Sunday, May 29, 2011

voor 2 Kraaien

Ze kwam uit het keukenraam
Haar haar was vluchtig gewassen
En rook naar mijn drama
Haar zang was versteend in
duizend stukjes geslagen
de viool van het leven
was geen Stradivarius
en werd niet bespeeld
door lenige vingers
Slechts in betonnen kloven
Stond water
In de maan zat een gat
Dat me riep
Oh jee zei hij
Het is zover oh jee
De maan met zijn zwarte vogels
Kraalogen, dode beesten
Niets wetend en slecht
De maan is dood
Op zijn troon.

Saturday, May 28, 2011

Dalend

Gorgelend evenbeeld
Geestesziekte, steen
Grauwe kleermakerszit
Botte bijl, damp.

Koorts dienaar
Oppervloed, kramp
Deze verstekeling
Rekent af.

Saturday, May 21, 2011

de kloostertuin

Haar stralen zijn zeldzaam
en gevoelige zwaarden
die stenen daar fluisteren
met sensuele tongen
hier breekt er een lans
voor een dierbaar schepsel
en kleurt de as
de dageraad dieper
intense vokalen
begeleiden het lichtconcert
dat door mijn scheermes speelt
de geest is de zwakke
de tanende maan
nu, hier, heilig
wast het bloed het hart.
de brug is van zilver
en was me geraden
de heilige vijand
van de berusting
De weg is onzeker
kleuren vermengen
inkt beroert zich
in zwavelzure regen
tegen de klippen op
niet zal me verstoren
dit zwijn te braden
dit vuur te eten
dit lied te zingen
deze sterren te tellen
deze oerdood te sterven
steeds weer en opnieuw
en steeds maar door
het zijnde te scheuren
in goed en in kwaad
dit doek te weven
van draden van drang
dit wapen der verbranding
van al de zielen
die verdwalen in mijn web
ik breng hier de uiers
van de dode koe
de melk die verzuurde
wij stervend aan ranken
in de zon die lijdt
onder zijn eigen wreedheid
de onafwendbaarheid van zijn licht
Balder verlicht me
met een toornige stoot
stook vuren op, hoog
boven de huizen van geluk
licht de luchten
en regen diepe weerzin
tegen alles
dat niet dit is.
Stilte, maanlicht
verraadt een goedheid
hier in de kloostertuin.

Sunday, May 15, 2011

negende steeg Jodenroepers

Kromme draagvlakken
bezemkasten der rechtschapenheid

duister thuis

Geven de daken licht in het donker
Staan de sterren geschreven in het kozijn
Draken de wapens in gedrapeerde schedels
of raken de knarsende banden des tijds
het oppervlak?

De brug gaat omlaag
het donker komt
over de zee gelopen

totaan de hiervandane
eeuwige horizon
staat dit nachtblazoen
te schijnen aan weerszijden
van de schaduw.

De schaduw teelt
maar leeft na
aan mijn wetten
spreek wijsheid

zo komt het
dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn.

De Duisternis
is het struikgewas
langs de paden van het niets.

Saturday, May 14, 2011

drienachtendwaling

nooit meer dwalen
op dit pad
nooit meer raken
aan dit blad
altijd zijn
in niets dan stof
dat is voor
dat ik ontplof.

ik wacht niet, Goden
tot U vertelt
ik zal nu sterven
als uw held.

ik ben een mens
en vrees dat ik
slechts met geweld
de vrees verstik.

Friday, May 13, 2011

slangenkuil

Tegenstand verzamelt zich
in het neusje van de zalm
galoppeert over de vlakte
esthetisch tegen de vlammen

de maan speelt poker
met haar eigen verschijning
en wint, pot na pot
de buit is ondraaglijk

verderf stort ineen
rookt, smeult, tot as
daar, ogen, blauw
glurend door het sleutelgat

sterreschreeuw

Een grijs verleden
diep in mijn botten
baart alle kleur
van het bloed

Kevers kruipen
in de nacht
vormen een leger
van kruisvaarders

Ik zag de zon
hij was bleek en mooi
en de weg was lang en recht
met golvende bochten

Rammend en beukend
op mijn gestel
zijn de daden
van een leeg verleden

Bij binnenkomst
moet u betalen
met u leven
en uw kroon

geen eeuwigheid is hier
grijze gezalfde
getekende gelovige
brekende speer

U wacht een moeras
dat leven heet
en aan de overkant
baart het leven

de torens in as
ooit, smeulend, ooit brandend
ooit in vole glorie
tot men stal de vlag

Dit vaandel verloren
leeft voort in het onweer
de oorlog, de smart
en de sterreschreeuw

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net