Tuesday, March 31, 2009

lap van rood

Mijn lot mijn lot weerbarstige bok
rotsensplijter, ijzertemmer, breedbeeldkanon
totaan het vaardig torenspel
waar de klaagmuur afhandig wordt gemaakt.

rotsblokken rollen over de sterrenboulevard
etalages in puin.
krantekoppen flakkeren als vlammen
de leeuwen bijeen.

Groene ogen jakhals
gouden bijl - een slag
Wat er vloeit is overtollig.

De droom is wakker en de vlieger rukt aan de wind
de wolken suizen omlaag naar de rokken van een kind
zand stuift op.

Monday, March 30, 2009

flits

Lente, lente, rijg je gele jurk een krul een lint
strik om je wervellbloesem, doe 'm goed in je haar -
grandioze boomgaarden applauderen met appels en peren
honing en bijen en beren, blije geleerden met zere hoofden die ooit in spoken geloofden!

Friday, March 27, 2009

de beat

Beestachtige barometer
ratjetoe, rotspartij
regelmaat van onder de klok,
de nagels van de kat,
het denderen van de kern.

Regen als sterren boven dit bed,
dit haardvuur in open hemel onder de wind
knisperend zonder begin,
De zon zinkt flonkerend in vonkenrood
achter een verre kloof.

sjamaneschijn

Totaan de oever van de rivier, totaan de waterval! Haar parasol wapperde in de wind. Haar gezicht spatte nat. De forellen dansten in de klaterende golfjes op het nat. Bomen wuifden vochtig in de zon. De stralen warmden de stenen in banen langs de boomstammen die damten, en waaraan eekhoorns zich vasthielden die de firsse wasse luch topsnuffelden. Hun oogjes plots verstard op iets, dat ze hoorden of zagen aan de overkant. Daar waren rovers, die houten kisten sleepten, met ijzeren randen. Een droeg een toorts en een baard, de anderen waren kaal en kibbelden.

Een bootje lag lags de oever, de mannen namen er onhandig in plaats, en zetten zich af van de oever. Onmiddelijk nam de stroom het scheepje en tolde het over de baren. De rovers klampten zich vast aan de randen en lieten zich ongemakkelijk stroomafwaarts afvoeren.

De zon ging door met schijnen en de lucht dampte lustig verder. De planten groeiden en vogeltjes zoefden er tussendoor. Het was een getwetter van jewelste. Plotseling stak een medicijnman de kop op, en zijn speer omhoog. Hoela! Riep hij, en het onweer barstte los.
De rivier werd grijs, de zon verdween, en de rotsen ketsten het water afwerend van zich af. Binnen de korste keren was de waterval verdwenen in een dampende mist.
Heet was het nog steeds.

Monday, March 23, 2009

De woestenij brengt kreten voort
verstard in ijle lucht
verstoten van de hemelpoort
kom jij bij mij terug

ik ben je spelonk, je vleermuis
mijn ogen rood en hard
jij bent mijn reageerbuis
jouw ogen zijn verstard

Maar ik geef niet om wat je ziet
als je naar buiten tuurt
het grote onrecht, het verdriet
dat bij jou binnen gluurt.

Maar lost op in je hart dat grillt
dat kookt en braadt en brandt
al het vlees dat in je kuip
kruipt, knaagt aan je verstand.

Wednesday, March 18, 2009

per dag een nacht

Teweeg brengen, warme hemel
dat grote azuur van voorbijgaande aard
over het grasveld

je schaduwen dansen mee
rammelen door de zandbak die kwettert
het terras, glas en hard licht

Maar zinkt daar de avond
de berenklauwen aan het duistere slootje
zonder bruggetje naar de overkant

Zakt daar die zwijgzame mist in het gras en het grind
de koude stilte ademt
diep vuur in huis

Wednesday, March 11, 2009

3 strofen voor het naar bed gaan

Het doet er stoer toe. De roede striemt,
op het scherpst van de snede wandelt wie
niet handelt.

Handen af van de pan, kok
schok, brand rond de wokrand
gromt er wrok?

Wandelt een tak? Zwendelt een zwakke?
is alles gereed en gerund? Verdedigt het punt
zijn nut?

Monday, March 9, 2009

doel aller wegen

Zware onweerslucht in mijn borst
hangt naar pleinen, keien, muren
kozijnen, hoog in romig pleisterwerk

Fonteinen spuiten, fruit ligt buiten
priemend licht, hete hemel
zweet plakt op mijn zwellende borst

Water drinken is beelden zien
raken met mijn ogen, pakken, wrijven
heilig is het zoete vuil van eeuwen

Je stad, Europeƫr, waanzinsmens
haar wapperende rok haar schorre stem
haar afgeragde eeuwigheid

Bijtel in mijn hart
haar opengesperde ochtend
mijn bloed wil aan haar kleven.

Friday, March 6, 2009

three ways to get unraveled

Waarheid wervelt
wrikt in weerstand
worstelt wegen
wachtend langs krijtstenen kusten
op jou.

Wegen krommen
draaien woelen
door de bossen
vlees met room en bessen
boven het zilveren dal

Daken roken
Indianen
dansen op vuur
ik wis mijn ruit
met koel machtsbesef

Wednesday, March 4, 2009

henk is kwaad

Licht vloei aan! Bereik je westen!
Keer om de ommekeer, draai om de draai, raad het raadsel, knaag het knaagsel
het wagen van het waagstuk verdraagt geen vraagstuk

lig braak, tig keer vaak
bliksem slaat in waar de rotsen tot grind worden gekraakt
we botsen in de binnenbocht
we rossen in benzinelucht
we krijgen onderricht

Donderschichten richten zich op het mondstuk van de opsmuk
de grondvraag die ontwaakt verdraagt geen opdruk
slaat een brug waar hij zich losrukt van de burcht
die verzucht en bergt en wurgt.

kersenbloeden

Het stuurloze schip
op de batterij van de zomerpiraat
stond aan wal met een kerstbloeden.
Zomer! Zomer! koekeloert de haan in zijn piepboekje
maar hij slaat van 1 2 3
lege bladzijden om.

Een gesternte staat aan lagerwal
waar ik boender
en zuig
en dien tot leven
waar leven dienstig maakt.

Kom aan wal! Buldert de kapitein.
Eet mijn kost, schrob jezelf.
Maar het waar ga je heen van de trainer omwervelt Rome.

Sunday, March 1, 2009

De troepenmacht van het evenwicht
kromt zich om mijn kommer en kwel
bombardeert mijn assenstelsel
rammelt aan mijn raderen.

Kommandeer de kommandant! Verorber zijn zwijnen! Slobber van zijn brandewijn! Verscheur zijn betekenis!

Klare ramen wasemloos
dames azen argeloos
het scheepswrak spoelt aan
tussen de goederen zonder bestemming.

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net