Saturday, February 26, 2011

nederig kneden

Ja toch die dan dat
dorstige zangerigheid
geloof in de diepte
geweld

zenuwslopend aan zich wordt kwaadheid
GEEST
en de derde zakt neer en rent weg

Gladiator

Gretigheid
Eenarmig
Inhalig
de ander salueert.

Nee man
zo is het anders
klotekut
in je aars.

Ransdebiel
godlosts
Kleurrijk
Wandeling door de gootsteen die een ecosysteem is.

Ik ben hier om te proeven
te durven te dalen
totdat ik een grens weet
en die begrijp

ik ben hier in de wereld
geenszins om te werken
aan dit of dat
maar aan het
wat hier staat
geschreven halleluja okee.

De deur is dus dicht
voor gezeur en de plicht
die roept uit de hemel
boven die man op zijn kemel

ik ben hier de lucht
de vrees en de wind
ik ben hier het kind
dat speelt met zijn staart

ik ben de wervelwind
die de hemel verbind
met heel de wereld en
jou en mij

Oom Dagobert

Ik kijk neer op mijn blote voeten
lopend door de modder en
zie gouden staven, hard en zwaar
onder me, en achter me een spoor

Half verzonken in de drek
maar blinkend toch en schoon
en onweerstaanbaar eigenlijk
waarom liet ik ze liggen?

Ik tracht te torsen, ééntje slechts
is al zo zwaar dat ik kraak
ik moet hem smelten denk ik dan
en drinken, tot me nemen.

Zo sta ik daar te denken hoe
ik hitte uit me pers
die genoeg zal gloeien om het goud
in een teug te verslinden

Laat het nu juist het denken zijn
dat zo'n oven blijkt....
het goud wordt nu een gloeiend pad
terug tot de oorsprong in mij.

Thursday, February 24, 2011

no things

The truth as such a thing
exists in the face of itself
reveals to me its absence

counterpart to me
I roll on, down the hill
entrapped in motions ways

reveal my secret, contemplate
the knight in shining armor
ambushed on the catwalk

I laugh the world is going
on and speeding up
I turn and face the wall

My shadow stirs, reluctantly
congregates with me
something lives between us

Somewhere, deep in sadness
unjust plans were made
and truth died in its sleep.

IJsdroom

Dit bevroren licht moet smelten
want de koffie dampt en ruikt
en lokt net als de dag van morgen
als een berghut in de sneeuw

dit versteende vuur weerklonk
te lang in dode zalen
schreeuwde pijnlijk en geknepen
bevelen van een wrede god

nu warmt het brood in onze oven
kraakt het bed, de lakens wit
en bloemen op het raam vannacht
ontsnapt uit de greep van mijn droom

ramshoorn

Mijn liefde brandt in ogen
ver van hier

De zee splijt tot Rome
verderf loert

In tweedracht schiepen zon en maan
de ramshoorn

Wednesday, February 23, 2011

Maanverlichte vlakte

Dorstige vuren
ontbranden in deze kamer
zuurstof zuigt en kolkt

Faraoische zeeën van goud
spiegelpaleizen verrammen
deze stierenhoorns te gronde

Toen langs de weg door mijn land
mij een dood symbool vond
wist ik nog geen vertaling

Dit raadsel kwam mij levend voor
ik vervolgde mijn weg
en sleep mijn mes

Bloed zweet en tranen
wijn brood en vlees
spijt voedt mijn oven

"XVI"

Bar koud, brandnetelsoep
zolang de voorraad strekken zal
zolang hier een kar in de modder klemvast zit
met bestemming "over-yonder".

Op de bok zit een vreemdeling
met vlas-geel haar
die het paard een wortel geeft
die de zweep uitéén pulkt.

Achter de wolken buldert
een keel - een stem - een toren
Weerlicht
Een hoef schraapt.

Dan - komt de kar in beweging
onder luid protest
van wielen, assen, drijver
gekraak en een schorre stem.

De modder spat uiteen
eronder verschijnt een weg
gelegd met marmeren tegels
onbekrast van Aard.

