt de horizon naderbij.
roverszuchten uit het kruipend struikelgewas
doorziende eenheden treden aan het licht
de ramen zijn duister
de wint loeit straf.
Een briesje waait
over het gladde hout
rolt langs de rulle nerven
slingert om mijn been
en rukt de ingewanden uit de koorts die mij bezielt.
Tropenhout neuriet
ratelt het schip
flapperend zeildoek
al wat de kapitein doet
brengt de horizon naderbij.
Saturday, June 20, 2009
dat u bent
Waar vind je ze nog?
De roemloze schooier, de bakker zonder meel?
Waar is nog de melkloze koe, de zijdeloze rups
de schijnvertoning van de natuur?
Nee alles is echt
alles in leven
trotzdem, wat er is gegeven
te regel schrijft:
Wat bent U, dat u bent?
De roemloze schooier, de bakker zonder meel?
Waar is nog de melkloze koe, de zijdeloze rups
de schijnvertoning van de natuur?
Nee alles is echt
alles in leven
trotzdem, wat er is gegeven
te regel schrijft:
Wat bent U, dat u bent?
Sunday, June 7, 2009
los
Stromende regen
paarse, gele
krommende wegen
Bomen die hellen
over het pad
verbergen de hemel
Zwaard in mijn schede
schild op mijn steven
niets staat geschreven.
Tuesday, June 2, 2009
kruisingen met vuurpijlen
Waar gaat mijn weg heen grootse duivel?
grootse geest van goud gemaakt
geweren in de maneschijn
greppels door het sappig veld
noordewind, verstrooi mijn wil
mijn donderbliksem puur en pril
verzadig me met je sterke kruid
verlam me met je ijzeren vuist
te rotskam aan vogel vlieg
spat uiteen op boeg en beeld
geen sprake van een woord of kus
gericht aan mijn verlangen
Nee slechts de plicht die roept en krijst
als noodlotswinden beuken
sleuren rammen breken dreunen
in mijn borst waar ik verdwaal.
Friday, May 29, 2009
castricum-binnen
houten scheepjes dobberen
voorbij ons blinde zicht
de zon scheurt de schaduw
aan stukken onder mijn ogen
Weerbaar land, dit koninkrijk
almachtig raadsel zonder sleutel
de trouw van iemand ergens ver
aan een losgerukte dode wortel.
voorbij ons blinde zicht
de zon scheurt de schaduw
aan stukken onder mijn ogen
Weerbaar land, dit koninkrijk
almachtig raadsel zonder sleutel
de trouw van iemand ergens ver
aan een losgerukte dode wortel.
Monday, May 25, 2009
zand in mijn vuist
In steeds weer verlangend
krijgsgebrouwsel
wasemt de raad van de morgenstond
aan het glas
tussen mij en mijn hartstocht.
Zonnen zinken elke dag
manen drinken ons bloed
als weer eens de trommels zwijgen
aan het eind van de rand
waar het oordeel op zich laat wachten.
krijgsgebrouwsel
wasemt de raad van de morgenstond
aan het glas
tussen mij en mijn hartstocht.
Zonnen zinken elke dag
manen drinken ons bloed
als weer eens de trommels zwijgen
aan het eind van de rand
waar het oordeel op zich laat wachten.
Monday, May 18, 2009
touw om handen
De bakens breken, rotsen splijten
overvloed aan harde feiten
kronen, wanen, dromen, lagen,
woordenvloed verwoed gedragen
op de steile helling staan
brekend als de wind
over de trotse hoofden
van op drift geraakt wasdom
ratelende slangenkreten
mengen zich in de wind
schudden mij af op een rots
de naam van mijn naam
Vooralsnog vloedt het rood
om mij heen aan het eind
twee Adelaars en een baken
het voortouw neemt me in handen.
overvloed aan harde feiten
kronen, wanen, dromen, lagen,
woordenvloed verwoed gedragen
op de steile helling staan
brekend als de wind
over de trotse hoofden
van op drift geraakt wasdom
ratelende slangenkreten
mengen zich in de wind
schudden mij af op een rots
de naam van mijn naam
Vooralsnog vloedt het rood
om mij heen aan het eind
twee Adelaars en een baken
het voortouw neemt me in handen.
Wednesday, May 6, 2009
brak verlangen
De dromen komen uit een duister geslacht
de tranen zweven boven de wolken van macht
de ramen zijn zwart
zij is vertrokken
altijd voor eeuwig ontroostbaar verteren
knagende magen van leer
de tanden des tijds doen me denken
maar in godnaam aan wat?
Mijn leven spint, mijn ziel weeft
mijn blik schiet in het rond
het geluk lacht me toe in de spiegel
aan de andere kant van de deur.
rond de rijkwijdte van de vuurdoop
sleurt de hete adem van de wanhoop
me mee op zijn zieke ros
schuimbekkend door het wervelende onheil
de tranen zweven boven de wolken van macht
de ramen zijn zwart
zij is vertrokken
altijd voor eeuwig ontroostbaar verteren
knagende magen van leer
de tanden des tijds doen me denken
maar in godnaam aan wat?
Mijn leven spint, mijn ziel weeft
mijn blik schiet in het rond
het geluk lacht me toe in de spiegel
aan de andere kant van de deur.
rond de rijkwijdte van de vuurdoop
sleurt de hete adem van de wanhoop
me mee op zijn zieke ros
schuimbekkend door het wervelende onheil
Sunday, April 12, 2009
New York
Zij rode pilaren woest en recht
barbaarse wemelstad
godszieke ontwoekering
evenredig halfslachtig met de maan
barstend als de zon
haar gloed overweldigt me
door de ruit van mijn kameraard
gestorven in haar armen
haar eleusische velden snachts
als er gemoord wordt
mijn slaap was kristalzoet
barbaarse wemelstad
godszieke ontwoekering
evenredig halfslachtig met de maan
barstend als de zon
haar gloed overweldigt me
door de ruit van mijn kameraard
gestorven in haar armen
haar eleusische velden snachts
als er gemoord wordt
mijn slaap was kristalzoet
Sunday, April 5, 2009
een veertje
Straatvechters komen op me af met knuppels
messen kapotgeslagen flessen
groen van kleur bij het rood in hun ogen
mijn vizier staat scherp
Tegendraads handvat wentelt in de berg
bestendigt de kern en vergrendelt
Klemvast, de raakvlakkenmachine keert zich tegen de ronde bol,
de teraardebestelling van een hemelbestormer.
Waar is de mist de mist die me parels deed zien
geen parelzweet of tranen
maar een fijnzilveren rag
Opengereten hartjeskussens bij het grof vuil
later vond ik nog in een halfgelezen boek
een veertje
Friday, April 3, 2009
Ikonoklastenes aan de rivier
Zij was een dierlijk fenomeen
haar blik een gevaarlijke gave
waar zij haar voeten plantte
gaf zich niets meer nadien
tot ik in oker hemelkleed
verkrampte onder mijn dekking
en me vroeg wie ben ik?
was zij mijn firmament
toen dan die wapperende vlag
mij stemde tot een valse zang
en bergafwaarts deed verdwalen
zag ik haar ogen breken.
haar blik een gevaarlijke gave
waar zij haar voeten plantte
gaf zich niets meer nadien
tot ik in oker hemelkleed
verkrampte onder mijn dekking
en me vroeg wie ben ik?
was zij mijn firmament
toen dan die wapperende vlag
mij stemde tot een valse zang
en bergafwaarts deed verdwalen
zag ik haar ogen breken.
Tuesday, March 31, 2009
lap van rood
Mijn lot mijn lot weerbarstige bok
rotsensplijter, ijzertemmer, breedbeeldkanon
totaan het vaardig torenspel
waar de klaagmuur afhandig wordt gemaakt.
rotsblokken rollen over de sterrenboulevard
etalages in puin.
krantekoppen flakkeren als vlammen
de leeuwen bijeen.
Groene ogen jakhals
gouden bijl - een slag
Wat er vloeit is overtollig.
De droom is wakker en de vlieger rukt aan de wind
de wolken suizen omlaag naar de rokken van een kind
zand stuift op.
rotsensplijter, ijzertemmer, breedbeeldkanon
totaan het vaardig torenspel
waar de klaagmuur afhandig wordt gemaakt.
rotsblokken rollen over de sterrenboulevard
etalages in puin.
krantekoppen flakkeren als vlammen
de leeuwen bijeen.
Groene ogen jakhals
gouden bijl - een slag
Wat er vloeit is overtollig.
De droom is wakker en de vlieger rukt aan de wind
de wolken suizen omlaag naar de rokken van een kind
zand stuift op.
Monday, March 30, 2009
flits
Lente, lente, rijg je gele jurk een krul een lint
strik om je wervellbloesem, doe 'm goed in je haar -
grandioze boomgaarden applauderen met appels en peren
honing en bijen en beren, blije geleerden met zere hoofden die ooit in spoken geloofden!
strik om je wervellbloesem, doe 'm goed in je haar -
grandioze boomgaarden applauderen met appels en peren
honing en bijen en beren, blije geleerden met zere hoofden die ooit in spoken geloofden!
