Sunday, September 16, 2007
De Wereld is een Oen 3
Het waren X en Y die me zover brachten toe te treden in het domein van de zinnelijkheid der spiritu sacti. Het lebberen uit de graal waarmee menig wereldvernietiger is grootgebracht, en waarin minder sterke ego's aan te gronde zijn gegaan. Het was de kop van de overvloed, waartegen weerbarstige, zuinige zielen niet bestand zijn. Het was het opengaan van de roos, voor degenen die toch al in de schaduw van de knop stonden. Het hars van de hardste japanse oerboom door de strot gedouwd van een madeliefje in de sompige polder van het vaderlandsgevoel. En ziehier. Het resultaat. Of liever, het bijprodukt. Want zo voel ik me soms; het bijprodukt van een mislukt experiment. Wie was ik, waar zal ik vandaan komen, als men mij traceert? Een toch niet in alle opzichten onaanzienlijke afstamming kan mij toegeschreven worden door systhematici en analitici, maar filosofen, biologen en anderszins hardvochtige geinclineerde psychologen zullen zien hoe de vork in de steel zit als ik voor hen uiteenzet, de trauma's die ik als petieterig bloempje over mezelf heb afgeroepen met mijn botte harses. Ik ben een idioot. Ik ben de kosmische wederopstanding van de ultieme heerschappij over de ontzettend ijzingwekkende en bovendien ongelooflijk enorme clan van wereldbestijgers . De wereld is een oen.
De Wereld is een Oen 1
De wereld was rond rondom me. ik was recht, als een kaars, als een hark. Of ik een vlam of een paar staken had als hoofd, het deed er niet toe, ieder ander was vrolijk, olijk, rondig en bol. Ze waren allemaal vol, met lippen van zoet vloestof die ik nooit proeven zou. Het was een wereld die hemels was, en ik was de hel omdat ik er buiten stond. Mensen keken me aan zoals zondaars naar de hellepoort kijken. Of nee, zoals heiligen dat doen, die er niet binnen hoeven. Meewarig, met een goed verscholen greintje leedvermaak. Een smalend lachje als ik uiting gaf aan mijn bewondering voor en verlangen naar hen, die het zoo goed voorelkaar hadden in het leven. Geluk. Het was zo georganiseerd voor mij door het kosmische brein dat achter alle beproevingen zit. Het was een zware tijd. het was een tijd waarvan ik begreep dat ze me veel te leren had. Maar een tijd die ik zo snel mogelijk probeer te vergeten. Vandaar dit boek. Een poging het uit mijn hoofd te zetten. Van kop tot staart, de lijdensweg va een mensgeworden syndroom. ik noem het vorlopig: De Wereld is Een Oen ; portret van een mislukte solipsist.
infantiel gebrabbel
Hobelehobbele ging het koestje voort de duisternis in. De voetjes van het gravinnetje en het graafje binnenin het beschutte plekje op het dak lagen te wiebelen dat het een jawelste was, want dat was hun gebruik, als zij onderweg waren onder de sterrenhemel. Het was toch prachtigjes dacht het rgavinnetje en porde het graafje in zijn rug.
A Jakkes! exclameeerde die formeel.
He jekkiederrie stel je niet aan Jan, zei zijn gade tot hem en prikte hem nogmaals tussen de ribben waarop het graafje in grienen uitbarstte.
Ik vind het niet leeuk! riep hij. Ik vind het niet aaaaaardig.
De koestsier viel hem bij en gezamen zongen zij een mooie treurzang onder de sterrenhemel, dat de sterren er van naar beneden kukelden. De treurzang ging zo:
Ik vind het niet leeeeeuk
ik vind het niet aaaardig
wat je me daaar fliiiiiiikt
filkkkelientje, flikkelientje
ik vind het elleeeendig
ik vind het heel vieeees
een naaaare streeeeek
jekkiederie jekkiederrie....
Hompa hompa hoela hoep
hoebelehoebele wie eet er poep?
ba ba wat een ranzige suu-hugeeestie
wat een aftanse en vadziguuhe kwestie
En toe deed het peerd ook nog eens mee
Hup hup peerdje in gelop
deur die wei, plop plop plop
hup hup peerdje doe maar je best
een big maakt stront en een koe maakt mest
Toen jekkederrie jantje door zijn anale fase heen was geploetert kwam hij aan bij de rijstebrijberg. Daar hij die na heem te zullen hebben verorberd weer helemaal uit zou moeten schijten (want hij hield niet van kotsen) zag hij er vanaf zich er een weg doorheen te banen en sprong hij eroverheen. toen kwam ihij in het land van na de rijstebreiberg, en hij voelde zich er meteen dioor de lokale bevolking omarmd. Dat was heel leuk EINDE!!!!
