-Maar Jan, ga nou niet naar buiten met deze kou. Doe althans een sjaal om. Of ga liever helemaal niet.
-Sjaan, zeik niet even, ik ga nu naar de kaasboer, ben zo terug, en dan heb ik kaas, okee? Dat is alles. Ik vat geen kou van hier tot de hoek.
-Je moet ook nog terug. Maar goed, doe wat je wil. Ik zal je wel weer verzorgen als je kou vat.
-Weet je wat? Ik ga nu wel alvast naar bed. Haal jij de kaas maar.
[exit Jan. Sjaan neemt de telefoon op en draait een nummer]
-Truus! Met mij. Ja hallo schat, ja, nee, het is weer zover hoor. Je kan erop wachten. Met dit weer! Ja, hij is net weer naar bed gegaan. Hij wou kaas halen! Moet je verzinnen. Met dit weer!! Ja, is goed! Ik spreek je vanavond! Doeg! Groetjes aan Henk! Ja daaaaaag!
[Jan zit op zijn bed]
-Godverdomme, dat wijf, wat een bar rotgevoel, hiermee te zitten. En je kan ze niet slaan, je kan ze niet... je kan niks. Het is een verwrongen wereld, zeg ik je. En dan vragen ze zich af waar die kanker vandaan komt. We eten onszelf op vanbinnen, omdat er buiten geen ruimte is om ook maar een vinger uit te steken naar wat je wil. Het is racistisch, fascistisch, sexistisch, niet idealistisch, chauvinistisch, onchristelijk, christelijk, ik wordt er kotsmisselijk van, van verdriet. Kan dat?
[Jan stommelt weer naar beneden]
- Sjaan? Ik ga kaas halen. Als ik de pijp uitga, begraaf me dan maar op de oosterbegraafplaats. Je kan het geld ervoor opnemen van mijn rekening, ik zal je m'n pincode even geven.
[Jan pakt een servetje en een balpen. Sjaan staart naar hem. Jan geeft haar het servetje.]
- Je bent van plan dood te gaan?
- Van plan? Sinds wanneer moet je dat van plan zijn wil je het gebeuren? Waarom zeik je dan altijd aan mijn kop over de ellende die boven mijn hoofd hangt? Ik ben nog nooit van plan geweest dood te gaan. Jij loopt altijd onheil over me af te roepen.
- Jij gaat altijd zonder sjaal naar buiten!
[Jan loopt de deur uit en smijt hem dicht. Sjaan pakt de telefoon weer op en draait een nummer]
- Ja met mij. Ja, hij is de deur uit. Ja, ik weet het. Nee, het kan hem niet schelen. Mannen. Verschrikkelijk.
Saturday, October 31, 2009
Friday, October 30, 2009
ademloze vaandeldrager
Radeloze ademtogen staan te blazen aan het kraambed terwijl de verlosser slaapt.
Als de regen is opgehouden te stromen langs de wangen van de ramen
en de gootsteen druipt
rakelt de ademloze dramakoning nog net twee woorden:
"stop hiermee..."
Gloeilampen en stoomovens doven
het wolkendek wordt geschoren
de kaarsrechte hemel klopt aan.
Als de regen is opgehouden te stromen langs de wangen van de ramen
en de gootsteen druipt
rakelt de ademloze dramakoning nog net twee woorden:
"stop hiermee..."
Gloeilampen en stoomovens doven
het wolkendek wordt geschoren
de kaarsrechte hemel klopt aan.
Thursday, October 29, 2009
rep.
Radeloze kanshebbers steken van wal tegen het draadstaalachtige geneuzel in het rookhok. Zacharias X is ondertussen terug van zijn transcendentale omzwervingen maar koopt daar niet veel meer voor in deze kantine - het is na tweeen, de kroketten zijn op en er is alleen nog maar rotte vis te halen. Driewerf shit, de tegels aan de wand zijn tekens geworden, niets is meer solide, de processen in onze hersenen nemen de rol van structuur over van het stoffelijke en daarmee is de ondergang ingezet. Nogmaals shit. Maar een tegenwerping: zijn de processen in onze hersenen niet ook juist stoffelijk? Ja! Er is weer hoop! Niets is verloren! Voornu althans.