Friday, March 27, 2009
de beat
Beestachtige barometer
ratjetoe, rotspartij
regelmaat van onder de klok,
de nagels van de kat,
het denderen van de kern.
Regen als sterren boven dit bed,
dit haardvuur in open hemel onder de wind
knisperend zonder begin,
De zon zinkt flonkerend in vonkenrood
achter een verre kloof.
ratjetoe, rotspartij
regelmaat van onder de klok,
de nagels van de kat,
het denderen van de kern.
Regen als sterren boven dit bed,
dit haardvuur in open hemel onder de wind
knisperend zonder begin,
De zon zinkt flonkerend in vonkenrood
achter een verre kloof.
sjamaneschijn
Totaan de oever van de rivier, totaan de waterval! Haar parasol wapperde in de wind. Haar gezicht spatte nat. De forellen dansten in de klaterende golfjes op het nat. Bomen wuifden vochtig in de zon. De stralen warmden de stenen in banen langs de boomstammen die damten, en waaraan eekhoorns zich vasthielden die de firsse wasse luch topsnuffelden. Hun oogjes plots verstard op iets, dat ze hoorden of zagen aan de overkant. Daar waren rovers, die houten kisten sleepten, met ijzeren randen. Een droeg een toorts en een baard, de anderen waren kaal en kibbelden.
Een bootje lag lags de oever, de mannen namen er onhandig in plaats, en zetten zich af van de oever. Onmiddelijk nam de stroom het scheepje en tolde het over de baren. De rovers klampten zich vast aan de randen en lieten zich ongemakkelijk stroomafwaarts afvoeren.
De zon ging door met schijnen en de lucht dampte lustig verder. De planten groeiden en vogeltjes zoefden er tussendoor. Het was een getwetter van jewelste. Plotseling stak een medicijnman de kop op, en zijn speer omhoog. Hoela! Riep hij, en het onweer barstte los.
De rivier werd grijs, de zon verdween, en de rotsen ketsten het water afwerend van zich af. Binnen de korste keren was de waterval verdwenen in een dampende mist.
Heet was het nog steeds.
Een bootje lag lags de oever, de mannen namen er onhandig in plaats, en zetten zich af van de oever. Onmiddelijk nam de stroom het scheepje en tolde het over de baren. De rovers klampten zich vast aan de randen en lieten zich ongemakkelijk stroomafwaarts afvoeren.
De zon ging door met schijnen en de lucht dampte lustig verder. De planten groeiden en vogeltjes zoefden er tussendoor. Het was een getwetter van jewelste. Plotseling stak een medicijnman de kop op, en zijn speer omhoog. Hoela! Riep hij, en het onweer barstte los.
De rivier werd grijs, de zon verdween, en de rotsen ketsten het water afwerend van zich af. Binnen de korste keren was de waterval verdwenen in een dampende mist.
Heet was het nog steeds.
Monday, March 23, 2009
De woestenij brengt kreten voort
verstard in ijle lucht
verstoten van de hemelpoort
kom jij bij mij terug
ik ben je spelonk, je vleermuis
mijn ogen rood en hard
jij bent mijn reageerbuis
jouw ogen zijn verstard
Maar ik geef niet om wat je ziet
als je naar buiten tuurt
het grote onrecht, het verdriet
dat bij jou binnen gluurt.
Maar lost op in je hart dat grillt
dat kookt en braadt en brandt
al het vlees dat in je kuip
kruipt, knaagt aan je verstand.
verstard in ijle lucht
verstoten van de hemelpoort
kom jij bij mij terug
ik ben je spelonk, je vleermuis
mijn ogen rood en hard
jij bent mijn reageerbuis
jouw ogen zijn verstard
Maar ik geef niet om wat je ziet
als je naar buiten tuurt
het grote onrecht, het verdriet
dat bij jou binnen gluurt.
Maar lost op in je hart dat grillt
dat kookt en braadt en brandt
al het vlees dat in je kuip
kruipt, knaagt aan je verstand.
Wednesday, March 18, 2009
per dag een nacht
Teweeg brengen, warme hemel
dat grote azuur van voorbijgaande aard
over het grasveld
je schaduwen dansen mee
rammelen door de zandbak die kwettert
het terras, glas en hard licht
Maar zinkt daar de avond
de berenklauwen aan het duistere slootje
zonder bruggetje naar de overkant
Zakt daar die zwijgzame mist in het gras en het grind
de koude stilte ademt
diep vuur in huis
dat grote azuur van voorbijgaande aard
over het grasveld
je schaduwen dansen mee
rammelen door de zandbak die kwettert
het terras, glas en hard licht
Maar zinkt daar de avond
de berenklauwen aan het duistere slootje
zonder bruggetje naar de overkant
Zakt daar die zwijgzame mist in het gras en het grind
de koude stilte ademt
diep vuur in huis
Wednesday, March 11, 2009
3 strofen voor het naar bed gaan
Het doet er stoer toe. De roede striemt,
op het scherpst van de snede wandelt wie
niet handelt.
Handen af van de pan, kok
schok, brand rond de wokrand
gromt er wrok?
Wandelt een tak? Zwendelt een zwakke?
is alles gereed en gerund? Verdedigt het punt
zijn nut?
op het scherpst van de snede wandelt wie
niet handelt.
Handen af van de pan, kok
schok, brand rond de wokrand
gromt er wrok?
Wandelt een tak? Zwendelt een zwakke?
is alles gereed en gerund? Verdedigt het punt
zijn nut?
Monday, March 9, 2009
doel aller wegen
Zware onweerslucht in mijn borst
hangt naar pleinen, keien, muren
kozijnen, hoog in romig pleisterwerk
Fonteinen spuiten, fruit ligt buiten
priemend licht, hete hemel
zweet plakt op mijn zwellende borst
Water drinken is beelden zien
raken met mijn ogen, pakken, wrijven
heilig is het zoete vuil van eeuwen
Je stad, Europeër, waanzinsmens
haar wapperende rok haar schorre stem
haar afgeragde eeuwigheid
Bijtel in mijn hart
haar opengesperde ochtend
mijn bloed wil aan haar kleven.
hangt naar pleinen, keien, muren
kozijnen, hoog in romig pleisterwerk
Fonteinen spuiten, fruit ligt buiten
priemend licht, hete hemel
zweet plakt op mijn zwellende borst
Water drinken is beelden zien
raken met mijn ogen, pakken, wrijven
heilig is het zoete vuil van eeuwen
Je stad, Europeër, waanzinsmens
haar wapperende rok haar schorre stem
haar afgeragde eeuwigheid
Bijtel in mijn hart
haar opengesperde ochtend
mijn bloed wil aan haar kleven.
Friday, March 6, 2009
three ways to get unraveled
Waarheid wervelt
wrikt in weerstand
worstelt wegen
wachtend langs krijtstenen kusten
op jou.
Wegen krommen
draaien woelen
door de bossen
vlees met room en bessen
boven het zilveren dal
Daken roken
Indianen
dansen op vuur
ik wis mijn ruit
met koel machtsbesef
wrikt in weerstand
worstelt wegen
wachtend langs krijtstenen kusten
op jou.
Wegen krommen
draaien woelen
door de bossen
vlees met room en bessen
boven het zilveren dal
Daken roken
Indianen
dansen op vuur
ik wis mijn ruit
met koel machtsbesef
Wednesday, March 4, 2009
henk is kwaad
Licht vloei aan! Bereik je westen!
Keer om de ommekeer, draai om de draai, raad het raadsel, knaag het knaagsel
het wagen van het waagstuk verdraagt geen vraagstuk
lig braak, tig keer vaak
bliksem slaat in waar de rotsen tot grind worden gekraakt
we botsen in de binnenbocht
we rossen in benzinelucht
we krijgen onderricht
Donderschichten richten zich op het mondstuk van de opsmuk
de grondvraag die ontwaakt verdraagt geen opdruk
slaat een brug waar hij zich losrukt van de burcht
die verzucht en bergt en wurgt.
Keer om de ommekeer, draai om de draai, raad het raadsel, knaag het knaagsel
het wagen van het waagstuk verdraagt geen vraagstuk
lig braak, tig keer vaak
bliksem slaat in waar de rotsen tot grind worden gekraakt
we botsen in de binnenbocht
we rossen in benzinelucht
we krijgen onderricht
Donderschichten richten zich op het mondstuk van de opsmuk
de grondvraag die ontwaakt verdraagt geen opdruk
slaat een brug waar hij zich losrukt van de burcht
die verzucht en bergt en wurgt.
kersenbloeden
Het stuurloze schip
op de batterij van de zomerpiraat
stond aan wal met een kerstbloeden.
Zomer! Zomer! koekeloert de haan in zijn piepboekje
maar hij slaat van 1 2 3
lege bladzijden om.
Een gesternte staat aan lagerwal
waar ik boender
en zuig
en dien tot leven
waar leven dienstig maakt.
Kom aan wal! Buldert de kapitein.
Eet mijn kost, schrob jezelf.
Maar het waar ga je heen van de trainer omwervelt Rome.
op de batterij van de zomerpiraat
stond aan wal met een kerstbloeden.