A Jakkes! exclameeerde die formeel.
He jekkiederrie stel je niet aan Jan, zei zijn gade tot hem en prikte hem nogmaals tussen de ribben waarop het graafje in grienen uitbarstte.
Ik vind het niet leeuk! riep hij. Ik vind het niet aaaaaardig.
De koestsier viel hem bij en gezamen zongen zij een mooie treurzang onder de sterrenhemel, dat de sterren er van naar beneden kukelden. De treurzang ging zo:
Ik vind het niet leeeeeuk
ik vind het niet aaaardig
wat je me daaar fliiiiiiikt
filkkkelientje, flikkelientje
ik vind het elleeeendig
ik vind het heel vieeees
een naaaare streeeeek
jekkiederie jekkiederrie....
Hompa hompa hoela hoep
hoebelehoebele wie eet er poep?
ba ba wat een ranzige suu-hugeeestie
wat een aftanse en vadziguuhe kwestie
En toe deed het peerd ook nog eens mee
Hup hup peerdje in gelop
deur die wei, plop plop plop
hup hup peerdje doe maar je best
een big maakt stront en een koe maakt mest
Toen jekkederrie jantje door zijn anale fase heen was geploetert kwam hij aan bij de rijstebrijberg. Daar hij die na heem te zullen hebben verorberd weer helemaal uit zou moeten schijten (want hij hield niet van kotsen) zag hij er vanaf zich er een weg doorheen te banen en sprong hij eroverheen. toen kwam ihij in het land van na de rijstebreiberg, en hij voelde zich er meteen dioor de lokale bevolking omarmd. Dat was heel leuk EINDE!!!!
Friday, September 14, 2007
niets aanduidende formuleringen 16
Het goud vloeit als honing door de darmen van de kosmos.
"Wat kost dat mos?" grapte de tovenaar tegen de bakker, wijzend op een stapeltje derrie.
"Dat MOS, heer tovenaar, kost, met uw welnemen, uw leven en dan van uw papagaai."
"Nou laat dan maar en dank je feestelijk" zei de tovenaar en schopte nog even tegen het karakter dat al uit de roman was verdwenen en dus nu wel heeel zielig was.
"Hahahahahaha" schaterde de papagaai van de tovenaar vol uitgelaten sadisme en het vergeten karakter snikte het uit en verdween in de blubber.
"Bah, wat een vunzige dood" sprak de tovenaar."
"Wat een oen" sprak de papagaai.
"Ja," beaamde de tovenaar en samen ontstaken zij in een enorme bulderende lachbui die de bakker ontzettend intimideerde
zonder dat hij dat kenbaar maakte aan de buitenwereld, echter, de tovenaar had het door en knipte in zijn vingers plots de hielarieteit afbrekend als een twijgje in de zon.
"Wat kost dat mos?" grapte de tovenaar tegen de bakker, wijzend op een stapeltje derrie.
"Dat MOS, heer tovenaar, kost, met uw welnemen, uw leven en dan van uw papagaai."
"Nou laat dan maar en dank je feestelijk" zei de tovenaar en schopte nog even tegen het karakter dat al uit de roman was verdwenen en dus nu wel heeel zielig was.
"Hahahahahaha" schaterde de papagaai van de tovenaar vol uitgelaten sadisme en het vergeten karakter snikte het uit en verdween in de blubber.
"Bah, wat een vunzige dood" sprak de tovenaar."
"Wat een oen" sprak de papagaai.
"Ja," beaamde de tovenaar en samen ontstaken zij in een enorme bulderende lachbui die de bakker ontzettend intimideerde
zonder dat hij dat kenbaar maakte aan de buitenwereld, echter, de tovenaar had het door en knipte in zijn vingers plots de hielarieteit afbrekend als een twijgje in de zon.
Even serieus 2
Gestalt-theotie: Het idee dat een ding of concept zoals een vierkant of een bepaalde melodie niet de som is van delen en wordt bepaald door die delen en dus ontleed kan worden en teruggebracht tot die delen, maar da tin plaats daarvan de delen alleen in hun gedrag gedetermineerd kunnen worden als bijdragend aan een intrinsiek geheel. De elementaire basis is dus het geheel, niet de delen.
