Ik kijk neer op mijn blote voeten
lopend door de modder en
zie gouden staven, hard en zwaar
onder me, en achter me een spoor
Half verzonken in de drek
maar blinkend toch en schoon
en onweerstaanbaar eigenlijk
waarom liet ik ze liggen?
Ik tracht te torsen, ééntje slechts
is al zo zwaar dat ik kraak
ik moet hem smelten denk ik dan
en drinken, tot me nemen.
Zo sta ik daar te denken hoe
ik hitte uit me pers
die genoeg zal gloeien om het goud
in een teug te verslinden
Laat het nu juist het denken zijn
dat zo'n oven blijkt....
het goud wordt nu een gloeiend pad
terug tot de oorsprong in mij.
Saturday, February 26, 2011
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
Blog Archive
-
▼
2011
(127)
-
▼
February
(32)
- nederig kneden
- Gladiator
- Oom Dagobert
- no things
- IJsdroom
- ramshoorn
- Maanverlichte vlakte
- "XVI"
- 6:00
- Balder
- Recht
- middaguur
- dit pad
- waar het gebeurt
- Tijdsbeeld
- Killer demon
- anima 3
- Belangrijke Papieren
- Verveeld door Vergilius
- Tsja
- flauw
- Anima 2
- Een tekening in hetzelfde dagboek uit de lente van...
- Anima 1
- Zodiak-zoon
- de zee die geeft, de zee die neemt
- croissantje
- pijl in mijn koker
- kerfsteen
- Grootheidswaanzin waait als een woestijnwinddoor d...
- overlev(er)ing
- Bootsman zonder crew
-
▼
February
(32)

No comments:
Post a Comment