Komt er nogeen eind aan? dit stuk hopeloze brokken, dit eindeloze voortgestuw van ons liederlijk samenzijn in deze kantine - hebben we er nog zin in? Ik zal mijn lezers geen valsheden voorspiegelen - het is aan jullie om de werkelijkheid die ik je toedien te verdraaien en te vervormen totdat er een hapklaar stuk draadjesvlees uitkomt dat er uitziet alsof het dagenlang in de pan heeft liggen sudderen. Die overtuigingskracht, daar gaat het om.
Toen God de eeuwigheid uit zijn hoofd had gezet stond hij eindelijk op. Zijn sigaar was uitgegaan tussen zijn tanden en hij nam een paar stappen richting het penantkastje waar hij zijn kaarsen en theelichtjes bewaarde, in de hoop dat er ook nog een doosje lucifers zou liggen.
Komt er nogeen eind aan? dit stuk hopeloze brokken, dit eindeloze voortgestuw van ons liederlijk samenzijn in deze kantine - hebben we er nog zin in? Ik zal mijn lezers geen valsheden voorspiegelen - het is aan jullie om de werkelijkheid die ik je toedien te verdraaien en te vervormen totdat er een hapklaar stuk draadjesvlees uitkomt dat er uitziet alsof het dagenlang in de pan heeft liggen sudderen. Die overtuigingskracht, daar gaat het om.
Toen God de eeuwigheid uit zijn hoofd had gezet stond hij eindelijk op. Zijn sigaar was uitgegaan tussen zijn tanden en hij nam een paar stappen richting het penantkastje waar hij zijn kaarsen en theelichtjes bewaarde, in de hoop dat er ook nog een doosje lucifers zou liggen.
Friday, October 23, 2009
individuatieproces, januari tweeduizendzes
Over wegen en paden ga ik maar overweeg zijn het wel paden of baan ik ze ter plekke om te baden in het weten van mn eigen wereld – een geheime wereld van het pure zijn gewortend in de vork van corext en mn brein?
Het is me eigen om mn hoogste waarheid te verzwijgen Daarvoor is er teveel pijn en lijden mee gepaard om levers voor de gein erin mee te krijgen. De inwijding ligt in in het wezen van de krijger – niet de heilige. Een leven voor vrijheid in veiligheid, levert het gevaar op dat je aan de ware vrijheid juist voobijgaat Daarom zoek ik het gevaar op en beschouw de vrijheid een bijzaak. Ik zorg er voor dat als de weg me vind ik hem weer krijtraak. Mij maak je niet wijs dat wat ik weet de waarheid is, tenzij daartoe ervaring leidt, of leidt te geloven. Tenzij ik het te boven kan komen zal ik een waarheid nooit geloven.
Dit zijn woorden om aan te ruiken voor de blinden en de doven
Hij die ziet ziet niet met ogen maar de zilveren ster daarboven
En zo zijn er meer metaforen om het licht te doven.
De waarheid is niet in wat je krijgt maar dat wat je verovert.
Voort en voor gaat de wagen met goud over de woeste wegen door het wilde woud.
Rovers te over maar de koetsenier geeft zich niet over.
Aan het eind is al het goud gerooft maar kan de man toveren.
En kiest hij ervoor geen goud te creeeren maar een nieuwe bende rovers.
Filosofen zijn de grootste rovers, zij stelen het leven, en geven hun ziel daarvoor in ruil – in de nacht van de wereld kijken ze op je neer als uilen – die niet zijn wat ze lijken – en vreten je op als muizen.
Een wolf in schaapskleren met het hart van een herder – brengt je verder en verder – over wegen en paden maar overweeg wel zijn het wel paden ze worden smaller met muren het worden stegen en je krijgt buren...
Het is me eigen om mn hoogste waarheid te verzwijgen Daarvoor is er teveel pijn en lijden mee gepaard om levers voor de gein erin mee te krijgen. De inwijding ligt in in het wezen van de krijger – niet de heilige. Een leven voor vrijheid in veiligheid, levert het gevaar op dat je aan de ware vrijheid juist voobijgaat Daarom zoek ik het gevaar op en beschouw de vrijheid een bijzaak. Ik zorg er voor dat als de weg me vind ik hem weer krijtraak. Mij maak je niet wijs dat wat ik weet de waarheid is, tenzij daartoe ervaring leidt, of leidt te geloven. Tenzij ik het te boven kan komen zal ik een waarheid nooit geloven.
