Sunday, March 27, 2011

Deel 1

Een significante
Paardentent
Langs de weg van een héél, hééél lange reis. Echt Heul lang.
Er stonden drie paarden, van wie de ene nog eens in een bed zou belanden, en de andere geruild werd voor een ring. Het derde paard was wit, en men vermoedde, er zo naar te kijken, dat het vleugels zou kunnen hebben, in de nacht.

Alzoo geschiedde het, op een dag, dat dit derde paard gekocht werd door een grote rijke boer uit Kirchizie, die toevallig op bezoek was in Moskou (waar de paardentent natuurlijk stond - Moskou is het midden van alle reizen door ons land.). En het paard groeide heel gelukkig op tot een moeder van twee kinderen en werd toen ook nog eens vader - geestlijk, weliswaar, van een geboorte die niemand had kunnen voorzien - zelfs niet zij die het paard - dat Idawervee werd genoemd, hadden zien vliegen door hun hemelse wanen. Het geen er hier op wordt gedoeld is een historie. Dit verhaal is mij ooit verteld, door een arme boer uit Kazakhstan, die op de vlucht was voor zijn opa.

Wednesday, March 23, 2011

morning nap

In truth there is no such thing as truth
there is such a thing as lies, many of them
and then there is the heart

I creep under the pillow of sorrow and weep
I shiver at the thought of my solitary way
And meanwhile I see stars, I think I am dizzy

At streetlevel, downstairs work is going on
noise, delicious, noise
the humming of the world as it turns in oblivion

Tuesday, March 22, 2011

In de wilde kou
kraken voetstappen door sneeuw
en schiet een ziel toe

Monday, March 21, 2011

De die

Brug van vuur en goud
tussen kracht en koning
Ik deed een belofte
en verwacht een kroning

In Pometheus lijden
daar ligt Cheirons buit
aan de berg geketend
spant de Hemel uit.

Drie broers komen samen
in een diep gewelf
eentje neemt het woord
en verbergt zichzelf

Diepgeworteld, wereld
wouden van welleer
toekomst in de sterren
aan het blanke meer

Tuesday, March 15, 2011

Vaandelgrond

Een tocht langs vaandels
rood in de natte grond
langs het karrespoor

Trompettengeluid
ergens ver in de leegte
De hemel is dicht

Voor mijn gaan schimmen
zij trekken zware lasten
kreunen stijgen op

Dan staat er een man
zijn vuist om een vaandelstok
hij grijnst en knipoogt

Ik kijk naar de lucht
een rode gloed is zichtbaar
de man plant zijn vlag

Een zacht gerommel
uit de maag van de hemel
klinkt diep in mijn hart.

De weg voert me voort
mijn voetstappen zinken weg
in de gele drek

Ik vloek binnensmonds
mijn ogen tranen woedend
vurig wens ik vuur

De hemel wordt blauw
de zon laaft zich aan zichzelf
het pad wordt harder

Ik kan niet denken
ik weet slechts wat ik voelde
bij de beslissing

Ooit was ik een ster
Colosseum juichte toe
ik waste met kracht

Nu vertrekt de lucht
die ik adem in mijn nood
uit andermans borst

De lucht is duister
de avond is gevallen
nog ben ik niet moe.

Saturday, March 12, 2011

Iedereen mag dit lezen
want het staat geschreven
in Grote Letters
op Belangrijke Papieren