Doorvoerend kan men stellen dat de mensheid als intrinsiek geheel niet bepaald wordt door de gedragingen van indiviuele mensen, maar dat her tgedrag van de mensen wordt bepaald door de aard van de mensheid. Zo: Zich 'een' voelen met het mensdom zou er toe moeten leiden dat men zich op een effectieve manier gaat gedragen.
Doorvoerend kan men stellen dat de mensheid als intrinsiek geheel niet bepaald wordt door de gedragingen van indiviuele mensen, maar dat her tgedrag van de mensen wordt bepaald door de aard van de mensheid. Zo: Zich 'een' voelen met het mensdom zou er toe moeten leiden dat men zich op een effectieve manier gaat gedragen.
Even serieus
Gezien de imperfecties van het lichaam als machine, en de ongelimiteerde mogelijkheden van robotica om de mens hierin te overtreffen in effectiviteit, postuleer ik dat het de rol van kunst is om zin te geven aan de imperfecties van de mens. Kunst is juist datgene dat de natuur niet kan voortbrengen. Humor en absurditeit zijn hierin van de hoogste orde. Kunst in deze zin identificeert ons met onze menselijkheid, we raken erdoor in een staat van acceptatie van onze beperkingen - men geeft zin aan onze beperkingen. Kunst zoals gezien in de Griekse tempels daarentegen stemt ons nederig, daar het ons confroteert met onze de mogelijkheid van perfectie, en brengt ons in een staat van aspiratie - wij willen die perfecties, die we wel observeren en begrijpen maar niet behelzen of bereiken, belichamen.
De lieflijkheid van iets kleins
En de vlam doofde, en de jongen stond op. Hij had gezien wat hij wilde zien en nu was zijn hart sterk en zijn geest geconcentreerd. ZIjn voeten zetten hem op pad en hij liep onafgebroken door wouden, wouden en nog eens wouden. Hij kwam bij een stroom en dronk, genietend van zijn lichaam, dat het vocht absorbeerde. Hij kwam bij alles dat men hoort te vinden in een woud, en kwam tenslotte bij het eind van het woud en keek uit over de horizon, waar bergen te zien waren. Hij haastte zich verder, want hij kom haast niet wachten op deze nieuwe uitdaging.
Zo, haastig, trok hij over de vlakte, at hier en daar wat het veld hem te bieden had, maar schoot voorbij aan het kleine leven dat er te vinden was. Totdat plots een konijntje voor hem verscheen. De jongen stopte op zijn schreden in vertedering en al de ambitie scheen te zijn verdampt. Hij sprak tot het konijntje wat kozende woorden, en het konijntje hupte weg. Maar nu was de jongen niet meer geconcentreerd in zijn geest, en hij voelde de kracht al wegvloeien uit zijn hart. Een vlaag machteloze woede overkwam hem en hij begon te rennen.
Hij was snel uitgeput, en zonk vloekend op het konijntje neer op de grond, en zag er toen nog een. In twijfel of hij het beestje zou aanbidden of wegjagen begon hij te huilen. Toen brak de hemel open en de zon scheen op het gras, en verlichtte zijn geest en verhief hem, en de jongen zag nu de berg weer helder voor zich uit, en met lichte pas, doch stevig en geconcentreerd, stevende hij er weer op af.
Een ander konlijntje kruiste zijn pad mijlen verder. Hij negeerde het, en voelde een vlaag warmte door zijn borst trekken. Na dagen bereikte hij de uitlopers van de berg, en voelde dankbaar dat het hem kracht gaf steen onder zijn voeten te voelen. Hij begon direct te klimmen en werd sterker en sterker. Binnen afzienbare tijd was hij honderden meters gestegen en keek hij uit over het veld. Hij dacht even aan het konijntje dat hem had uitgelokt te stoppen en draaide zich onmiddelijk om om verder te klimmen. Nooit zou hij meer stilstaan bij de lieflijkheid van iets kleins, als hij op weg was.
"iets leiflijks is al genoeg waard, als ik me er niet mee bezig houdt. Iets groots is te veel waard om mij ervan door konijntjes te laten afleiden."
