En de vlam doofde, en de jongen stond op. Hij had gezien wat hij wilde zien en nu was zijn hart sterk en zijn geest geconcentreerd. ZIjn voeten zetten hem op pad en hij liep onafgebroken door wouden, wouden en nog eens wouden. Hij kwam bij een stroom en dronk, genietend van zijn lichaam, dat het vocht absorbeerde. Hij kwam bij alles dat men hoort te vinden in een woud, en kwam tenslotte bij het eind van het woud en keek uit over de horizon, waar bergen te zien waren. Hij haastte zich verder, want hij kom haast niet wachten op deze nieuwe uitdaging.
Zo, haastig, trok hij over de vlakte, at hier en daar wat het veld hem te bieden had, maar schoot voorbij aan het kleine leven dat er te vinden was. Totdat plots een konijntje voor hem verscheen. De jongen stopte op zijn schreden in vertedering en al de ambitie scheen te zijn verdampt. Hij sprak tot het konijntje wat kozende woorden, en het konijntje hupte weg. Maar nu was de jongen niet meer geconcentreerd in zijn geest, en hij voelde de kracht al wegvloeien uit zijn hart. Een vlaag machteloze woede overkwam hem en hij begon te rennen.
Hij was snel uitgeput, en zonk vloekend op het konijntje neer op de grond, en zag er toen nog een. In twijfel of hij het beestje zou aanbidden of wegjagen begon hij te huilen. Toen brak de hemel open en de zon scheen op het gras, en verlichtte zijn geest en verhief hem, en de jongen zag nu de berg weer helder voor zich uit, en met lichte pas, doch stevig en geconcentreerd, stevende hij er weer op af.
Een ander konlijntje kruiste zijn pad mijlen verder. Hij negeerde het, en voelde een vlaag warmte door zijn borst trekken. Na dagen bereikte hij de uitlopers van de berg, en voelde dankbaar dat het hem kracht gaf steen onder zijn voeten te voelen. Hij begon direct te klimmen en werd sterker en sterker. Binnen afzienbare tijd was hij honderden meters gestegen en keek hij uit over het veld. Hij dacht even aan het konijntje dat hem had uitgelokt te stoppen en draaide zich onmiddelijk om om verder te klimmen. Nooit zou hij meer stilstaan bij de lieflijkheid van iets kleins, als hij op weg was.
"iets leiflijks is al genoeg waard, als ik me er niet mee bezig houdt. Iets groots is te veel waard om mij ervan door konijntjes te laten afleiden."
Hij kwam bij de top van de berg en keek uit over weer en wind. Het was koud en de wind raasde guur, en het begon te sneeuwen. Het hart van de jongen zwelde in hitte, en zijn geest werd doorzichting als de ijle berglucht zelf. En de jongen bracht een middag door op de top, staand en kijkend in de wind. En halverweg de middag kwam er een Adelaar langsvliegen. En de jongen verheugde zich hierover, en stootte toen op de vraag of dit niet ook afleiding was. Maar hij bedacht toen dat hij zijn doel al had bereikt, en dat hij de Adelaar nooit had kunnen ontmoeten ware dat niet het geval geweest - ware hij in elk geval niet al goed aan de klim begonnen. En zo leerde de jongen dat hij zijn aandacht alleen moest verwonderen over dat wat boven hem uit steeg, en dat hij de lieftalligheid van de aarde voor lief moest nemen.
Friday, September 14, 2007
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
Blog Archive
-
▼
2007
(17)
-
▼
September
(17)
- De Wereld is een Oen 3
- De Wereld is een Oen 1
- infantiel gebrabbel
- niets aanduidende formuleringen 16
- Even serieus 2
- Even serieus
- De lieflijkheid van iets kleins
- De Lurkende Boerin
- ANALEN 53489798.d.523.5
- Pitbullterrierfilosofie van de dagelijske maaltijd...
- Pitbullterrierfilosofie van de dagelijkse maaltijd
- ontroerd
- har har
- holy shit, wat is dit?
- Ik wou
- weet je, dit is toch maar gewoon een kutblog dat g...
- Het is misschien ietwat onorthodox, maar dit stukj...
-
▼
September
(17)

No comments:
Post a Comment