Deze stranden waren ongenaakbaar
De zon brandde op zandkristallen
wit licht omzoomde het land
nu schijten hier honden
Maar eens zijn die honden dood
Daar ga ik hoopvol vanuit
eens brandt het strand zich schoon
en richt zich weer op de zee.
Die ruist voort, zo dichtbij
dat alles innig luistert
en pijn voelt steken in het hart
van spijt niet ook te zien
De blikken smelten samen die
de schepen zijn vergeten
die speuren naar de bronnen van
het dom en kwaad gegrom
De zee die spreekt twee woorden
steeds weer, ze fluistert ze
en ademt en verkondigt
de wet die altijd leeft.
Tuesday, February 15, 2011
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
Blog Archive
-
▼
2011
(127)
-
▼
February
(32)
- nederig kneden
- Gladiator
- Oom Dagobert
- no things
- IJsdroom
- ramshoorn
- Maanverlichte vlakte
- "XVI"
- 6:00
- Balder
- Recht
- middaguur
- dit pad
- waar het gebeurt
- Tijdsbeeld
- Killer demon
- anima 3
- Belangrijke Papieren
- Verveeld door Vergilius
- Tsja
- flauw
- Anima 2
- Een tekening in hetzelfde dagboek uit de lente van...
- Anima 1
- Zodiak-zoon
- de zee die geeft, de zee die neemt
- croissantje
- pijl in mijn koker
- kerfsteen
- Grootheidswaanzin waait als een woestijnwinddoor d...
- overlev(er)ing
- Bootsman zonder crew
-
▼
February
(32)

No comments:
Post a Comment