6:00

Oh god een tentenkamp
Daar ben ik nog nooit geweest
Ookal stond ik vroeg op
Om de oorlog te horen rommelen.

Ver ver weg in mijn verre neef
Die regeert over machten
Die staat aan de baardgroei
Van het eeuwige akkerland.

Zijn schip is vergeven
Zout groeit aan de planken
Een kruisraket siert als een boog
Een zwarte regenboog.

Balder

Als de woeste Balder aanleunt, die boom, die noeste eik, die ooit in het vuur zal verdwijnen, dan zijn zijn botten stram, en zijn blik rookt vervaarlijk - wat zal daarachter schuilgaan?

Het huis op de heuvel, het strooien dak schittert. Het zilveren licht van de sikkel temidden de blinde geluiden van
van de nacht

Ja hier wil ik wonen, van hier spreek ik tot u, en zeg u, u mag blijven
wat u bent.

Recht

Kracht in scheuten van pijn
sijpelt door de verwoeste pijplijn.

Krakende weerstand breekt en buigt
om tot aanwezigheid.

middaguur

In dit koffiehuis
zing ik rond
trilt dit vacuum
aan gruzelementen.

Stemmen heffen
niet onhebbelijk
naar het woordje
dat even staat

De lucht is blauw
vast wel ergens,
Een plas op de stoep
glinstert perfide.

Een voorbijganger
ik zie nog net - een tas! -
dat het niemand was
die ik ken.

Monday, February 21, 2011

dit pad

Grenspost
Woestijn in vlammen achter mij
De stap die ik zet

Mijn hoofd is een hoogoven
de raderen gesmolten
gedachten één massa

Geweren gaan af
geratel geknetter
ik pluk een bloem

Ik kan niets meer zien
dat mij zo gemaakt heeft
een pikzwarte zon

Vuurwapenstilstand
back to the future
Mount Everest knielt

waar het gebeurt

Gebedsdienst zonder kerk
Zo ziet mijn leven eruit
De open hemel is mijn tempel
Het woud mijn geloof

Keerzijde van het keerpunt
Eerwraak van het lot
Uit grotten ontsnapt nu
Het avondgebed

De krachten ontmoeten
Naakt op de vlakte
Staren in ogen
Bijten het stof

Grote geesten laven
Zich aan mijn twijfel
Het krakende breken
De spattende vonken

Zo groeien de bloemen
In glashelder water
En onder de zon
Ontbindt het kadaver

Zo moet het zijn maar
Tussendoor grijpt het leven
Om zich heen met zijn klauwen
En streelt de dood

Tijdsbeeld

Eens groeiden hier bomen
Weet u nog?
Het was
Zomer.

Nu, Winter,
De bladeren
Heb ik verzameld en
Verbrand in mijn oven

Nog altijd rijzen
Brede stammen
Vol zelfvergiffenis
Boven de daken

Ze leefden hier
Toen ik nog dood was
Als oude helden
Op papier

Zo zie ik ze aan
Met triest gezicht
De wind hoor ik suizen
Ergens ver weg

Hier is een stilte
In een cirkel gesloten
Mijn hart danst wild
En beukt op de randen

Ik weet iemand hoort het
En die iemand die ken ik
Wel eens zien lopen
Tegen de wind

Sunday, February 20, 2011

Killer demon

This is It
I'm Here

In two towers
at the same time

I jump down
to meet you.

anima 3

Je gezicht toen je jong was
het morgenrood
hoe je toen al mijn geest las
verdrinkingsdood
Het licht van je lach
een straal scheen
zonder dat je me zag
door mijn ziel heen
De zee in je ogen
kan ik horen
in de diepte gezogen
verloren

Belangrijke Papieren

Radicale moslims
groeven
daarentegen door kamers vol wouden
Gravelings dragen
de zijnen terzijde
het lijk
en schreeuwen
om aandacht.

Ja het zij zo
dat de Keizer
zich het liefst
in vervoering ziet

radikale
nevensdalen
kanalen
vol weerzin

diert het onge
zonde ronde stomme
Ding
in mijn ziel.