Hij kwam bij de top van de berg en keek uit over weer en wind. Het was koud en de wind raasde guur, en het begon te sneeuwen. Het hart van de jongen zwelde in hitte, en zijn geest werd doorzichting als de ijle berglucht zelf. En de jongen bracht een middag door op de top, staand en kijkend in de wind. En halverweg de middag kwam er een Adelaar langsvliegen. En de jongen verheugde zich hierover, en stootte toen op de vraag of dit niet ook afleiding was. Maar hij bedacht toen dat hij zijn doel al had bereikt, en dat hij de Adelaar nooit had kunnen ontmoeten ware dat niet het geval geweest - ware hij in elk geval niet al goed aan de klim begonnen. En zo leerde de jongen dat hij zijn aandacht alleen moest verwonderen over dat wat boven hem uit steeg, en dat hij de lieftalligheid van de aarde voor lief moest nemen.
Zo, haastig, trok hij over de vlakte, at hier en daar wat het veld hem te bieden had, maar schoot voorbij aan het kleine leven dat er te vinden was. Totdat plots een konijntje voor hem verscheen. De jongen stopte op zijn schreden in vertedering en al de ambitie scheen te zijn verdampt. Hij sprak tot het konijntje wat kozende woorden, en het konijntje hupte weg. Maar nu was de jongen niet meer geconcentreerd in zijn geest, en hij voelde de kracht al wegvloeien uit zijn hart. Een vlaag machteloze woede overkwam hem en hij begon te rennen.
Hij was snel uitgeput, en zonk vloekend op het konijntje neer op de grond, en zag er toen nog een. In twijfel of hij het beestje zou aanbidden of wegjagen begon hij te huilen. Toen brak de hemel open en de zon scheen op het gras, en verlichtte zijn geest en verhief hem, en de jongen zag nu de berg weer helder voor zich uit, en met lichte pas, doch stevig en geconcentreerd, stevende hij er weer op af.
Een ander konlijntje kruiste zijn pad mijlen verder. Hij negeerde het, en voelde een vlaag warmte door zijn borst trekken. Na dagen bereikte hij de uitlopers van de berg, en voelde dankbaar dat het hem kracht gaf steen onder zijn voeten te voelen. Hij begon direct te klimmen en werd sterker en sterker. Binnen afzienbare tijd was hij honderden meters gestegen en keek hij uit over het veld. Hij dacht even aan het konijntje dat hem had uitgelokt te stoppen en draaide zich onmiddelijk om om verder te klimmen. Nooit zou hij meer stilstaan bij de lieflijkheid van iets kleins, als hij op weg was.
"iets leiflijks is al genoeg waard, als ik me er niet mee bezig houdt. Iets groots is te veel waard om mij ervan door konijntjes te laten afleiden."
Hij kwam bij de top van de berg en keek uit over weer en wind. Het was koud en de wind raasde guur, en het begon te sneeuwen. Het hart van de jongen zwelde in hitte, en zijn geest werd doorzichting als de ijle berglucht zelf. En de jongen bracht een middag door op de top, staand en kijkend in de wind. En halverweg de middag kwam er een Adelaar langsvliegen. En de jongen verheugde zich hierover, en stootte toen op de vraag of dit niet ook afleiding was. Maar hij bedacht toen dat hij zijn doel al had bereikt, en dat hij de Adelaar nooit had kunnen ontmoeten ware dat niet het geval geweest - ware hij in elk geval niet al goed aan de klim begonnen. En zo leerde de jongen dat hij zijn aandacht alleen moest verwonderen over dat wat boven hem uit steeg, en dat hij de lieftalligheid van de aarde voor lief moest nemen.
De Lurkende Boerin
Jacksonman was onderweg. Hij sierde de parodische triumfiraten van de lataarnpalen langs de autoroute, en verhief hen in hun urgente transgressiedrang tot hoopjes stront, althans in zijn eigen beleving. Dat was voldoende. De keren daarop fietste Demiurg Jones langs de palen en zag dat er iets ontbrak aan hun minderwaardigheidskomplex. Hij schopte ze tot pulp en fietste verder. Zo, is de balans in het kosmologische spel ook weer naar de kanker geholpen, riept hij vrolijk. De palen weenden, zij weenden bittre traanen.
De zon kwam op en de kippen tokten wat en de boer trapte zijn boerin in haar kut om haar nou godverdomme eens wakker te maken voor het avondeten alweer op tafel moest. Maarde kippiesoep stond nog in de wastafel en de boerin lurkte het overgrote deel over de vette vingers van de boer, die in schateren uitgierde over de cruelliteit van zijn vrouw en haar tot pulp sloeg. Het was je reinste mishandeling, en de konijnen in de vensterbank hebben het er nog over. Maar zij, de boerin, was beter af dan ooit, zij was nu in de Hel, en daar had ze lol voor twee, met allerlei vunzige ventjes die ze wel de baas kon. Haar boer was eenzaam, en dat zou het fornuis weten ook. Hij stak zijn haar in brand, dansde gillend rond en schopte toen tegen het gasfornuis alsof het de schuld droeg. Aangeslagen explodeerde het fornuis en scheurde de boer in duizend stukjes, waarvan de koeien begonnen te knabbelen toen omdat het gras op was.
