Sunday, January 11, 2009

kal en raas

Het roze druipt van de muren van verdoemenis en maakt plaats voor het zwart dat daar altijd heeft gezeten. Ik kijk me aan. Het is grijs en grauw voor mijn ogen, maar erachter schijnt blauw totin de hemel. Ik scheur het rookgordijn aan flarden en kijk twee sabeltanden aan. Waar is te tijger?
Waarom rammelt het hiernamaals altijd aan het geraamte van het schietgebed? Hoezo is de deur open, de poort wagenwijd? Tegemoetkomend aan het donderend geraas van de koningsrit wankelt het oorwurmen tot aan de einder. Wie is waar? De storm zal het zeggen.
Koningen dromen van zalven. Drenkelingen wenen voor allen. Komt u maar, komt u maar tot mij. De scherpschutter aast op de rakeling. Toenadering bezuurt het vat, de grombaard komt tot zijn trekken in een aasgierend waarnemingsbeleg waarbij zelfs hij botviert.

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net