Zomer! Zomer! koekeloert de haan in zijn piepboekje
maar hij slaat van 1 2 3
lege bladzijden om.
Een gesternte staat aan lagerwal
waar ik boender
en zuig
en dien tot leven
waar leven dienstig maakt.
Kom aan wal! Buldert de kapitein.
Eet mijn kost, schrob jezelf.
Maar het waar ga je heen van de trainer omwervelt Rome.
Sunday, March 1, 2009
De troepenmacht van het evenwicht
kromt zich om mijn kommer en kwel
bombardeert mijn assenstelsel
rammelt aan mijn raderen.
Kommandeer de kommandant! Verorber zijn zwijnen! Slobber van zijn brandewijn! Verscheur zijn betekenis!
Klare ramen wasemloos
dames azen argeloos
het scheepswrak spoelt aan
tussen de goederen zonder bestemming.
kromt zich om mijn kommer en kwel
bombardeert mijn assenstelsel
rammelt aan mijn raderen.
Kommandeer de kommandant! Verorber zijn zwijnen! Slobber van zijn brandewijn! Verscheur zijn betekenis!
Klare ramen wasemloos
dames azen argeloos
het scheepswrak spoelt aan
tussen de goederen zonder bestemming.
Saturday, February 28, 2009
waarom toch die vogel
Rijzend wasdom
allergische trots
mensen in de maan
onder een boom gebeurt het
warrige draken staan star in hun kleur
boven het paleis
een wolf verdwaalt in de gekortwiekte tuin
de rotstekeningen op de muur van zijn ziel
ze herinneren hem aan zijn tafel, zijn brief.
zijn handschrift drenkt in het berglandschap
terrassen, keien en kettingen waarachter honden janken
huilen bijten we
leunen we de overvloed aan
dronken zwalken we
het papier is droog
de inkt is van een wasem die paars is in zijn gezamelijke arendsboezem -
allergische trots
mensen in de maan
onder een boom gebeurt het
warrige draken staan star in hun kleur
boven het paleis
een wolf verdwaalt in de gekortwiekte tuin
de rotstekeningen op de muur van zijn ziel
ze herinneren hem aan zijn tafel, zijn brief.
zijn handschrift drenkt in het berglandschap
terrassen, keien en kettingen waarachter honden janken
huilen bijten we
leunen we de overvloed aan
dronken zwalken we
het papier is droog
de inkt is van een wasem die paars is in zijn gezamelijke arendsboezem -
vogelvrije balthasar
Het ruist in mij ik ben de Duivel
de bomen wuiven argwanend
de treden zijn betreden door de sterren
ik zie de verte
Naargelang de avond vordert
worden alle planten dorder
worden alle dromen zwakker
ik ben wakker
Aangaande het verstarren van
de assen van het karrespan
is alles anders 'snachts
als alles mag en past
De last is rood, de leugen geel
tijgerogen, grijp je keel
bijt je eelt, rijp je teelt
verzwijg je deel of krijg teveel
de bomen wuiven argwanend
de treden zijn betreden door de sterren
ik zie de verte
Naargelang de avond vordert
worden alle planten dorder
worden alle dromen zwakker
ik ben wakker
Aangaande het verstarren van
de assen van het karrespan
is alles anders 'snachts
als alles mag en past
De last is rood, de leugen geel
tijgerogen, grijp je keel
bijt je eelt, rijp je teelt
verzwijg je deel of krijg teveel
Friday, February 27, 2009
tail of the dragon
De trage, verstrekkende gevolgen
van het wenende gras in de waarheid
van het rimpelend stilzwijgen
vleien zich langs mijn vlot
De avondwind steekt op
de ramen zwart, het schip hol
vuur en bier, gebraden adem
koortsachtig zeemanslied
Wolven in een ander woud
met dennenheuvels zonder einder
ze laven zich aan mijn melk
Korinthische wanen en zuilen
geoliede tempels
wortelen zich in mijn weerbarst
van het wenende gras in de waarheid
van het rimpelend stilzwijgen
vleien zich langs mijn vlot
De avondwind steekt op
de ramen zwart, het schip hol
vuur en bier, gebraden adem
koortsachtig zeemanslied
Wolven in een ander woud
met dennenheuvels zonder einder
ze laven zich aan mijn melk
Korinthische wanen en zuilen
geoliede tempels
wortelen zich in mijn weerbarst
Thursday, February 26, 2009
back at one
Sterren vallen
remmen dwalen
Ooit was alles
in een hoek van de kamer
waar ze niet danst
de as, gefixeerd op mijn ...
de bubbels, de rand
de rand van het, de as
de muziek sterft weg
haar dans wankelt
De starende bewegingsloosheid
de nieuwe muziek
de lacht die barst
vuur nieuw vuur
alles altijd totaan
de rand van de uitvlucht
de duif, de vredesbelofte aan de andere kant
van de muziek
de kurk drijft
in de smaak
van de wijn maar zij drinkt niet
de avond ligt aan haar voeten
net als de foto die ze eigenlijk niet neer had willen leggen
ze drinkt toch
haar schilderij is paars
remmen dwalen
Ooit was alles
in een hoek van de kamer
waar ze niet danst
de as, gefixeerd op mijn ...
de bubbels, de rand
de rand van het, de as
de muziek sterft weg
haar dans wankelt
De starende bewegingsloosheid
de nieuwe muziek
de lacht die barst
vuur nieuw vuur
alles altijd totaan
de rand van de uitvlucht
de duif, de vredesbelofte aan de andere kant
van de muziek
de kurk drijft
in de smaak
van de wijn maar zij drinkt niet
de avond ligt aan haar voeten
net als de foto die ze eigenlijk niet neer had willen leggen
ze drinkt toch
haar schilderij is paars
Wednesday, February 25, 2009
klare taal
De rakende scheepsladingen per direct
rammelend langs de kusten
zeerovers dansen
er is geen wereld meer te winnen
Het tijdsgewricht knakt om
en om en om
te draaien voor een wind
voor een storm in een leeg glas
Het avondlied weerklinkt
in de verre kamers
uit kelen, rokend, drinkend, dwars
op het licht van de wateren
Weerbaarheid, waakaamheid
terreur voor dichte deuren
felle kleuren, afgebakend
ten behoeve van een wielerronde.
rammelend langs de kusten
zeerovers dansen
er is geen wereld meer te winnen
Het tijdsgewricht knakt om
en om en om
te draaien voor een wind
voor een storm in een leeg glas
Het avondlied weerklinkt
in de verre kamers
uit kelen, rokend, drinkend, dwars
op het licht van de wateren
Weerbaarheid, waakaamheid
terreur voor dichte deuren
felle kleuren, afgebakend
ten behoeve van een wielerronde.
Tuesday, February 24, 2009
noodlot van de nacht
Wemelend, het werelds woud
de pracht en praal, de slangen
goud, linanen, vochtig mals
miljard verborgen gangen
Alles stoomt, het zonnezweet
de parelmist vangt stralen
vurig sap dat kokend heet
kolkt door dikke aderen
Blikken schieten door de nevels
schampen langs het stomend loof
dat rilt van koorts in teder weefsel
maar binnen zijn de bomen doof
En blind het hout, de wortels graven
dieper dan het licht kan zien
de nacht vertrouwt, vermorzelt er aarde
de pracht en praal, de slangen
goud, linanen, vochtig mals
miljard verborgen gangen
Alles stoomt, het zonnezweet
de parelmist vangt stralen
vurig sap dat kokend heet
kolkt door dikke aderen
Blikken schieten door de nevels
schampen langs het stomend loof
dat rilt van koorts in teder weefsel
maar binnen zijn de bomen doof
En blind het hout, de wortels graven
dieper dan het licht kan zien
de nacht vertrouwt, vermorzelt er aarde
op dat ze niet beter verdient.
Sunday, February 22, 2009
dal onder vuur
Draaiend in de wind als toortsen
hete vlammen, bevend, koortsig
zuidwest, noordwest, noord
weg uit dit oord.
Moordend, klievend, rechte weg
baant zich mes aan mes, gevecht
van lichte waarheid, zware leugens
wapper wakker wapenen, vleugels!
Want steen erft de eeuwigheid
de lege rede,
hete vlammen, bevend, koortsig
zuidwest, noordwest, noord
weg uit dit oord.
Moordend, klievend, rechte weg
baant zich mes aan mes, gevecht
van lichte waarheid, zware leugens
wapper wakker wapenen, vleugels!
Want steen erft de eeuwigheid
de lege rede,
En koren zingt verloren dochter
tot zich in het ochtendgloren.
Torenzon, kraak je macht
splijt hem als een najaarsnacht
rommelt over de huizen
al niet je hete regen?
tot zich in het ochtendgloren.
Torenzon, kraak je macht
splijt hem als een najaarsnacht
rommelt over de huizen
al niet je hete regen?
Friday, February 20, 2009
de grote vaart
Zijn liefde komt in grote schepen
stomers, oceanenvreters
Armada's breken door de einder
Zon verzuipt in rode wijn.
Tafelbergen stapelwolken,
kraken, breken draaien, kolken
razend in het schuim, de schipper
klieft de klippen dwars op schuin.