Dit zijn woorden om aan te ruiken voor de blinden en de doven
Hij die ziet ziet niet met ogen maar de zilveren ster daarboven
En zo zijn er meer metaforen om het licht te doven.
De waarheid is niet in wat je krijgt maar dat wat je verovert.
Voort en voor gaat de wagen met goud over de woeste wegen door het wilde woud.
Rovers te over maar de koetsenier geeft zich niet over.
Aan het eind is al het goud gerooft maar kan de man toveren.
En kiest hij ervoor geen goud te creeeren maar een nieuwe bende rovers.
Filosofen zijn de grootste rovers, zij stelen het leven, en geven hun ziel daarvoor in ruil – in de nacht van de wereld kijken ze op je neer als uilen – die niet zijn wat ze lijken – en vreten je op als muizen.
Een wolf in schaapskleren met het hart van een herder – brengt je verder en verder – over wegen en paden maar overweeg wel zijn het wel paden ze worden smaller met muren het worden stegen en je krijgt buren...
2000
En in den beginne was er niets dan ledigheid. En de Heere zag dat er iets ontbrak, en Hij schiep de Dageraad. En na een uurtje of wat begon hij zich te vervelen, en de Heere schiep dus maar de late ochtend, zo'n beetje rond brunch-tijd. En na een poosje had hij ook hier genoeg van, en Hij schiep het middaguur, waar hij opzich best blij mee zou zijn geweest, ware het niet dat Hij zich begon te realiseren dat hij zo wel bezig kon blijven, en dat dat op den duur waarschijnlijk behoorlijk vermoeiend zou gaan worden. 'Shit.' sprak de Heere.
Kleverig, nat leer en ijzige kou, brandende lippen en zodra hij zijn ogen opensloeg voelde hij een steek als van een gloeiende dolk dwars door zijn hersenen. Waarom begon de ochtend alweer zo? Had hij gisteravond weer..? Hij kon het zich in ieder geval niet herinneren. Gewend als hij was aan de pijn stond hij op, krakend, mank, en strompelde naar het gootsteentje. Het bruine water was warm en klonterde hier en daar, maar het stroomde al langs zijn wangen zijn hals en rug op, waar het geultjes vond in de diepe striemen.
zachtjes het geruis... van de zee of van de wind? Warm... het zand, haar benen, haar buik... vogels roepen in de verte...
In diepe verwarring poog ik bij deze nog een contact met mijn lezers te bewerkstelligen. Uw reacties op mijn suspensenovel Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel hebben mij in een zodanige consternatie gebracht dat
ik nu mij zelf niet meer in staat vind er touw aan vast te knopen. Dit tot mijn grootste verdriet.
Bloedend stond de maan aan haar hemel, tranend zoog de regen het stof tot zich, en het zweet dat de zon uitbrak bij haar aanblik daalde in een verzengende mist neder over de smeulende kadaveren in de dorder wordende vlakte.
De straat was lang, tot in het onontwirwarbare geworteld met haar in abstractie gedompelde gevels naar de einder toe.
Hoe heet je? vroeg ze. geen antwoord.
Moet je nog een knakworstje?
een glinstering trok traag door de druppel die langs haar kin naar beneden
gleed.
Toen de keizer zich in zijde wikkelde verscheen onverklaarbaar zijn schim aan de horizon. Hijzelf was er niet meer om het te zien, maar de mensen spraken er van in hun donkere holen.
Daar waar eens de straten en huizen waren lag nu as, en een zacht winterbriesje streek er doorheen met liefhebbende vingers. Het flinterdunne zwart brak af en verbrokkelde in stukjes zo klein dat de binnenkant de buitenkant werd, en zo ontblootte zich de waarheid. En de waarheid verhief
haar stem en sprak, maar zij kwam niet uit boven het krassende gekrioel van
de schichtige schorpioenezuigelingetjes, de laatste kindertjes van moeder
Aarde.