Rot op.
Schepsel
Draag alles af
Aan de koerier

Hier
Papier
Stank
Dank
en allerhande zachte randen en botte messen
rotte rode bessen en geteisem
Geteisem, geteisem
Geteisem van de ziel.

Verveeld door Vergilius

Onwetendheid heerst
In duistere dalen
Van zwarte grotten
Vergeven
Donkere wolken
Komen boven de huizen
Waar kinderen slapen
Gedreven
De rust wordt verstoord
Als druppels regen
De daken wekken
Voor Even
Dan dendert de donder
Neer uit de hemel
Die alles in furie
Doet beven
Razende storm en
Ontketende bliksem
Samen verwoesten
Het leven
De wolken verdwijnen
Licht valt op de dalen
Slechts as
is overgebleven.

Tsja

Achter de wolken
Schijnt de zon
Te schijnen

flauw

Die dagboeken staan vol met registraties van stonede gesprekjes en grappen:

"Parijs:
Rozen zijn rood
Cola is blauw
McNuggets zijn leer
Ik hou van jou."

"-Gooi dat restje niet in de prullenbak, dat moet nog naar Ethiopie!
-Maak je geen zorgen, die hele bak gaat naar Ethiopie."

"-Het zou racistisch zijn als de vanille milkshakes duurder zouden zijn dan de chokolademilkshakes.
-Sterker nog, ze hebben hier volgens mij geen vanillemilkshakes"

"Ik had een febofobie"
"Hema en Hotero"

"Smoesje voor nekrofiele verkrachter: Dat lijk daagde me uit!"

"Ik heb je verlaten
Het leek me goed maar
Het chloor in het water
is plotseling proefbaar"

Enzovoorts.
Lol.

Anima 2

Nog een gedicht uit het dagboek lente 1996. Dit schreef ik in de kantine van de filmacademie, toen nog in de Ite Boeremastraat, terwijl ik wachtte tot ik werd geroepen voor mijn toelatingsgesprek. Het gesprek ging slecht, en ik werd niet toegelaten, dat jaar. In het gedicht volgde ik de vorm van een song door een goede vriend van me geschreven voor het meisje vaar hij verliefd op was. Ik herinner me de eerste twee regels: "O shipwrecked Sailor on the ocean depths / Your secret memories will forever be kept."

O plane-crashed pilot on the desert sands
Just then in the air you had it all your hands
Now you must find a road leading out of this place
Or don't you see that vulture with its bloodthirsty gaze?

O unlucky soul on the roads of passion
You took a wrong turn and a priceless lesson
But wisdom drowns in this loveless pool
A cold wet death, a desolate fool.

Omineus...



Een tekening in hetzelfde dagboek uit de lente van 1996.

Anima 1

Ik las het volgende gedicht op de binnenkant van de achterkaft van mijn dagboek, een van de vele uit 1996, het jaar dat ik begon te schrijven. Het is wonderlijk te zien wat voor duistere zaken blijkbaar in mijn geest leefden, zonder dat ik daar in het dagelijks leven ook maar iets mee te maken had. De dagboeken zelf zijn van een onbegrijpelijke onschuld, onbegrijpelijk in de zin dat ik me er niet meer in kan verplaatsen. Maar de gedichten zijn steevast duister, en lijken te verwijzen naar gebeurtenissen die later in mijn leven zouden plaatsvinden.

Somebody's knocking on my door
Seems like no one I've met before
He whispers that if I will be his friend
My life as I know it will come to an end.

When I ask him to tell me his name
He gets angry and says this is no game.
I turn around to take a look at my room
Stand face to face with invisible doom.

I try to turn myself back to the door
But my feet seem to be glued to the floor.
I look for comfort but can't find a doubt
Then panic strikes me, I have to get out.

I cry for the help of the mystery man
I wrestle for freedom as hard as I can
And when I finally know that can't fight on
It strikes me that the stranger is gone.