Zijn pruimtabak, zijn trots is rauw
kauwend, handen ruig van touw
en hout doorvorst met zout
zijn trouw is vast als rots.
Zee o dorstig vorstendom
Jouw golven voor jouw wolvenjong
jouw baren in de maneschijn
je klare reine water.
stomers, oceanenvreters
Armada's breken door de einder
Zon verzuipt in rode wijn.
Tafelbergen stapelwolken,
kraken, breken draaien, kolken
razend in het schuim, de schipper
klieft de klippen dwars op schuin.
Zijn pruimtabak, zijn trots is rauw
kauwend, handen ruig van touw
en hout doorvorst met zout
zijn trouw is vast als rots.
Zee o dorstig vorstendom
Jouw golven voor jouw wolvenjong
jouw baren in de maneschijn
je klare reine water.
Thursday, February 19, 2009
omringd door steen
Evenbeeld, treed nader!
Wilgen, hangend boven de zandbak
we zitten in het donker
naast elkaar
Je sjaal verhult de kou in mij
de twijfel in mijn borst
de twijfel die bevriest
ik ben van jou
We gaan verder, later zal het sneeuwen
voor ons zeg jij lachend
een silhouet passeert
verdwijnt in de nacht
De wijn wacht op tafel
naast de witte kelken
Ik sluit de gordijnen
en lees je blik
Wilgen, hangend boven de zandbak
we zitten in het donker
naast elkaar
Je sjaal verhult de kou in mij
de twijfel in mijn borst
de twijfel die bevriest
ik ben van jou
We gaan verder, later zal het sneeuwen
voor ons zeg jij lachend
een silhouet passeert
verdwijnt in de nacht
De wijn wacht op tafel
naast de witte kelken
Ik sluit de gordijnen
en lees je blik
Wednesday, February 18, 2009
vacant lot
Het leven is een schorpioen voor haar
de raadsels rijgen aan haar haar
terstond verstomt de morgenstond
terdege ruist haar borst en mond
kom maar, kom alles in de lucht
het water, klotsend op de vlucht
de aarde, vuur verzengt de planten
achter, voor, aan alle kanten.
Rede, rammelend als houten wielen
beden, smekend, rauwe knieen
ik kom hier in alle staten
zeewind, wier en kale graten
Strekkend op de norse platen
norse kusten, kwade waters
ik ben hier, ik ruik de adem
strek me uit in duistere baden.
Kom maar met me, trek me voort
doe me eens en twee keer voor
kemel in de avondzon
deel wat hier heeft plaatsgevonden
trek me terug, eigen weerd
eigen haard, eigen eer
steeds weer demster, grof van korrel
gitzwart pek komt opgeborreld.
Niemand weet deze plaats
ik ken hem al sinds ik besta
de rede valt, de beker staat
tree na tree na tree vergaat
op de kost, voor de tast
redelijke meetlat past
krijgerstronie, kale bast
rafel-vlag rukt aan de mast.
ik kom hier in alle staten
zeewind, wier en kale graten
Strekkend op de norse platen
norse kusten, kwade waters
ik ben hier, ik ruik de adem
strek me uit in duistere baden.
Kom maar met me, trek me voort
doe me eens en twee keer voor
kemel in de avondzon
deel wat hier heeft plaatsgevonden
trek me terug, eigen weerd
eigen haard, eigen eer
steeds weer demster, grof van korrel
gitzwart pek komt opgeborreld.
Niemand weet deze plaats
ik ken hem al sinds ik besta
de rede valt, de beker staat
tree na tree na tree vergaat
op de kost, voor de tast
redelijke meetlat past
krijgerstronie, kale bast
rafel-vlag rukt aan de mast.
Tuesday, February 17, 2009
wakker woelend
Wonderschone donderdromen
omgekomen zonnebomen
tonnen lome dom gekroonden
stoom, open hoofden, wanen
vervliegt de wind, zand erover
briesend kind, rammen, roven
verkies ik wat ik kan geloven
waarom is de ban gebroken?
Stapelgek, de wereld tolt
de ramen schudden in het holst
de krijgerdans versteent zijn lot
de evenaar verstrikt op slot
geroken heb ik deze kansen
deze dansen, vrouw en man
rauwe branden, kauwend, tanden
knarsend, knauwend blauwe banden
blauwe plekken, zweren kneuzen
reuzen, beulen, beren, veulens,
dieren, geesten, kale wezen
gesels, droesem, vreemde keuze
omgekomen zonnebomen
tonnen lome dom gekroonden
stoom, open hoofden, wanen
vervliegt de wind, zand erover
briesend kind, rammen, roven
verkies ik wat ik kan geloven
waarom is de ban gebroken?
Stapelgek, de wereld tolt
de ramen schudden in het holst
de krijgerdans versteent zijn lot
de evenaar verstrikt op slot
geroken heb ik deze kansen
deze dansen, vrouw en man
rauwe branden, kauwend, tanden
knarsend, knauwend blauwe banden
blauwe plekken, zweren kneuzen
reuzen, beulen, beren, veulens,
dieren, geesten, kale wezen
gesels, droesem, vreemde keuze
Sunday, February 15, 2009
hier, nu
Bikkelzoet, bitterhard,
schimmenspel, schaduwnacht
van de liefde aangebracht
strand, zee, waterkracht
Lieve ochtend, wazig licht
tong geroerd, vuur gesticht
rode lakens, traag gedicht
morgendauw op je gezicht
De zon die roert zich, sluipt nabij
ongedurig ruist het tij
buiten achter de gordijnen
ligt de dag te deinen
Sijpelt binnen, warme stralen
raken de beslagen ramen
schimmenspel, schaduwnacht
van de liefde aangebracht
strand, zee, waterkracht
Lieve ochtend, wazig licht
tong geroerd, vuur gesticht
rode lakens, traag gedicht
morgendauw op je gezicht
De zon die roert zich, sluipt nabij
ongedurig ruist het tij
buiten achter de gordijnen
ligt de dag te deinen
Sijpelt binnen, warme stralen
raken de beslagen ramen
zachtjes klimt je adem
op bergen en door dalen
op bergen en door dalen
Friday, February 6, 2009
verschrikking
Het hele verre, het onafzichtelijk onbegrijpelijk verwijderde,
de toestand, de magie, de stukgeslagen bres, boeg, bok
De paarden in vogelvlucht, de verschrikking in de ochtendzucht
Tot stand kwam de verdoemenis in een achterkamer
Men dacht dat het
een jong katje was.
Rode lichten, zwarte daken
teergestemde, teerbeminde
kristallen vaas van jongensgeest
Rokend op een jeugd in rood
ronkende motoren
stuurloos schip van woede
de toestand, de magie, de stukgeslagen bres, boeg, bok
De paarden in vogelvlucht, de verschrikking in de ochtendzucht
Tot stand kwam de verdoemenis in een achterkamer
Men dacht dat het
een jong katje was.
Rode lichten, zwarte daken
teergestemde, teerbeminde
kristallen vaas van jongensgeest
Rokend op een jeugd in rood
ronkende motoren
stuurloos schip van woede
Wednesday, February 4, 2009
onder onze esdoorn
Ik weet niet van waar
de ogen me zien
als ik aan je denk.
Begraven en verloren
ligt iets tastbaars
in een gouden kistje
De wind huilt
bladeren schermen
iets af voor mijn hart
Wortels, geheimen,
ik ga er vanuit
maar ken ze niet.
Monday, February 2, 2009
warm walhallah
Torenhoog is de koorts die zwelgt in zichzelf
de Avondrode krijgskaste verdrinkt in zijn zweet
het wasemen staat hem nader dan het ademen
de Toren ramt in zijn bewustzijn
Koekeloeren kan altijd
de schaft is afgeschaft
de koning sterft
het leer trekt
Wie weet waar wat
walhalla hemel, hel en Kazachstan
Siberie, rivieren bevriezen
in mijn kop.
Terug naar daar
in het hars
vreemde moeder
angelkoningin
Tot in oerdrift
slijpt de schelp
rotsblok na rotsblok
Vergruizelt men rotsblokken
in een luide slaap
of laat men het
aan de zee over?
de Avondrode krijgskaste verdrinkt in zijn zweet
het wasemen staat hem nader dan het ademen
de Toren ramt in zijn bewustzijn
Koekeloeren kan altijd
de schaft is afgeschaft
de koning sterft
het leer trekt
Wie weet waar wat
walhalla hemel, hel en Kazachstan
Siberie, rivieren bevriezen
in mijn kop.
Terug naar daar
in het hars
vreemde moeder
angelkoningin
Tot in oerdrift
slijpt de schelp
rotsblok na rotsblok
Vergruizelt men rotsblokken
in een luide slaap
of laat men het
aan de zee over?
blik op zwart zand
Wauw. De hardhandige krachtinspanning roept om meer
De schurkenstaat in mijn hart grijpt om zich heen maar vergeefs
De stoeten arendsogen en tijgerstrepen marcheren door mijn ziel
De tovenaarsleerling komt bij zinnen in een bad van gerijmdheid
De kokendhete bloeduitspatting doet de toren van hoogmoed wankelen
Tot slot neemt de gelukzaligheid de tournedos van de streber in zijn wad.