Van : Jeremejerende Altzheimerlijdende Messentrekker
Ik wil net opstaan omdat mijn tijd eropzit, maar mijn ischiaszenuw blijkt te
zijn vastgesmolten aan mijn meniscus, waardoor ik me middels de
achterstevoren functionerende motoriek van een struisvogelgewricht zal
moeten voortbewegen. Ik hoop dat jullie me begrijpen, ik probeer het echt zo
eenvoudig mogelijk te houden. Ik ga nu een poging wagen het gebouw te
verlaten.
Voor : niemand
Van : mij
Firma : WESSOK
Telefoon : 06-darmkanaal
De dood grijnst ons allen in het gezicht. Sterven gaan we allemaal. Rottend
in ons graf vragen wij ons af: Wat stinkt hier zo? Wat zijn dit voor
wandelende stukjes slijm op m'n lip?
De essentiele, existentiele kwellende kwesties zullen uiteindelijk eenieder
in hun tang vermurwen tot een hoopje willoos universeel braaksel.
En de laatste zuil begon te kraken onder zijn eigen gewicht, en de aarde
begon dof te rommelen. Gloeiende deeltjes maakten zich van het sidderende
kampvuurtje los en vulden de duisternis boven Harrie en het beestje met
vreemde, kronkelende patronen.
En de lieve Heere schiep het avondrood, en hij was er blij mee. Hij vond de
zon, die daar zo oranjeroze hing tussen die kunstig flieberende
wolkflardjes, zo mooi, en het ontroerde hem toch zo allemaal, dat hij
terstond begon te grienen. Ondertussen zat, achter een onopvallend struikje,
Satan de Heere te bespieden. Hij vond het maar niks, als dat rozige gerood,
hij hield wel van rood, maar dan in wat donkerdere, diepere tinten.
Plotseling sprong hij tevoorschijn, waarbij hij een vreemd, maar vooral
onsmakelijk keelgeluid voortbracht. "Bah" Dacht de Heere, en realiseerde
zich onmiddelijk dat dit nu al het tweede vieze woord was dat hij sinds zijn
ontwaken in de mond genomen had. "Satan," sprak hij, "Ga je mond spoelen."
Satan droop met zijn staart tussen zijn bokkepootjes af naar de wasbak.
Hoofdschuddend keek de Heere hem na. "Dat neefje van mij ook..." Maar wat de
Heere niet zag, was de groengele fonkeling die ontstaan was in Satan's ovale
pupillen, die op een tintelende wijze misstond bij het bruinrood van zijn
oogkassen...
.....OP DAT MOMENT werd er hard tegen de telefooncel gebeukt. Ik verloor
mijn evenwicht en viel met mijn achterhoofd tegen een metalen rand, en vlak
voordat ik het bewustzijn verloor ving ik een glimp op van degene die de
aardschok moest hebben veroorzaakt. Het was Piet Keizer. Zijn authentieke,
superstrakke WK 74 pakje liet niets van zijn oude, vlassige, slobberige maar
toch pezige lichaam aan de verbeelding over...en met deze aanblik verzonk ik
in een duistere ledigte…
Zacharias X, die mij vanmorgen op mijn 06 belde, verwierp in eerste
instantie mijn offerte. Ik belde hem enkele uren later echter terug met een
aanbod waarvan ik vermoedde dat hij het niet zou weigeren. Wat bleek nu
echter het geval, De heer X. had met grote spoed en om onduidelijke redenen
het land verlaten. Op het moment dat ik dit van zijn secretaresse vernam
begon mij al iets te dagen, en toen ik een ongetekende enveloppe in mijn
postbus aantrof wist ik hoe laat het was. OM GEKONTINUEERD TE ZIJN....
Ik begaf mij met haastige tred naar de dichtstbijzijnde telefooncel, alwaar
ik het nummer dat achterop mijn inlegzool was gekrabbeld begon te draaien.
Terwijl het raspende gepiep van de verroeste draaischijf zich vermengde met
het geklok van mijn kokhalzingen, schoot mij een geniale doch afschuwelijke
gedachte door het hoofd. Op dat moment kwam de verbinding tot stand. "U
luistert naar het electronische silhouet van Zacharias X. Zacharias X.
bevind zich momenteel in een paralel universum, maar zodra hij zich heeft
vereenzelvigd met de informatie waarmee u zijn electronische silhouet
ogenblikkelijk zult belasten, zal hij op geheel eigen en onverwachtte wijze
contact met u opnemen. Stort uw hart uit na de sample. SLAAAVE TO THE
MUUUSIIIC!!!!" Het woord was nu aan mij.... OM GEKONTINUEERD TE ZIJN...
