Waarom rammelt het hiernamaals altijd aan het geraamte van het schietgebed? Hoezo is de deur open, de poort wagenwijd? Tegemoetkomend aan het donderend geraas van de koningsrit wankelt het oorwurmen tot aan de einder. Wie is waar? De storm zal het zeggen.
Koningen dromen van zalven. Drenkelingen wenen voor allen. Komt u maar, komt u maar tot mij. De scherpschutter aast op de rakeling. Toenadering bezuurt het vat, de grombaard komt tot zijn trekken in een aasgierend waarnemingsbeleg waarbij zelfs hij botviert.

No comments:
Post a Comment