De zon kwam op en de kippen tokten wat en de boer trapte zijn boerin in haar kut om haar nou godverdomme eens wakker te maken voor het avondeten alweer op tafel moest. Maarde kippiesoep stond nog in de wastafel en de boerin lurkte het overgrote deel over de vette vingers van de boer, die in schateren uitgierde over de cruelliteit van zijn vrouw en haar tot pulp sloeg. Het was je reinste mishandeling, en de konijnen in de vensterbank hebben het er nog over. Maar zij, de boerin, was beter af dan ooit, zij was nu in de Hel, en daar had ze lol voor twee, met allerlei vunzige ventjes die ze wel de baas kon. Haar boer was eenzaam, en dat zou het fornuis weten ook. Hij stak zijn haar in brand, dansde gillend rond en schopte toen tegen het gasfornuis alsof het de schuld droeg. Aangeslagen explodeerde het fornuis en scheurde de boer in duizend stukjes, waarvan de koeien begonnen te knabbelen toen omdat het gras op was.
ANALEN 53489798.d.523.5
ANALEN 53489798.d.523.5: De huwelijsreis van piet paradox en pien paradox
Eenmaal aangekomen op het tropiese paradijs begon pien zich voor piet uit te kleden in dehoop hem daamee tot een robbertje lebberen te verleiden. Maar Piet was meer in de mood voor een schijfje ananas met slagroom. Dat vond Pien dus echt zwaaaaaar kut.
-lompe hork! wierp zij piet toe
-hoer! riep piet geheel onterecht daar zijn vrouw nog maagd was
-nou hoor! griende het meiske
piet trooste haar, met zijn amren om haar heen, en ontblikte ondertussen heimelijk de heilige ananas, die alszodanig getuige was van wat er achter piens rug afspeekde. Hij brulde het uit. Onmiddelijk had pien door wat er aande was, en vroeg bij het uitzendbureau een baantje aan als ananas inblikker.
Eenmaal aangekomen op het tropiese paradijs begon pien zich voor piet uit te kleden in dehoop hem daamee tot een robbertje lebberen te verleiden. Maar Piet was meer in de mood voor een schijfje ananas met slagroom. Dat vond Pien dus echt zwaaaaaar kut.
-lompe hork! wierp zij piet toe
-hoer! riep piet geheel onterecht daar zijn vrouw nog maagd was
-nou hoor! griende het meiske
piet trooste haar, met zijn amren om haar heen, en ontblikte ondertussen heimelijk de heilige ananas, die alszodanig getuige was van wat er achter piens rug afspeekde. Hij brulde het uit. Onmiddelijk had pien door wat er aande was, en vroeg bij het uitzendbureau een baantje aan als ananas inblikker.
Pitbullterrierfilosofie van de dagelijske maaltijd EPISODE 2
EPISODE 2
De man ging aan zijn lunsjtafeltje zitten en at een broodje boerenkool zonder worst met worst. Het was een paradoksale lunsj. De man was piet paradoks, en hij was professioneel lunsjvertegenwoordiger. Hij vertegenwoordigde het principe van de lunsj tegen wil en dank. De heilieg drieeenheid, lunsj, wil en dank, was verbonden met de heilige ananas, die weer verbonden was met de kloosterorde van de heilige ananas ontheiligers. Dat was de heilige ananas zn eigen schuld, want diens overlevingsdrang was ronduit slap. Nu was dat niet erg omdat alle heilige vruchten natuurlijk onsterfelijk zijn, ookal zijn ze in blik en ingemaakt en in schijfjes onderverdeeld, zoals de heilige ananas was overkomen toen hij zich had geaffilieerd met de heilige anananas ontheiligers kloosterorde tijdens de lunsj op het congres met Piet Paradoks. Piet Paradoks nu, had een vrouw en twee kinderen. Een van die kinderen was zijn vrouw, en de tweede was hijzelf. Nu was het zo, dat hij met zijn vrouw getrouwd was, in de Kerk van de heilige ananans ontheiligers met als best man de heilige ananas, wat voor veel emootjsoneele kompliekaatises had gezorgd tijdens de huwelijksreis. Maar dat is een verhaal dat u kunt raad plegen in de analen 53489798.d.523.5
