houten scheepjes dobberen
voorbij ons blinde zicht
de zon scheurt de schaduw
aan stukken onder mijn ogen
Weerbaar land, dit koninkrijk
almachtig raadsel zonder sleutel
de trouw van iemand ergens ver
aan een losgerukte dode wortel.
Friday, May 29, 2009
Monday, May 25, 2009
zand in mijn vuist
In steeds weer verlangend
krijgsgebrouwsel
wasemt de raad van de morgenstond
aan het glas
tussen mij en mijn hartstocht.
Zonnen zinken elke dag
manen drinken ons bloed
als weer eens de trommels zwijgen
aan het eind van de rand
waar het oordeel op zich laat wachten.
krijgsgebrouwsel
wasemt de raad van de morgenstond
aan het glas
tussen mij en mijn hartstocht.
Zonnen zinken elke dag
manen drinken ons bloed
als weer eens de trommels zwijgen
aan het eind van de rand
waar het oordeel op zich laat wachten.
Monday, May 18, 2009
touw om handen
De bakens breken, rotsen splijten
overvloed aan harde feiten
kronen, wanen, dromen, lagen,
woordenvloed verwoed gedragen
op de steile helling staan
brekend als de wind
over de trotse hoofden
van op drift geraakt wasdom
ratelende slangenkreten
mengen zich in de wind
schudden mij af op een rots
de naam van mijn naam
Vooralsnog vloedt het rood
om mij heen aan het eind
twee Adelaars en een baken
het voortouw neemt me in handen.
overvloed aan harde feiten
kronen, wanen, dromen, lagen,
woordenvloed verwoed gedragen
op de steile helling staan
brekend als de wind
over de trotse hoofden
van op drift geraakt wasdom
ratelende slangenkreten
mengen zich in de wind
schudden mij af op een rots
de naam van mijn naam
Vooralsnog vloedt het rood
om mij heen aan het eind
twee Adelaars en een baken
het voortouw neemt me in handen.
Wednesday, May 6, 2009
brak verlangen
De dromen komen uit een duister geslacht
de tranen zweven boven de wolken van macht
de ramen zijn zwart
zij is vertrokken
altijd voor eeuwig ontroostbaar verteren
knagende magen van leer
de tanden des tijds doen me denken
maar in godnaam aan wat?
Mijn leven spint, mijn ziel weeft
mijn blik schiet in het rond
het geluk lacht me toe in de spiegel
aan de andere kant van de deur.
rond de rijkwijdte van de vuurdoop
sleurt de hete adem van de wanhoop
me mee op zijn zieke ros
schuimbekkend door het wervelende onheil
de tranen zweven boven de wolken van macht
de ramen zijn zwart
zij is vertrokken
altijd voor eeuwig ontroostbaar verteren
knagende magen van leer
de tanden des tijds doen me denken
maar in godnaam aan wat?
Mijn leven spint, mijn ziel weeft
mijn blik schiet in het rond
het geluk lacht me toe in de spiegel
aan de andere kant van de deur.
rond de rijkwijdte van de vuurdoop
sleurt de hete adem van de wanhoop
me mee op zijn zieke ros
schuimbekkend door het wervelende onheil
Subscribe to:
Posts (Atom)