De schurkenstaat in mijn hart grijpt om zich heen maar vergeefs
De stoeten arendsogen en tijgerstrepen marcheren door mijn ziel
De tovenaarsleerling komt bij zinnen in een bad van gerijmdheid
De kokendhete bloeduitspatting doet de toren van hoogmoed wankelen
Tot slot neemt de gelukzaligheid de tournedos van de streber in zijn wad.
Thursday, January 29, 2009
druiven in de wind
De wijnranken in de vallei wiegen op het briesje dat afdaalt van de koude heuvels.
De druiven denken: wat is daarboven? Waarom is het er zo koud? Gelukkig zijn wij hier.
Bovenop de heuvel staat een hut, erin woont een man die van wijn houdt. Het houdt hem warm. Het houdt van hem.
De man en de druiven kennen elkaar niet. Maar ze zijn voor elkaar gemaakt, en alles komt goed.
De druiven denken: wat is daarboven? Waarom is het er zo koud? Gelukkig zijn wij hier.
Bovenop de heuvel staat een hut, erin woont een man die van wijn houdt. Het houdt hem warm. Het houdt van hem.
De man en de druiven kennen elkaar niet. Maar ze zijn voor elkaar gemaakt, en alles komt goed.
Tuesday, January 27, 2009
basta
Een roos zo rood
dat hij bloedt
een wapen zo echt
dat het pijn voelt
een kamer zo ruim
dat hij het middel
van de wereld
in mijn drinkgelach siert
Tot achterin de bus
loop ik met de intentie
dat ik aankom
ik haal de tweede ster
van het firmament
tot slot
is er zand.
Thursday, January 22, 2009
toen, daar
Hanengekraai. Hetzelfde vuur brandt. De tegenstrijd zit erop, de ochtendlucht kleurt. Als de vogels hun nesten verlaten schemert de zon brandend langs de randen van de blaadjes.
Ik weet niet wie deze tijd beheerst - ik weet niets.
Ik begrijp alleen dat er een doel nodig is om vooruit te komen.
Het land is sappig onder de voeten van mijn verbeelding. Druiven, wijnranken -
de heuvels glooien en de zon schijnt door het witte zijde
het bed is opgemaakt en ik neem een bad in de marmeren ruimte.
Als er ooit een begin was van dit verhaal, dan was het toen.
Een vriendschap brak af, een duisternis brak aan
maar dat wist ik toen niet
ik ontdekte alleen maar de kunst
en ik droomde alleen van de liefde.
Ik weet niet wie deze tijd beheerst - ik weet niets.
Ik begrijp alleen dat er een doel nodig is om vooruit te komen.
Het land is sappig onder de voeten van mijn verbeelding. Druiven, wijnranken -
de heuvels glooien en de zon schijnt door het witte zijde
het bed is opgemaakt en ik neem een bad in de marmeren ruimte.
Als er ooit een begin was van dit verhaal, dan was het toen.
Een vriendschap brak af, een duisternis brak aan
maar dat wist ik toen niet
ik ontdekte alleen maar de kunst
en ik droomde alleen van de liefde.
Monday, January 19, 2009
dwaze routine
Hoe is het hier terechtgekomen? Vroeg de eekhoorn aan de noot.
Nemand weet het, sprak de peulvrucht.
Tot nu toe, want het is bekendgemaakt op het scorebord.
Ja?
Nou, kijk maar.
-Autmomatisme- lees ik.
Compleet met gebruiksaanwijzing.
Het handboek sloeg dicht. De noot kraakte en slaakte een gaap en braakte zijn zaad. Waak! Riep de staat. Slaap! riep het kwaad.
Hendessohn kwam tot de conclusie dat hij niet meer gewaar was van wat hem dwars zat. Hij koos het hazepad altijd boven het dwazenrad. Maar was dat niet nog de meest dwaze van die toch al vrij dwaze man?
Nemand weet het, sprak de peulvrucht.
Tot nu toe, want het is bekendgemaakt op het scorebord.
Ja?
Nou, kijk maar.
-Autmomatisme- lees ik.
Compleet met gebruiksaanwijzing.
Het handboek sloeg dicht. De noot kraakte en slaakte een gaap en braakte zijn zaad. Waak! Riep de staat. Slaap! riep het kwaad.
Hendessohn kwam tot de conclusie dat hij niet meer gewaar was van wat hem dwars zat. Hij koos het hazepad altijd boven het dwazenrad. Maar was dat niet nog de meest dwaze van die toch al vrij dwaze man?
Sunday, January 18, 2009
bergpad
Het hemelrijk stort in vanuit de azuurblauwe pallisades die in boogvorm over de jachtvelden zijn gespannen. 'Tot hier en niet verder' proclameert de Zeus in zijn ochtendgewaad, met een tomatensap zonder toegevoegde smaakjes. 'Ik hou het puur' mompelt hij. De bliksem flitst welig beneden en tiert, doorboort de schedels van zondaren en verraders, terwijl Hera haar breiwerk bestudeert, dat ze zo vele eeuwen geleden naast zich neer heeft gelegd, om zich met bestuurszaken bezig te houden. Het bevalt haar niet, dat Zeus Prometheus uit zijn lijden wil verlossen. Ze zit niet te wachten op een perdiode van genade. Girls just wanna have fun. En al is ze de jongste niet meer, nog altijd is het schreeuwen van een jonge god iets dat haar opwindt. Ze loert naar Zeus, die peinzend over de rand van de berg naar beneden tuurt. Zal ze hem eraf duwen? Voor het gebaar? Maar nee, dan belandt hij weer middenin een kudde hindes en moet ze zich daarover weer gaan verbijten. Het zit erop, dit oorlogje is gestreden. Wat valt er nog te fabriceren? Het breikwerk begint een vreemde aantrekkingskracht op haar uit te oefenen. Ze ziet goud in de wol, ze denkt plotseling aan kinderen. Hoofdschuddend zet ze zich aan het werk.
Een onwerkelijke rust vleit zich over de Olympus. Zeus merkt er niets van, in zijn hoofd is het altijd zo geweest.
Een onwerkelijke rust vleit zich over de Olympus. Zeus merkt er niets van, in zijn hoofd is het altijd zo geweest.
Friday, January 16, 2009
Radeloze kanarie in de aanbieding
Het stort dat het giet. De weeraanzin is overgedreven en de tijdelijkheid breekt aan. De stormrammen beschieten het vaderland. De kou is nabij. De geschiedschrijving leert de apenheul omverlopen tot een hoopje moes met pasta. De geurkrenten op het dodemansland poepen hun schorrie tot mors en morrelen aan het slot van de tijdgeest. Podver! kraait de haan met goed recht en in nog beter gezelschap. Godverdomme! Kakelt de kip. Vrouwbeest. Altijd weer, altijd tot het uiterste. Nooit meer bedoezelen, kraai maar raak. Beddek op je kop en struisvogelen maar.
Het land is overspelig. Ten aanzien van de raddraaiers op het Leidseplein kommandeert ze de veiligheidstroepen totin de koffieshops en maakt het de bestaansherders onzuur. Maar de klerezooi tegen de tijd in riemt met de roeien en rakelt wat op, kalefatert wat aan en klooit tot in de duurzaamheid. Schennis! Pleeg schennis! roept mijn hart. Doe maar wat! Kukeluur in het onderste! De kan is bijna leeg, bezat je met de restjes! Zo denkt ze over de toestand. Zo is de retteketet uit de trompet als een vlaggetje met Pang! Halleluja. Het is zoeven geworden. Tot hier en niet even. He getsie!
Waarom is de Aarde opgeheven? Waarom staat de berichtgeving in het nieuws? Waarom is de president van de verenigde naties in een vergelend kartonnen voorbehoedsmiddel gestoken? Ter dege vergezelt zijn aderlating de granaatappel der kleinzieligheid tot in het gebedshuis der kronkelende remschijven. Niet meer aandoen, geen aandoeningen meer op mijn plafond. Tot in de gerstepudding zinkt het lied van twee kaarsjes. Aan! Uit! Aan! Uit! Zo gaat dat lied. Hopsakee. De oever is in zicht. Liederlijk klamereert de pestbedoeling omver tegenaan het evenbeeld van de bestendgheid. Niet meer klompendansen. Niet meer hopsakee, de sloot in. Van Juut is goed weg. Hierzakee. Goeree, Overflakkee, en alle kleisediment in een een blikje zalmpuree. Basta.
Het land is overspelig. Ten aanzien van de raddraaiers op het Leidseplein kommandeert ze de veiligheidstroepen totin de koffieshops en maakt het de bestaansherders onzuur. Maar de klerezooi tegen de tijd in riemt met de roeien en rakelt wat op, kalefatert wat aan en klooit tot in de duurzaamheid. Schennis! Pleeg schennis! roept mijn hart. Doe maar wat! Kukeluur in het onderste! De kan is bijna leeg, bezat je met de restjes! Zo denkt ze over de toestand. Zo is de retteketet uit de trompet als een vlaggetje met Pang! Halleluja. Het is zoeven geworden. Tot hier en niet even. He getsie!