De ontzettend wrede moordenaar stapte met laarzen en al uit bed, veegde zijn
zolen af aan zijn lakens en sprong uit het raam. Hij suisde achttien etages
naar beneden en landde op een jong echtpaartje dat hij met veel
bloedgespetter verpletterde. HAHAAAAAAAA! de eerste triomf was binnen. Hij
stond op, veegde zijn laarzen af aan de stoeprand en zette het op een lopen.
Hij rende en rende, VET hard ook, en ondertussen flitsten zijn irissen de
omgeving af op zoek naar een nieuw smakelijk sterfgevalletje. DAAR,
LEONARDO, DAAR! hoorde hij een stem in zijn botte kanis heen en weer
timmeren. en inderdaad, een wit met roze kinderwagen stond onbeheerd op de
top van de Eiffeltoren. Met een GI-GAN-TIESE jump [dzjump] of zelfs bijna
[dzjamp] was hij INEENS ter plaatse bij het incident. "Ik zag het allemaal
gebeuren! [ween snotter] En ik stond er bij en ik keek er naar! [slobber
snik snaak] En ik kon er niets aan doen maar het gebeurde toch! [lebber
slik]" "Wat naar voor u en toen?"
De kinderwagen bleek politiek te gevoelig te liggen om tot pulp vermalen te
worden (langzaam) dus ging de ontiegelijk gemene krimineel maar thuis op de
bank een fillempie chekke.
Ja, met Arie?
Hall******kggrrkk
Ha....LLO?
kkkggggggkkgrkkgrkgkrkgggkck...kggrrELP!
Onmiddelijk wist mijn razendsnelle brein wat er moest gebeuren. Ik sprong
van de klif in het ravijn en stierf. In de dood vond ik achter een pilaar de
geheimzinnige contactpersoon. Ik vroeg hem het geheim. "Waarom zijn de
poezen rond?" Hij zweeg, veelbetekenend. De interpretatie van mijn
razendsnelle brein schoof ik met een knarsend geknierp in het sleutelgat tot
het Reaalm van de Dertiende Heerser, en weldra ontvouwde zich voor mijn
oogen een zinderend schoon schouwspel. Slanke, ovale schimmen cirkelden
dwars door de rode duisternis naar voren. "Niet te dichtbij, of anders!"
schalde mijn kraakheldere stem en brak af, op zijn eigen weerkaatsing in het
lichtblauwe luchtledige. Ook de schimmen bezagen de gebeurtenissen vol
afschuw en tederheid in hun oogen. De opaalen schalen van geluk braken in
scherven.
beste lezers. Het verhaal Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel is een
interactief literair meesterwerk. Dit houdt in dat alle suggesties van uw
kant door de auteur in belangstellende overweging genomen worden, vervolgens
door hem bespot en beschimpt, en als u uw naam vermeld wordt u door de
auteur hoogstpersoonlijk uitgelachen. In afwachting van uw schrijven
verblijf ik.
Kleverig, nat leer en ijzige kou, brandende lippen en zodra hij zijn ogen opensloeg voelde hij een steek als van een gloeiende dolk dwars door zijn hersenen. Waarom begon de ochtend alweer zo? Had hij gisteravond weer..? Hij kon het zich in ieder geval niet herinneren. Gewend als hij was aan de pijn stond hij op, krakend, mank, en strompelde naar het gootsteentje. Het bruine water was warm en klonterde hier en daar, maar het stroomde al langs zijn wangen zijn hals en rug op, waar het geultjes vond in de diepe striemen.
zachtjes het geruis... van de zee of van de wind? Warm... het zand, haar benen, haar buik... vogels roepen in de verte...
In diepe verwarring poog ik bij deze nog een contact met mijn lezers te bewerkstelligen. Uw reacties op mijn suspensenovel Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel hebben mij in een zodanige consternatie gebracht dat
ik nu mij zelf niet meer in staat vind er touw aan vast te knopen. Dit tot mijn grootste verdriet.
