Tuesday, January 6, 2009

Tot in den Doetinchem

Ik kwam bij het plein der Hemelse Vrede.
Ik dacht dat het in China lag, maar het was in mijn hart dat ik er voet zette. "Misschien is mijn hart dan China?" Vroeg mijn hoofd zich tergend af. Mijn hoofd. Dat is een ander verhaal. De andere kant van het uiteinde is niets dan de zevende keer dat het misging. Tien keer is scheepsrecht. Als je in Somalie woont.
In den trede was het genotsbedrijf afegkluweld door een knetterstonede vlinder in zijn kokon. De kluppert van de honkbalheldhaft greep zich als de beroemde baron bij zijn vlinderdas en wervelde om zich heen als een lasso met geweld. Stieren. Hemden. Kanalen vol braakwalg, afgesloten voor heromziening. Niet meer. Appeltjes voor de dorst. Geheimzin. Neveldrang. Kookwoede. Hondenkrakeel. Moeders in de rijsttaferij voor de afvalberg van de hemelomleiding tot de spoorwegoverbrug. Toestanden. Hele toestanden, ik zeg het je niet. Zomaar. Mijn hoofd, het is een verhaal apart.
De kromwending echter, die eraan voorafging, dat was me het jewelste wel. Van. Alles wat. Het is. Dat is al medegedeeld door de stadionspeaker toen hij het toiletgerei bezigde. Terwijl. Zomaar. Die woorden, die steken in de keel van de artiest als hij op zijn trompet blaast. Miles Davis. Hij kronkelt een dimensie met gouden fluiden om het zwart dat plots paars en vulva-esque aandoet. Kwam hij maar klaar. Die zwartjoekel van het niets. Dan had je wat. Dan beleefde je de scherpzin van een pasgeschoren schaar. Henk is in Doetinchem. Vraag hem niet waarom. Vraag hem nooit waarom. Tot in den Doetinchem. Het staat op zijn hoofd geschreven.
Blaas maar af die kwezel. Onderhands in de metro krijg ik een vorklepel in mijn zak geschoven. Het is niet kip of ei, maar ei of hoen. In den treure. Wilgen, walmend, leunend en hangend. Op het ijs is het glad. Een kip en zijn kakel. Scharen van horden komen eraan als de zon bloot vuurt over de scharlaken woestijn.
Iemand Pekingeend?

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net