Waarom is de Aarde opgeheven? Waarom staat de berichtgeving in het nieuws? Waarom is de president van de verenigde naties in een vergelend kartonnen voorbehoedsmiddel gestoken? Ter dege vergezelt zijn aderlating de granaatappel der kleinzieligheid tot in het gebedshuis der kronkelende remschijven. Niet meer aandoen, geen aandoeningen meer op mijn plafond. Tot in de gerstepudding zinkt het lied van twee kaarsjes. Aan! Uit! Aan! Uit! Zo gaat dat lied. Hopsakee. De oever is in zicht. Liederlijk klamereert de pestbedoeling omver tegenaan het evenbeeld van de bestendgheid. Niet meer klompendansen. Niet meer hopsakee, de sloot in. Van Juut is goed weg. Hierzakee. Goeree, Overflakkee, en alle kleisediment in een een blikje zalmpuree. Basta.
Tuesday, January 13, 2009
Aan de buitenkant
Loretta van de bovenwinkel riep naar beneden vanaf de voorgevel. 'Ze is stuk!' over het beeldje. Dat haar laars had vertrapt. Rood gelakt, met leren riempjes en koperen gesp - het beeldje ging eraan te gronde. Mooi was dat - scherven op het plafond, de schemerlamp die zich omdraaide, zijn hals, zijn draad in bochten wrong om van het beeld te kunnen genieten. Om het te overgieten met zijn schrale oranje licht.
Het beeldje ondertussen zwolg in de tragedie die gelukt was tot stand te brengen. 'Ik ben het onderwerp van alle aandacht, het is gepast, ik voel me klassiek, en dat zien ze aan me.' En dat was zo. De scherven blonken met een geraffineerde karteling totin de bloedbaan van het overtsture eigenaresje. Tot ziens! Scandeerde het beeldje. 'Tot je me weer vindt, in een ander leven, in een andere tempel!'
Het meisje deed niets, ze zette de eieren op het vuur en wilde dat het water maar kookte. Zonder dat, zonder alles, zonder te bestaan of te begrijpen, zo kon je nooit een diner prepareren. Wel salami in de aanbieding, spaanse worst ook, voor niet al te duur - al zou daar een Pyreneeenreisje voor in het water komen te vallen. Niet jammer. Alles lukt. Om te lachen is het hele leven geschikt. Zo zuur, als alles tot stand komt zonder dat je daar enige inbreng in kan aantonen.
Het beeldje ondertussen zwolg in de tragedie die gelukt was tot stand te brengen. 'Ik ben het onderwerp van alle aandacht, het is gepast, ik voel me klassiek, en dat zien ze aan me.' En dat was zo. De scherven blonken met een geraffineerde karteling totin de bloedbaan van het overtsture eigenaresje. Tot ziens! Scandeerde het beeldje. 'Tot je me weer vindt, in een ander leven, in een andere tempel!'
Het meisje deed niets, ze zette de eieren op het vuur en wilde dat het water maar kookte. Zonder dat, zonder alles, zonder te bestaan of te begrijpen, zo kon je nooit een diner prepareren. Wel salami in de aanbieding, spaanse worst ook, voor niet al te duur - al zou daar een Pyreneeenreisje voor in het water komen te vallen. Niet jammer. Alles lukt. Om te lachen is het hele leven geschikt. Zo zuur, als alles tot stand komt zonder dat je daar enige inbreng in kan aantonen.
Hoofd
Hola. Komt daar de stoomboot?
Kriegelt het weer in de fee? Zolang als het hele spaktakel voortduurt beleeft de man in mijn ziel zijn geluksmomenten zonder pijnstillers. Roodborstjes, rekels in de distels, grootspraak zonder vlaggemast, plegen van missen om daden, rioolroeiers, ravekartels in de gebeeldhouwde jungle.
De tijd neemt. Glazen kasten. Wereldomspannend verlies van melktandjes. Kroonjuwelen kieperen uit de kast en kletteren op het parket. De bedoeling verhult zich in zijn glinsterende openbaring.
Kriegelt het weer in de fee? Zolang als het hele spaktakel voortduurt beleeft de man in mijn ziel zijn geluksmomenten zonder pijnstillers. Roodborstjes, rekels in de distels, grootspraak zonder vlaggemast, plegen van missen om daden, rioolroeiers, ravekartels in de gebeeldhouwde jungle.
De tijd neemt. Glazen kasten. Wereldomspannend verlies van melktandjes. Kroonjuwelen kieperen uit de kast en kletteren op het parket. De bedoeling verhult zich in zijn glinsterende openbaring.
Uitkweken
Tot de tijd dat alles mag ben ik in kannen en kruiken, verslik ik mij in mijn braaksel, doe ik mee met de massa, klompendans ik in de maat van de kierewiet, klameer van de daken dat het allemaal wel best is zo en ruk de schoorsteen van het lijf van de oceaanstomer, die ik ben in het hart van mijn hart. Tot ziens, tot in de eeuwigheid, tot in de bijenkorf van de mangelmachine, tot in de geruststellende dwangbevelen van Moeder Theresa en haar drieeenheid van tijd, geld en cosmetica. De toer die ervoor nodig was hier weer op te klimmen was hals- en baanbrekend, kommer en kwel op de troetelbeurs, de kanarieleverancier stuit op een kip in zijn blazoen, de kwakende riten van de stelselhaftigheid komen op me af als verkeer en onweer. Tegenstrijdige raakvlakken parachuteren neer op de maasvlakte. Nijverheid, gestaltwenskeringen en krijgshaftige belastingverzompers komen ter zuur in de aarde die ze afschilveren met hun schaven. Kromgetrokken tenen in het driemastentijdperk. Ruk aan de bel. Schaf het blazoen af. Race tegen de klok, ratel de dieren aan hun voelsprieten, kook de woede. Nooit meer eenheidsworst. Krampachtige verveling. Blaasbalgrafinaderijen. Rookmachines gegarandeerd.
Sunday, January 11, 2009
Daarginds!
Heil Halleluja. Alles over niets. Voor voor achter. Steeds versus misschien en soms en wanneer het schikt. Alles is zoals de wereld, niets kan zich verstoppen. Komt maar binnen! Knechten eerst! Dames tweedst! Kinderen helemaal niet!
-Waarom niet?
-Omdat die toch wel komen.
Het zit hem in het gemak. De fijnste speldeprik.
De appel valt ver van de boom en rolt het ravijn in.
Cirkustenten op het vlies dat de valse waakzaamheid over de afgrond heeft gespannen.
Een wijze les, een sta in de weg, een drama-queen op haar zondagst.
Wie weet zijn er eieren te koop in het woud. Wie weet zijn er van ons twee, wie weet spelen we. Strelen we. Delen, en dan gaat het vervelen deze elende.
Knevels en kavels, Grenzen op kaarten op tafels. Waarde-aandelen en waanbeelden. Blijf de schaamstreken aankweken. Schrijf de kraan leeg. Op V: Spaan & Vermeegen.
-Waarom niet?
-Omdat die toch wel komen.
Het zit hem in het gemak. De fijnste speldeprik.
De appel valt ver van de boom en rolt het ravijn in.
Cirkustenten op het vlies dat de valse waakzaamheid over de afgrond heeft gespannen.
Een wijze les, een sta in de weg, een drama-queen op haar zondagst.
Wie weet zijn er eieren te koop in het woud. Wie weet zijn er van ons twee, wie weet spelen we. Strelen we. Delen, en dan gaat het vervelen deze elende.
Knevels en kavels, Grenzen op kaarten op tafels. Waarde-aandelen en waanbeelden. Blijf de schaamstreken aankweken. Schrijf de kraan leeg. Op V: Spaan & Vermeegen.
kal en raas
Het roze druipt van de muren van verdoemenis en maakt plaats voor het zwart dat daar altijd heeft gezeten. Ik kijk me aan. Het is grijs en grauw voor mijn ogen, maar erachter schijnt blauw totin de hemel. Ik scheur het rookgordijn aan flarden en kijk twee sabeltanden aan. Waar is te tijger?
Waarom rammelt het hiernamaals altijd aan het geraamte van het schietgebed? Hoezo is de deur open, de poort wagenwijd? Tegemoetkomend aan het donderend geraas van de koningsrit wankelt het oorwurmen tot aan de einder. Wie is waar? De storm zal het zeggen.
Koningen dromen van zalven. Drenkelingen wenen voor allen. Komt u maar, komt u maar tot mij. De scherpschutter aast op de rakeling. Toenadering bezuurt het vat, de grombaard komt tot zijn trekken in een aasgierend waarnemingsbeleg waarbij zelfs hij botviert.
Saturday, January 10, 2009
Wit licht. Een bron. Een takel uit het vacuum. Zonder kurk spoelt de gootsteen niet uit.