Bloedend stond de maan aan haar hemel, tranend zoog de regen het stof tot zich, en het zweet dat de zon uitbrak bij haar aanblik daalde in een verzengende mist neder over de smeulende kadaveren in de dorder wordende vlakte.
De straat was lang, tot in het onontwirwarbare geworteld met haar in abstractie gedompelde gevels naar de einder toe.
Hoe heet je? vroeg ze. geen antwoord.
Moet je nog een knakworstje?
een glinstering trok traag door de druppel die langs haar kin naar beneden
gleed.
Toen de keizer zich in zijde wikkelde verscheen onverklaarbaar zijn schim aan de horizon. Hijzelf was er niet meer om het te zien, maar de mensen spraken er van in hun donkere holen.
Daar waar eens de straten en huizen waren lag nu as, en een zacht winterbriesje streek er doorheen met liefhebbende vingers. Het flinterdunne zwart brak af en verbrokkelde in stukjes zo klein dat de binnenkant de buitenkant werd, en zo ontblootte zich de waarheid. En de waarheid verhief
haar stem en sprak, maar zij kwam niet uit boven het krassende gekrioel van
de schichtige schorpioenezuigelingetjes, de laatste kindertjes van moeder
Aarde.
Van : Jeremejerende Altzheimerlijdende Messentrekker
Ik wil net opstaan omdat mijn tijd eropzit, maar mijn ischiaszenuw blijkt te
zijn vastgesmolten aan mijn meniscus, waardoor ik me middels de
achterstevoren functionerende motoriek van een struisvogelgewricht zal
moeten voortbewegen. Ik hoop dat jullie me begrijpen, ik probeer het echt zo
eenvoudig mogelijk te houden. Ik ga nu een poging wagen het gebouw te
verlaten.
Voor : niemand
Van : mij
Firma : WESSOK
Telefoon : 06-darmkanaal
De dood grijnst ons allen in het gezicht. Sterven gaan we allemaal. Rottend
in ons graf vragen wij ons af: Wat stinkt hier zo? Wat zijn dit voor
wandelende stukjes slijm op m'n lip?
De essentiele, existentiele kwellende kwesties zullen uiteindelijk eenieder
in hun tang vermurwen tot een hoopje willoos universeel braaksel.
En de laatste zuil begon te kraken onder zijn eigen gewicht, en de aarde
begon dof te rommelen. Gloeiende deeltjes maakten zich van het sidderende
kampvuurtje los en vulden de duisternis boven Harrie en het beestje met
vreemde, kronkelende patronen.
En de lieve Heere schiep het avondrood, en hij was er blij mee. Hij vond de
zon, die daar zo oranjeroze hing tussen die kunstig flieberende
wolkflardjes, zo mooi, en het ontroerde hem toch zo allemaal, dat hij
terstond begon te grienen. Ondertussen zat, achter een onopvallend struikje,
Satan de Heere te bespieden. Hij vond het maar niks, als dat rozige gerood,
hij hield wel van rood, maar dan in wat donkerdere, diepere tinten.
Plotseling sprong hij tevoorschijn, waarbij hij een vreemd, maar vooral
onsmakelijk keelgeluid voortbracht. "Bah" Dacht de Heere, en realiseerde
zich onmiddelijk dat dit nu al het tweede vieze woord was dat hij sinds zijn
ontwaken in de mond genomen had. "Satan," sprak hij, "Ga je mond spoelen."
Satan droop met zijn staart tussen zijn bokkepootjes af naar de wasbak.
Hoofdschuddend keek de Heere hem na. "Dat neefje van mij ook..." Maar wat de
Heere niet zag, was de groengele fonkeling die ontstaan was in Satan's ovale
pupillen, die op een tintelende wijze misstond bij het bruinrood van zijn
oogkassen...
