Raderen, dalende kamers in schachten
klamme krochten, nachten vol wolken
bochten en zomen, gewaden
krampachtig naderen van de toren
Tegengas in de stoomfontein
oproer in de kluwe, de raderen stokken
in de keel van het zenuwcentrum
nagenoeg dicht, slechts speeksel
luistert naar de wind als het de vloer raakt
toch was hier een boom, een aangezicht
een redenloos bedrijf, gegarandeerd:
u wacht, wat is het, dat u drijft
hier te staan, in de wind?
De appel valt niet ver, maar rolt de heuvel af
botst tegen perk en paal, laat zicht niet bepalen
door tak of boom of knauw of klap van de molen
de redenen vechten om voorrang, de appel rolt
en komt dan tot stilstand aan de voeten van een weduwe.

No comments:
Post a Comment