De man ging aan zijn lunsjtafeltje zitten en at een broodje boerenkool zonder worst met worst. Het was een paradoksale lunsj. De man was piet paradoks, en hij was professioneel lunsjvertegenwoordiger. Hij vertegenwoordigde het principe van de lunsj tegen wil en dank. De heilieg drieeenheid, lunsj, wil en dank, was verbonden met de heilige ananas, die weer verbonden was met de kloosterorde van de heilige ananas ontheiligers. Dat was de heilige ananas zn eigen schuld, want diens overlevingsdrang was ronduit slap. Nu was dat niet erg omdat alle heilige vruchten natuurlijk onsterfelijk zijn, ookal zijn ze in blik en ingemaakt en in schijfjes onderverdeeld, zoals de heilige ananas was overkomen toen hij zich had geaffilieerd met de heilige anananas ontheiligers kloosterorde tijdens de lunsj op het congres met Piet Paradoks. Piet Paradoks nu, had een vrouw en twee kinderen. Een van die kinderen was zijn vrouw, en de tweede was hijzelf. Nu was het zo, dat hij met zijn vrouw getrouwd was, in de Kerk van de heilige ananans ontheiligers met als best man de heilige ananas, wat voor veel emootjsoneele kompliekaatises had gezorgd tijdens de huwelijksreis. Maar dat is een verhaal dat u kunt raad plegen in de analen 53489798.d.523.5
Pitbullterrierfilosofie van de dagelijkse maaltijd
Toen de avond viel en het nacht was geworden at de man zijn laatste vermicellis op. Hij vond het maar een smakeloos goedje, maar hij vermurwde zijn opstandige innerlijk en nam het hapje voor hapje naar binnen waar hij het met afgreijzen begon te verteren. Dat was een nacht werk, en toen het ochtendgloren hem kwam overvallen vanover zijn schouder (hij zat namelijk met zijn rug naar het raam aaneen houten tafel) toen dacht hij; nu zal het wel gereed zijn. En hij stond op en ging slapen. Toen stond hij op en droomde nog wat na onder de douche. Nou, ik heb lekker geslapen! Mijmerde hij plots. Wat een herrie vandaag trouwens. Men was op het dorpspleintje een wolkenkrabber in te grond aan het timmeren dat het een lieve lust was. Maar de echte lieve lust was het nou ook weer niet, want wolkenkrabbers krabben liever wolken dan dat ze onder de grond met hun funderingen de aarde moeten gaan krieuwelen. Daar zijn wormen voor. (al dit alles kunt u nalezen in wolkenkrabber en wormen van doctor Eduard Onderbroek)
Ondertussen stapte de man uit de does en begon strak aan zijn ontbijt. Plakjekaas, sneetje brood, plakje worst, scheutje melk in de thee - en hops, weer een maagje gevuld en klaar voor de dag. Hij was een russiese vechtsporter in het eten, In het ontbijt in eder geval. Voor het diner was hij meer een mislukte pitboel-terrierverkoper in zuid Kirchizie waar ze helemaal geen pitboels moeten hebben en al helemaal geen mislukte. Eigenlijk was hij kwa diner dan ook een mislukte mislukt pitboel terrier verkoper in Zuid Kirchiezie, wat dus eigenlijk een tautologie is. Hij was dus een tautologie wat het diner agaat, en een russiese vechysporter wat betreft het ontbijt. Maar wat betreft de lunch??????? dat blijft geheim tot de volgend eepisode.
Ondertussen stapte de man uit de does en begon strak aan zijn ontbijt. Plakjekaas, sneetje brood, plakje worst, scheutje melk in de thee - en hops, weer een maagje gevuld en klaar voor de dag. Hij was een russiese vechtsporter in het eten, In het ontbijt in eder geval. Voor het diner was hij meer een mislukte pitboel-terrierverkoper in zuid Kirchizie waar ze helemaal geen pitboels moeten hebben en al helemaal geen mislukte. Eigenlijk was hij kwa diner dan ook een mislukte mislukt pitboel terrier verkoper in Zuid Kirchiezie, wat dus eigenlijk een tautologie is. Hij was dus een tautologie wat het diner agaat, en een russiese vechysporter wat betreft het ontbijt. Maar wat betreft de lunch??????? dat blijft geheim tot de volgend eepisode.