.....OP DAT MOMENT werd er hard tegen de telefooncel gebeukt. Ik verloor
mijn evenwicht en viel met mijn achterhoofd tegen een metalen rand, en vlak
voordat ik het bewustzijn verloor ving ik een glimp op van degene die de
aardschok moest hebben veroorzaakt. Het was Piet Keizer. Zijn authentieke,
superstrakke WK 74 pakje liet niets van zijn oude, vlassige, slobberige maar
toch pezige lichaam aan de verbeelding over...en met deze aanblik verzonk ik
in een duistere ledigte…
Zacharias X, die mij vanmorgen op mijn 06 belde, verwierp in eerste
instantie mijn offerte. Ik belde hem enkele uren later echter terug met een
aanbod waarvan ik vermoedde dat hij het niet zou weigeren. Wat bleek nu
echter het geval, De heer X. had met grote spoed en om onduidelijke redenen
het land verlaten. Op het moment dat ik dit van zijn secretaresse vernam
begon mij al iets te dagen, en toen ik een ongetekende enveloppe in mijn
postbus aantrof wist ik hoe laat het was. OM GEKONTINUEERD TE ZIJN....
Ik begaf mij met haastige tred naar de dichtstbijzijnde telefooncel, alwaar
ik het nummer dat achterop mijn inlegzool was gekrabbeld begon te draaien.
Terwijl het raspende gepiep van de verroeste draaischijf zich vermengde met
het geklok van mijn kokhalzingen, schoot mij een geniale doch afschuwelijke
gedachte door het hoofd. Op dat moment kwam de verbinding tot stand. "U
luistert naar het electronische silhouet van Zacharias X. Zacharias X.
bevind zich momenteel in een paralel universum, maar zodra hij zich heeft
vereenzelvigd met de informatie waarmee u zijn electronische silhouet
ogenblikkelijk zult belasten, zal hij op geheel eigen en onverwachtte wijze
contact met u opnemen. Stort uw hart uit na de sample. SLAAAVE TO THE
MUUUSIIIC!!!!" Het woord was nu aan mij.... OM GEKONTINUEERD TE ZIJN...
De ontzettend wrede moordenaar stapte met laarzen en al uit bed, veegde zijn
zolen af aan zijn lakens en sprong uit het raam. Hij suisde achttien etages
naar beneden en landde op een jong echtpaartje dat hij met veel
bloedgespetter verpletterde. HAHAAAAAAAA! de eerste triomf was binnen. Hij
stond op, veegde zijn laarzen af aan de stoeprand en zette het op een lopen.
Hij rende en rende, VET hard ook, en ondertussen flitsten zijn irissen de
omgeving af op zoek naar een nieuw smakelijk sterfgevalletje. DAAR,
LEONARDO, DAAR! hoorde hij een stem in zijn botte kanis heen en weer
timmeren. en inderdaad, een wit met roze kinderwagen stond onbeheerd op de
top van de Eiffeltoren. Met een GI-GAN-TIESE jump [dzjump] of zelfs bijna
[dzjamp] was hij INEENS ter plaatse bij het incident. "Ik zag het allemaal
gebeuren! [ween snotter] En ik stond er bij en ik keek er naar! [slobber
snik snaak] En ik kon er niets aan doen maar het gebeurde toch! [lebber
slik]" "Wat naar voor u en toen?"
De kinderwagen bleek politiek te gevoelig te liggen om tot pulp vermalen te
worden (langzaam) dus ging de ontiegelijk gemene krimineel maar thuis op de
bank een fillempie chekke.
Ja, met Arie?
Hall******kggrrkk
Ha....LLO?
kkkggggggkkgrkkgrkgkrkgggkck...kggrrELP!
Onmiddelijk wist mijn razendsnelle brein wat er moest gebeuren. Ik sprong
van de klif in het ravijn en stierf. In de dood vond ik achter een pilaar de
geheimzinnige contactpersoon. Ik vroeg hem het geheim. "Waarom zijn de
poezen rond?" Hij zweeg, veelbetekenend. De interpretatie van mijn
razendsnelle brein schoof ik met een knarsend geknierp in het sleutelgat tot
het Reaalm van de Dertiende Heerser, en weldra ontvouwde zich voor mijn
oogen een zinderend schoon schouwspel. Slanke, ovale schimmen cirkelden
dwars door de rode duisternis naar voren. "Niet te dichtbij, of anders!"
schalde mijn kraakheldere stem en brak af, op zijn eigen weerkaatsing in het
lichtblauwe luchtledige. Ook de schimmen bezagen de gebeurtenissen vol
afschuw en tederheid in hun oogen. De opaalen schalen van geluk braken in
scherven.
beste lezers. Het verhaal Zacharias X en de Vierkante Kanonskogel is een
interactief literair meesterwerk. Dit houdt in dat alle suggesties van uw
kant door de auteur in belangstellende overweging genomen worden, vervolgens
door hem bespot en beschimpt, en als u uw naam vermeld wordt u door de
auteur hoogstpersoonlijk uitgelachen. In afwachting van uw schrijven
verblijf ik.