Rattattatat! lammeren de geweren. Op de heuvel staat een schietschijf. Hij is een man van bovengeiddelde lengte en onderdanige leeftijd. Hoezeer lijdt hij niet. Hoezeer is zijn aanstelling niet in twijfel getrokken. Hoeveel heeft hij niet op. Hoeveel flessen jenever liggen niet naast, achter en voor hem in gruzelementen, kapotgeschoten nadat hij ze op zijn hoofd heeft gezet. Totaal leeg. Zat is hij, swaggerend als een rafelige Jagger in zijn toestandkoming terwijl de denderende napalmellende over hem heen stort als een bijenraas in het azuurgebied. Gefluit. Hekelende bomfluisteringen. 'Toujours je t'aime' raaskalt hij in zijn innerlijke hart tot zijn vriendin. Haast je. Je bent niet meer goed, je bent een eendekuiken, je hebt je ontluiken in de geweerbarst gekrommeniet en bent nu peetvader van je schoonoom. Helakee, de ontvoering van de kraainestbedelving krajukast op de dansvloer. Goed zo. Het is schoon op je laken. De kraamverdeling ellenlangt over de tegemoetkomende schuifdierenplaag. Herenig je met je blazoen! Is niets dan heilig?
Rattattatat! lammeren de geweren. Op de heuvel staat een schietschijf. Hij is een man van bovengeiddelde lengte en onderdanige leeftijd. Hoezeer lijdt hij niet. Hoezeer is zijn aanstelling niet in twijfel getrokken. Hoeveel heeft hij niet op. Hoeveel flessen jenever liggen niet naast, achter en voor hem in gruzelementen, kapotgeschoten nadat hij ze op zijn hoofd heeft gezet. Totaal leeg. Zat is hij, swaggerend als een rafelige Jagger in zijn toestandkoming terwijl de denderende napalmellende over hem heen stort als een bijenraas in het azuurgebied. Gefluit. Hekelende bomfluisteringen. 'Toujours je t'aime' raaskalt hij in zijn innerlijke hart tot zijn vriendin. Haast je. Je bent niet meer goed, je bent een eendekuiken, je hebt je ontluiken in de geweerbarst gekrommeniet en bent nu peetvader van je schoonoom. Helakee, de ontvoering van de kraainestbedelving krajukast op de dansvloer. Goed zo. Het is schoon op je laken. De kraamverdeling ellenlangt over de tegemoetkomende schuifdierenplaag. Herenig je met je blazoen! Is niets dan heilig?
Meer onzichtbare krakerscode
Ho. Waar gaat dit heen?
Wat nou ho. Altijd ho.
Het is de armoedige schaapsdochter die zich wurmt tussen de zekeringsdraadjes die het niets bijeenhouden. Ze valt aan, ze overwint, en legt zich weer te ruste. Zo was het toen ze kwam, zo was het tot ze ging. Tot dan.
Aan de allesgemeenschappelijke trouw dringt zich een monster op. Het akelige draaideurpartizanengezang in zijn weemoedige ziel treurt om de lichamelijkheid van het bloot. De ernst is gekakel. De roede is de scheepstoeter. Nooit meer wassen. Nooit meer betalen voor een ziel. De Duivel koekeloert om de hoek van de badkamer en ziet slechts slippers. Waar zijn de blote voeten? Waarom geen voetstappen op het natte ijs? Waarom geen kinderen die schaatsen ombinden? Waarom is alles hier, en niets overal?
Het is een vage wereld voor hen, die thuisblijven. Nootjes komen en gaan, de treurwilgen spelen op mijn harmonica en de driehoeksverhouding tussen de twee inzittenden draagt een rood masker van afgekloven trots. Borstwisselingen, totaalstrijden, doe-maar-waar-je-zin-in-hebt-kleinkinderen van de Vader van Alle Kwaad - nooit meer zal het spelen in het mos of het gras, nooit meer in bomen klimmen, altijd een paardebloem.
Zowaar ik Klaas heet is het negerstijgerinnendroomkanaal openbaard voor het klauwdragersbal, de strijd zegeviert over de dorpsgek. Nooit meer een noot zonder schil. Altijd het brein van de show. De tijd is de tempel.
Wat nou ho. Altijd ho.
Het is de armoedige schaapsdochter die zich wurmt tussen de zekeringsdraadjes die het niets bijeenhouden. Ze valt aan, ze overwint, en legt zich weer te ruste. Zo was het toen ze kwam, zo was het tot ze ging. Tot dan.
Aan de allesgemeenschappelijke trouw dringt zich een monster op. Het akelige draaideurpartizanengezang in zijn weemoedige ziel treurt om de lichamelijkheid van het bloot. De ernst is gekakel. De roede is de scheepstoeter. Nooit meer wassen. Nooit meer betalen voor een ziel. De Duivel koekeloert om de hoek van de badkamer en ziet slechts slippers. Waar zijn de blote voeten? Waarom geen voetstappen op het natte ijs? Waarom geen kinderen die schaatsen ombinden? Waarom is alles hier, en niets overal?
Het is een vage wereld voor hen, die thuisblijven. Nootjes komen en gaan, de treurwilgen spelen op mijn harmonica en de driehoeksverhouding tussen de twee inzittenden draagt een rood masker van afgekloven trots. Borstwisselingen, totaalstrijden, doe-maar-waar-je-zin-in-hebt-kleinkinderen van de Vader van Alle Kwaad - nooit meer zal het spelen in het mos of het gras, nooit meer in bomen klimmen, altijd een paardebloem.
Zowaar ik Klaas heet is het negerstijgerinnendroomkanaal openbaard voor het klauwdragersbal, de strijd zegeviert over de dorpsgek. Nooit meer een noot zonder schil. Altijd het brein van de show. De tijd is de tempel.
Wednesday, January 7, 2009
De klammerang van de vroege ochtend
De onherbergzaamheid van het grote geheel steekt schel af tegen het comfort van mijn slaapkamer. Toch moet ik opstaan. Woest wervelen flarden van aggressieve dromen om mijn suffe geest die liever een ander droomthema had gezien. Gelukkig zijn er altijd de uren die verstrijken, die ochtend die middag wordt, de werkdag die zich afsluit, en vrienden om te bezoeken. Maar die ochtend, glibberend over de stoep naar de tram die altijd net voor mijn neus weg dreigt te rijden, wachtend bij de kiosk met vrolijke berichten over Gaza is er geen reden om die sufheid te doorbreken. Liever even de rit uitzitten.
De gnoerbarstzwartnektroepiaal verderft in zijn brakende kansloosheid tegenover het heetwitte schermspel der droogklootgrasduinkinderen en de onderbroek van het schorem is niet meer zo wit als hij geweest is. De oppermacht van de derderangs ploertendoder vervalt in schilvers van de afbladderende muur van zijn oprechtheid. De klammerang van de kerkklok in zijn brein harnast een schooierige penosemarionet zonder dat die enige inbreng toont bij de uiteenzetting van de ontzelvingsdrang tegen wil en dank. Het is. Daarentegen kwam de adertoevoer in tegenstrijd met de lating en dronk ik thee met suiker. De kopjes op de schoorsteen, ze denken aan alles wat er gedronken werd en de lustobjecten van de toestand komen terstond tot bevruchting terwijl de salaam-zeggende noblesse zich uitstrekt over het grote geheel, waar ik geen boodschap meer aan wens te hebben. Liefde kleurt roze, maar de oceaan is wit en grijs en het zand stuift terwijl het bevriest. Glibber en lach, de ademtocht der zielnacht kwijnt in een donkere hoek niet ver van hier. Zoden aan de dijk terwijl daar de vinger in steekt, een held is ver te zoeken maar dient zich aan in den treure. Zowaar, de vliegen om mijn hoofd geven het op en storten ter aarde. Ik zou ze barbequen als ze enig vlees om het lijf hadden.
De gnoerbarstzwartnektroepiaal verderft in zijn brakende kansloosheid tegenover het heetwitte schermspel der droogklootgrasduinkinderen en de onderbroek van het schorem is niet meer zo wit als hij geweest is. De oppermacht van de derderangs ploertendoder vervalt in schilvers van de afbladderende muur van zijn oprechtheid. De klammerang van de kerkklok in zijn brein harnast een schooierige penosemarionet zonder dat die enige inbreng toont bij de uiteenzetting van de ontzelvingsdrang tegen wil en dank. Het is. Daarentegen kwam de adertoevoer in tegenstrijd met de lating en dronk ik thee met suiker. De kopjes op de schoorsteen, ze denken aan alles wat er gedronken werd en de lustobjecten van de toestand komen terstond tot bevruchting terwijl de salaam-zeggende noblesse zich uitstrekt over het grote geheel, waar ik geen boodschap meer aan wens te hebben. Liefde kleurt roze, maar de oceaan is wit en grijs en het zand stuift terwijl het bevriest. Glibber en lach, de ademtocht der zielnacht kwijnt in een donkere hoek niet ver van hier. Zoden aan de dijk terwijl daar de vinger in steekt, een held is ver te zoeken maar dient zich aan in den treure. Zowaar, de vliegen om mijn hoofd geven het op en storten ter aarde. Ik zou ze barbequen als ze enig vlees om het lijf hadden.
Tuesday, January 6, 2009
Tot in den Doetinchem
Ik kwam bij het plein der Hemelse Vrede.
Ik dacht dat het in China lag, maar het was in mijn hart dat ik er voet zette. "Misschien is mijn hart dan China?" Vroeg mijn hoofd zich tergend af. Mijn hoofd. Dat is een ander verhaal. De andere kant van het uiteinde is niets dan de zevende keer dat het misging. Tien keer is scheepsrecht. Als je in Somalie woont.