Thursday, September 13, 2007
ontroerd
Deze rap is voor mn kameraad door dalen en door wouden
door nacht totaan de dageraad en verder door de wouden
door nacht totaan de dageraad en verder door de wouden
har har
Alle echte vrouwen dragen hoofddoeken
en ze leren niet koken uit die kookboeken
geen aardappelen met zuurkool en die varkensvlees
ik eet niet mee met die maaltijd van die kankerteef
ik zie ze in de supermarkt lopen te kwijlen
over haram vlees, die vieze vieze vuile
stinknederlanders ze gaan zitten schijten
maar ze wassen het niet af, Ragmet weet de feiten
Ragmet is die mokro uit de buurt
in de school werd ie er uitgestuurd
omdat ie die tabakkas jatte van die tattas
van de wiskunde leraar uit ze tas
Hij zei 1+1=2 maar hij weet niks
hij praat alleen maar over y = x
wat de fok moet ik nou weer met die informatie
als ik aankom bij een sollicitatie
ze willen ons hersenspoelen die nullen
ons helemaal vullen met die flauwekullen
ze willen dat we allemaal gaan vakkenvullen
bij de dirk van de broek om de hoek.
Ragmet!
en ze leren niet koken uit die kookboeken
geen aardappelen met zuurkool en die varkensvlees
ik eet niet mee met die maaltijd van die kankerteef
ik zie ze in de supermarkt lopen te kwijlen
over haram vlees, die vieze vieze vuile
stinknederlanders ze gaan zitten schijten
maar ze wassen het niet af, Ragmet weet de feiten
Ragmet is die mokro uit de buurt
in de school werd ie er uitgestuurd
omdat ie die tabakkas jatte van die tattas
van de wiskunde leraar uit ze tas
Hij zei 1+1=2 maar hij weet niks
hij praat alleen maar over y = x
wat de fok moet ik nou weer met die informatie
als ik aankom bij een sollicitatie
ze willen ons hersenspoelen die nullen
ons helemaal vullen met die flauwekullen
ze willen dat we allemaal gaan vakkenvullen
bij de dirk van de broek om de hoek.
Ragmet!
holy shit, wat is dit?
Een nieuw verhaal Een nieuw vreugde. Ontspruitend onzichtbaar eerst en onvoelbaar door de zenuwen zo gewend aan de pijnsteken van de alledaagse achteruitgang. De sprong voorwaards wordt met scepsis in acht genomen als zijnde een illusie. De zwaan wenteld om zijn eigen harvormige nek in de wetenschap dat hij alleen in de liefde verlaten zal bliijven. Tegenoverstaand de oever van het plezier, zo lang verlaten, is de zee die hem daarvan scheidt de enige realiteit. En hij zwemt, wachtend op de gendadeslag. En als die niet komt, weet hij zich geen raad. Hij verslaapt zich. Hij vergeet de tijd. Hij roept boe en poept bah en kijkt in de spiegel, en spreekt in vreemde talen. Maar het leed komt.niet. Hij gedraagt zich naar de patronen ervan, en trekt alles in twijfel. En toch voelt hij zich gezond. relatief. en geil. En zijn buik verkrampt niet langer, al is de impuls van de narigheid nog nabij. En waar is de afscheiding van de liefde? ook er weg. Er is niets dan tegenwoordigheid. En dat is zo verwaand. wat wat eens realiteit was, en gewoon logisch en voordehandliggend, is nu vergezocht en ironisch. Hoe kan het leven nog goed zijn, na een bungeling aan de rand van de afgrond? Hoe kan er iets vervuld worden van de dromen die ooit rotsvaste zekerheden waren? Het geloof is gestorven. En juist nu, juist dan, worden de eerste silhouetten ervan tegen de middagzon van de toekomst ontwaarbaar.
Ik wou
Ik wou dat ik wilde
hoe ik wilde voor
ik deed wat ik wilde
en daarna bevroor
ik wou dat ik wilde
nog wilde zoals
voordat wat ik wilde
door mij werd vervalst
ik wou dat mijn wil
nog voelde alsof
hij almachtig was over
het as en het stof
maar wat is mijn wil
dan tedere liefde
voor het wrede leven
dat mijn wil doorkliefde?
hoe ik wilde voor
ik deed wat ik wilde
en daarna bevroor
ik wou dat ik wilde
nog wilde zoals
voordat wat ik wilde
door mij werd vervalst
ik wou dat mijn wil
nog voelde alsof
hij almachtig was over
het as en het stof
maar wat is mijn wil
dan tedere liefde
voor het wrede leven
dat mijn wil doorkliefde?
weet je, dit is toch maar gewoon een kutblog dat geen ene kankermoer uitmaakt op de wereld dus dan maar dit knetterleppe teekkersletje
Ayyo ik zit hier in het donker en de regen klettert hard
tegen het venster in de nacht, ik zit op wacht
op wacht op mn eigen ziel die om die hoek moet komen
gelopen elk moment nou, we hadden het exaxt afgesproken.