Monday, October 12, 2009
VI
Uiteindelijk verloor Harrie het bewustzijn, en het kwaad kwam vanachter de bergen de ongerepte landen binnenstromen. Ze sprong, en een donkere lok viel voor ogen. De wereld hulde zich in schuld en zonde, bliksem en donder, en ging ten onder. hahahahahaaa! Ik ben snooood!!!... proclameerde de dood. Maar hij viel ten prooi aan de Honderdkoppige Wolf, die vanuit het diepst van zijn eigen nachtmerries was losgebroken, en de Dood met smeulende ogen besprong, en kokhalzend verzwolg. Het kosmische equilibrium brak af als een twijgje, het universum zwichtte en klapte in. Licht stokte en stolde, duisternis ontdooide en verdronk in zichzelf. Tenslotte waren alleen liefde en haat nog over. Zij keken elkaar aan in doodsangst, maar de dood was er niet meer, aleen meedogenloze leegte. Toen, op het wanhopigste moment, knapte het koord en brak de ban, en haat en liefde smolten samen. Dit was de vervulling, en hiermee was het eind van de eeuwigheid aangebroken.
Gewoon Harrie
En toen Harrie naar de wc was gegaan kwam hij er weer uit en bedacht zich dat hij zijn behoefte nog niet had gedaan. Zuchtend ging hij terug en vervolgde zijn taak. Het viel niet mee, geincarneerd te zijn. Het begon hem te vervelen, en hij begon zich te bezinnen op manieren om onder deze verplichtingen uit te komen. Hij kon er geen bedenken. Hij trok door en was van zijn materiele associaties verlost totdat hij, later op straat, een of ander mens tegen het lijf liep. Met haar enzo, en huid. Ontzettend irritant altijd. Daar wil je gewoon niet aan herinnerd worden. Potsikkie. Harrie had er genoeg van en besteeg de hemel, om daar een woordje met God te wisselen over deze kosmische grap waarmee Hij met hem had zitten sollen. Maar God was weer eens voor geen rede vatbaar, volkomen geabsorbeerd in zijn eigen, slechte, gevoel voor humor, Dus Harrie weer naar beneden en door met zijn leven. Hij kocht een halve kip bij de slager in het winkelcentrum en zakte op de bank met een joint en een aflevering van The Sopranos. Hij vergat zo zichzelf voor drie kwartier en begreep even wat het betekende mens te zijn. Maar daarna was hij weer gewoon Harrie.
Saturday, October 10, 2009
ja die avond
Jewaitet hoe het zit madderfakker - ik schrijf nu hier, het is laat, de avond wacht om neer te tuimelen over de grachtengordel, maar ik laat haar nog even wachten, bungelen aan de nok van de hemelkoepel - ik zeg fok de avond. Ik ben voor de dag. Dat is arbitrair, dat heb ik besloten in een totaal gedistantieerde bui, het besluit heeft geen verhouding tot "wie ik ben" of "waar ik naartoe ga", het besluit is uit de lucht komen vallen, precies zoals de avond dat nu ook zo graag zou doen - ironies! Ironies! zeg ik nog een keer. Bijzonder ironies. De avond ondertussen kleurt en fleurt en drammelt over bloemengeur en hangt de general nuisance uit om toch maar net dat stukje aandacht mee te pakken dat hij zo cravet - maar ik ga er niet op in. Als een volleerd leeuwentemmer of stierenvechter ga ik er niet op in, doe ik alsof mijn neus bloedt, rood als de kleuren van de avond die wel stijl heeft, die niet zo loopt te aniken met oranje paars en groengeel gifgasachtig palet en dan denkt origineel te zijn, modern of zelfs postmodern, wat kan het mij ook allemaal verrotten, die termen, een tafel is rond als er vlees op staat en verder, basta.
Subscribe to:
Posts (Atom)