In den trede was het genotsbedrijf afegkluweld door een knetterstonede vlinder in zijn kokon. De kluppert van de honkbalheldhaft greep zich als de beroemde baron bij zijn vlinderdas en wervelde om zich heen als een lasso met geweld. Stieren. Hemden. Kanalen vol braakwalg, afgesloten voor heromziening. Niet meer. Appeltjes voor de dorst. Geheimzin. Neveldrang. Kookwoede. Hondenkrakeel. Moeders in de rijsttaferij voor de afvalberg van de hemelomleiding tot de spoorwegoverbrug. Toestanden. Hele toestanden, ik zeg het je niet. Zomaar. Mijn hoofd, het is een verhaal apart.
De kromwending echter, die eraan voorafging, dat was me het jewelste wel. Van. Alles wat. Het is. Dat is al medegedeeld door de stadionspeaker toen hij het toiletgerei bezigde. Terwijl. Zomaar. Die woorden, die steken in de keel van de artiest als hij op zijn trompet blaast. Miles Davis. Hij kronkelt een dimensie met gouden fluiden om het zwart dat plots paars en vulva-esque aandoet. Kwam hij maar klaar. Die zwartjoekel van het niets. Dan had je wat. Dan beleefde je de scherpzin van een pasgeschoren schaar. Henk is in Doetinchem. Vraag hem niet waarom. Vraag hem nooit waarom. Tot in den Doetinchem. Het staat op zijn hoofd geschreven.
Blaas maar af die kwezel. Onderhands in de metro krijg ik een vorklepel in mijn zak geschoven. Het is niet kip of ei, maar ei of hoen. In den treure. Wilgen, walmend, leunend en hangend. Op het ijs is het glad. Een kip en zijn kakel. Scharen van horden komen eraan als de zon bloot vuurt over de scharlaken woestijn.
Iemand Pekingeend?
Ik dacht dat het in China lag, maar het was in mijn hart dat ik er voet zette. "Misschien is mijn hart dan China?" Vroeg mijn hoofd zich tergend af. Mijn hoofd. Dat is een ander verhaal. De andere kant van het uiteinde is niets dan de zevende keer dat het misging. Tien keer is scheepsrecht. Als je in Somalie woont.
In den trede was het genotsbedrijf afegkluweld door een knetterstonede vlinder in zijn kokon. De kluppert van de honkbalheldhaft greep zich als de beroemde baron bij zijn vlinderdas en wervelde om zich heen als een lasso met geweld. Stieren. Hemden. Kanalen vol braakwalg, afgesloten voor heromziening. Niet meer. Appeltjes voor de dorst. Geheimzin. Neveldrang. Kookwoede. Hondenkrakeel. Moeders in de rijsttaferij voor de afvalberg van de hemelomleiding tot de spoorwegoverbrug. Toestanden. Hele toestanden, ik zeg het je niet. Zomaar. Mijn hoofd, het is een verhaal apart.
De kromwending echter, die eraan voorafging, dat was me het jewelste wel. Van. Alles wat. Het is. Dat is al medegedeeld door de stadionspeaker toen hij het toiletgerei bezigde. Terwijl. Zomaar. Die woorden, die steken in de keel van de artiest als hij op zijn trompet blaast. Miles Davis. Hij kronkelt een dimensie met gouden fluiden om het zwart dat plots paars en vulva-esque aandoet. Kwam hij maar klaar. Die zwartjoekel van het niets. Dan had je wat. Dan beleefde je de scherpzin van een pasgeschoren schaar. Henk is in Doetinchem. Vraag hem niet waarom. Vraag hem nooit waarom. Tot in den Doetinchem. Het staat op zijn hoofd geschreven.
Blaas maar af die kwezel. Onderhands in de metro krijg ik een vorklepel in mijn zak geschoven. Het is niet kip of ei, maar ei of hoen. In den treure. Wilgen, walmend, leunend en hangend. Op het ijs is het glad. Een kip en zijn kakel. Scharen van horden komen eraan als de zon bloot vuurt over de scharlaken woestijn.
Iemand Pekingeend?
Kalraas met kaas en galblaas, Klaas! En haast je.
De wereld is een driedubbeldwarsovergehaalde dalende, dwaze spiraal naar het niets van de volgende wereld. De energie die loskomt in het oblitereren van de volgende instantie is de gebruikelijke dosis actomine voor de koffiepauze van de Schepperskluwe die in zijn intredende draalnauwkeurigheid sowieso geen melk in de kan te brokkelen heeft zonder orgoniserende hordes kraaidieren en zwevende kiezers zonder weerga. Desalniettemin is de krieuwelende sensatie op mijn rug niet minder prettig. Sowieso. Hoe dan ook. God bestaat, niet?
Of wel. De hapstoetelkoning van het driegebergte op mijn wervelnevel is al tegenstrijdig genoeg zonder dat er ook een Jan-Klaas aan de bel trekt om soetermeer onderhands te gaan dielen. Zo handig! Zo vet, zo fijn in het gebruik! Wie komt er in aanmerking? Wie is de koning van alle tijden? Wie is de Piramide van Gizeh in de morgenstond van het eind der tijden? Wie aast op het nauw? Wie is het oog van de naald?
Waar is de epidemie gebleven? Waarom zijn er geen handen aan het stuur als de wagen de weggetjes afklettert, geleidelijk het ravijn in? De aftanse drietand van de vierhoeksvorst is kennermerlands-ongestoord in zijn zeeluwte. Hemelrijken zwelgen in hun onaangetastheid. Aardse vorsten stomen af op een nieuw tijdperk van zenuwinzinking. Inheemse monsters akelen hun droomkanaal. Het stoom oozet van zijn herzgeschaffelsdinges en terstond openbaart zich het mysterion. Zo is het maar net. Het zo maar even zijnde van het net zoe is niet meer zo als zonet. Het is een gebruikelijk kwakend dier. De kraagvattende scherpomlijning is drietands in ter stonde. Het is.
Of wel. De hapstoetelkoning van het driegebergte op mijn wervelnevel is al tegenstrijdig genoeg zonder dat er ook een Jan-Klaas aan de bel trekt om soetermeer onderhands te gaan dielen. Zo handig! Zo vet, zo fijn in het gebruik! Wie komt er in aanmerking? Wie is de koning van alle tijden? Wie is de Piramide van Gizeh in de morgenstond van het eind der tijden? Wie aast op het nauw? Wie is het oog van de naald?
Waar is de epidemie gebleven? Waarom zijn er geen handen aan het stuur als de wagen de weggetjes afklettert, geleidelijk het ravijn in? De aftanse drietand van de vierhoeksvorst is kennermerlands-ongestoord in zijn zeeluwte. Hemelrijken zwelgen in hun onaangetastheid. Aardse vorsten stomen af op een nieuw tijdperk van zenuwinzinking. Inheemse monsters akelen hun droomkanaal. Het stoom oozet van zijn herzgeschaffelsdinges en terstond openbaart zich het mysterion. Zo is het maar net. Het zo maar even zijnde van het net zoe is niet meer zo als zonet. Het is een gebruikelijk kwakend dier. De kraagvattende scherpomlijning is drietands in ter stonde. Het is.
Sunday, January 4, 2009
Friday, January 2, 2009
dialoog
Zij: Waar kom je vandaan?
Hij: Uit een tijd vandaan waar ik de kans had op een andere toekomst. Op een ander nu.
Zij: Je wilt hier niet zijn?
Hij: Wil, wil - blijkbaar heb ik het gewild.
Zij: maar je zou liever ergens anders zijn?
Hij: Ik droom vaak van een ander leven.
Zij: Wat voor leven?
Hij: Een - leven zonder spijt. Waarin ik alles deed wat ik kon doen. Waarin niets zinloos verloren ging.
Zij: Dan kom ik van dezelfde plek als jij.
Hij: Uit een tijd vandaan waar ik de kans had op een andere toekomst. Op een ander nu.
Zij: Je wilt hier niet zijn?
Hij: Wil, wil - blijkbaar heb ik het gewild.
Zij: maar je zou liever ergens anders zijn?
Hij: Ik droom vaak van een ander leven.
Zij: Wat voor leven?
Hij: Een - leven zonder spijt. Waarin ik alles deed wat ik kon doen. Waarin niets zinloos verloren ging.
Zij: Dan kom ik van dezelfde plek als jij.
Subscribe to:
Posts (Atom)
Blog Archive
-
▼
2009
(81)
-
►
January
(18)
- druiven in de wind
- basta
- toen, daar
- dwaze routine
- bergpad
- Radeloze kanarie in de aanbieding
- Aan de buitenkant
- Hoofd
- Uitkweken
- Daarginds!
- kal en raas
- Wit licht. Een bron. Een takel uit het vacuum. Zon...
- Meer onzichtbare krakerscode
- De klammerang van de vroege ochtend
- Tot in den Doetinchem
- Kalraas met kaas en galblaas, Klaas! En haast je.
- +/-
- dialoog
-
►
January
(18)