De veertiendaagse uitgaansweek verstomt zo zachtjesaan
verbrijzelt er hier en daar iemand een blikje
speurt men na, of de broekzak nog spekt
na degelijk overleg en beraad toch maar weer verder
ik sta in de regen
ver van het wild in het woud
onder een paraplu

de regent tikt zacht
en herinnert me steeds weer
aan het bladerdek

straks ga ik op pad
klap ik mijn paraplu in
en schuil niet meer

Thursday, March 10, 2011

Bosfee

Een zwaard wacht in sneeuw
Een kraai zingt zijn laatste lied
de brug is van steen

wolken drijven zwaar
het grasveld is ledig hier
op de brug rot hout

de graven zijn groen
de bergenzee strekt zicht uit
de kraai zingt niet meer

mijn knapzak rust zacht
om mijn heup hangt een gordel
bij het meer rust ik
de draak is in mij
verborgen in het grasveld
toch stopt hij niet hier

ambacht zonder gal
loopt in mij vol volstrekt klaar
toch rekent hij niet

podverdikkie

Wanneer woorden verhullen
doen ze het niet hier

in tweeen gespleten
verdeelde gewetens

en toch staat de koffie klaar
draaft het schoffie door
als Gosse van der Maessen met Pasen.

veld

Grassige velden en een stenen hut
half verborgen in een greppel
binnenin straalt de zon staat een troon
liggen berenhuiden klaar voor de daad

de wolken hierboven zijn grijs
zwanger van regen
als de eerste druppels vallen hef ik
mijn gezicht naar ze toe en ontvang ze

Wednesday, March 9, 2011

windstreken

Te spreken de daden
te plegen die merkwaardig
in de zaken der dingen steken
Die heimelijke weerstand

Furiewoest draadgangers
afdalers, bidders
groothoektelelenzen
graafmachines van de zieleweide
opstellingen der gezwalktheid
vast omlijnd door boete

hangmat, vuurstoel
evenbeeld treed nader...

Vertel mij kom verder
in die hele halve
hondertallige wolfsroede
van je knipperlichte ziel

randen van de afgrond voeren
af van de daken
waarop ik schreeuw
in de nacht als de wortels slapen.

Toren, waanzinsmens
barst uit je voegen terdege
wetend dat de eeuwen
slepen met hun tekenen

Hier ooit nu nog in mij maar toen
het zich schreef, alas,
toen liep de helling naar beneden.

waar, wat, hoe, waarom

Kusten van bewustzijn
met stranden aan parelmoeren azuur
tempels, zacht wit marmer Dorisch grijs
kijk uit over daar, waar de meeuwen
weten wat in hun kraaloogjes geschreven staat

Wie hier ruw nu
aanklopt in het magazijn
in het met koeieletters besmeurde
wat zich op de brug afspeelt in
het ranke duister

In de tijgerogen
onderaan de berg
in een hangmat ligt zij
met haar harmonica aan haar lippen
te wachten op limonade

Vergeten zegen wacht verzonken
in onwrikbare weerstand op mij
ik kan niet helpen te weten
wat goed is

gratis warmte

Hier in mijn stad
mijn kookpot boven het gouden vuur
de slang om de cape van de mantel
van de man in de maan
het hoofd zit in mij

In de grot zit slechts een gier.

donker pad

De Ster rijst in het oosten
En ziet mij van boven
tussen de bomen door

Veel weet ik niet van zijn licht
en toch genoeg
om mijn pad te vervolgen.

Sunday, March 6, 2011

totaan de jungle

Toen ook die gedachten ineens plaatsvonden
Op de zolder, van de kamer in mijn hoofd
hier, daar overal eigenlijk zoals altijd
en soms
en nooit
maar niet nu
nu niet nooit
maar nu, altijd

het is weer
zover

Een boom vertelt
een grap aan zijn vader
het onweer barst
uit zijn voegen in de lobby
waar dames wandelen eigenlijk
geen dames...

De winkel verkoopt sieraden
zo mooie je weet wel van die
hele, hele mooie
die je nooit ziet
als je niet weet waarnaar je zoekt

Tot hier en niet verder zei ooit een Kabouter
een man van middelbare leeftijd
aan een gracht in de diepte
hij was het die zei
ik zei het niet maar jij
jij deed ertoe niet
niet ik
Ik was de heer
hier in de drek

Jamaar zei toen de olifant
ik ben er ook nog en je weet wat ik doe

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net