Ik kijk op mn horloge en zie het is al veel te laat
mn ziel is zeker blijven doorzakken met zn maten
Goddammit ziel, wat de fok is dit voor shit
kan ik je vertrouwen of of ben ik gewoon je bitch
waarmee je doet wat je uitkomt, van dag tot dag
en als je belooft dat je thuiskomt, met een lach
kan denken acht fok hem vandaag, wat interesseert me
dat ie zonder mij in zn borst kan worden verteerd
door twijfel en onmacht om beslissinge te nemen
als ik hem nodig heb laat ik hem dat dan wel weten
Ja mn ziel, die pooier hij is meedogenloos
schenkt alleen liefde als het echt hopeloos
is geworden of anders aan de hoogste top
een van twee,
Ayyo ik zit hier in het donker en de regen klettert hard
tegen het venster in de nacht, ik zit op wacht
op wacht op mn eigen ziel die om die hoek moet komen
gelopen elk moment nou, we hadden het exaxt afgesproken.
Ik kijk op mn horloge en zie het is al veel te laat
mn ziel is zeker blijven doorzakken met zn maten
Goddammit ziel, wat de fok is dit voor shit
kan ik je vertrouwen of of ben ik gewoon je bitch
waarmee je doet wat je uitkomt, van dag tot dag
en als je belooft dat je thuiskomt, met een lach
kan denken acht fok hem vandaag, wat interesseert me
dat ie zonder mij in zn borst kan worden verteerd
door twijfel en onmacht om beslissinge te nemen
als ik hem nodig heb laat ik hem dat dan wel weten
Ja mn ziel, die pooier hij is meedogenloos
schenkt alleen liefde als het echt hopeloos
is geworden of anders aan de hoogste top
een van twee,
Het is misschien ietwat onorthodox, maar dit stukje poezie van de heer N Euzelaar heeft toch zijn waarde als nisje in een ontembaar landschap van zaligmakerij.
In deze toko pleegde mening mens seppoekoe,
kamikazepiloten zonder doekoe en zonder een toekomst,
hoe komt het dat wat iemand toekomt om de hoek komt geboekt?
Hoe goed je ook zoekt, hoelahoept met voetjes van de vloer,
de zulu zoekt in je zelf, je rechterersenhelft sluit kort met je plexus
en je cordiale meridianen je gekte waant zich zinnig en
integreert je in de kinderkamer in je cranium,
van de initiale varanen via gezapige stadia
van zich sapiens wanende primaten en makaken
via apen naapende braaf grazende schapen
naar de laatse fase quasi democratische staten
waar reklame aast op slaven van wazige moralen.
etc.
In deze toko pleegde mening mens seppoekoe,
kamikazepiloten zonder doekoe en zonder een toekomst,
hoe komt het dat wat iemand toekomt om de hoek komt geboekt?
Hoe goed je ook zoekt, hoelahoept met voetjes van de vloer,
de zulu zoekt in je zelf, je rechterersenhelft sluit kort met je plexus
en je cordiale meridianen je gekte waant zich zinnig en
integreert je in de kinderkamer in je cranium,
van de initiale varanen via gezapige stadia
van zich sapiens wanende primaten en makaken
via apen naapende braaf grazende schapen
naar de laatse fase quasi democratische staten
waar reklame aast op slaven van wazige moralen.
etc.
Subscribe to:
Posts (Atom)
Blog Archive
-
▼
2007
(17)
-
▼
September
(17)
- De Wereld is een Oen 3
- De Wereld is een Oen 1
- infantiel gebrabbel
- niets aanduidende formuleringen 16
- Even serieus 2
- Even serieus
- De lieflijkheid van iets kleins
- De Lurkende Boerin
- ANALEN 53489798.d.523.5
- Pitbullterrierfilosofie van de dagelijske maaltijd...
- Pitbullterrierfilosofie van de dagelijkse maaltijd
- ontroerd
- har har
- holy shit, wat is dit?
- Ik wou
- weet je, dit is toch maar gewoon een kutblog dat g...
- Het is misschien ietwat onorthodox, maar dit stukj...
-
▼
September
(17)