Tuesday, February 15, 2011

Zodiak-zoon

De sterren staan
Altijd
goed en kwaad
vertekenen het wapenschild

de zee die geeft, de zee die neemt

Deze stranden waren ongenaakbaar
De zon brandde op zandkristallen
wit licht omzoomde het land
nu schijten hier honden

Maar eens zijn die honden dood
Daar ga ik hoopvol vanuit
eens brandt het strand zich schoon
en richt zich weer op de zee.

Die ruist voort, zo dichtbij
dat alles innig luistert
en pijn voelt steken in het hart
van spijt niet ook te zien

De blikken smelten samen die
de schepen zijn vergeten
die speuren naar de bronnen van
het dom en kwaad gegrom

De zee die spreekt twee woorden
steeds weer, ze fluistert ze
en ademt en verkondigt
de wet die altijd leeft.

Monday, February 14, 2011

croissantje

Ergens voor ons ligt de zee
en achter ons ook, trouwens.
In het midden, hier en nu
daar praten wij met elkaar

een sigaret die dooft
en uit het niets weer de vonk
ze monden uit in een stilte
die de storm omspant

De zon komt op ik voel het
hij heeft het zelf gezien
terstond breekt ook de nevel
en gaat de wekker

Op de stoep wandel ik
eens in de zoveel tijd
en is het altijd weer
ver van erbarmelijk

pijl in mijn koker

Nog steeds dienen de mijlen als het koord van mijn boog
gespannen tussen haar en mij
Het en Dit
Alles en Iets.

Waar wij zijn heet geen keus
deze is de sleutel in de pot
halverwege de regenboog

tot slot doet alles er toe
alles en waar ook alles is
het daar dat hier is

En gouden bergen
omspannen de horizon
als rubber natte keien zoet maakt
en de muur van het imperium aan me voorbijschuift

Saturday, February 12, 2011

kerfsteen

Ergens in een grot vol botten
een lot vol bouten en moeren
een levensloop als een schroefdraad
schuilend voor de straffe wind

Zij slaapt, de adem vormt een nevel
daardoorheen schijnt vuur
ergens aangelegd - door iemand?
Hoop slaat toe als een roversbende.
Grootheidswaanzin waait als een woestijnwind
door de legertenten, zeil dat wappert
fundamenten, dunne palen, blinken ongewild
in de koude zon

Eens groeit ergens een cactus, en dat steeds weer
en kevers wonen daar, levens lang
culturen gaan aan het niets voorbij
in de koude zon

fervente tegenwerkers, schouders strak omhoog
nek vol kramp en geknepen billen
radicale afzwaaiers, als het maar schrijnt
in de koude zon

Totalitair regime, glinsterende paleizen
Dat stoeltje bij de haard
waar de leider zich toont met zijn vrienden
in het warme licht

Friday, February 11, 2011

overlev(er)ing

Die dichter die ik ben
die, daar op die hoek
een peuk in zijn mik
die ben ik niet

Ik ben die dichter die hem slaat
gade en lacht en weent
van het lachen en soms
lacht van het wenen

Om jou om mij
om dat wat is
als jij daar vooruit staart
achter je het leven

Die dichter die ik was
die net de hoek om sloeg
en mij de weg op zond
verhalend, overgeleverd.

Tuesday, February 1, 2011

Bootsman zonder crew

aangemeld.
Nu: tranendal.
Waterval.
Gapen, al.
Gaten vallen.
Gaan en allen
zwalken
naar de einder.

Zienderogen slonk de derrie door de voordeur geperst door Bertje, en het was alsof de zon ophing en er een klik klonk, en alles werd zwart.
Het is de evenzovele in de diendermachine
de granieten keurslager
de baute klauwhamer, verstoorder van de stoorzender, vervooroordeeld voor wagenrennen.
en trotse kiem, bezworen door zijn moeder in het oerwoud
natuurlijk in de open plek, waar rubber uit de bomen stroomt
dat zijn boot niet zou omslaan.
Varen deed de neger, hohop hop over de wijnrode zee.

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net