Saturday, August 8, 2009

een dwaas is geen dwaas

Ramshoorn, koortsdroom, rotsboom, lamskoren
wandelgang, trammelant, krochten diep, aftershock
klonterend ijs, wezels grijs, ronkeld staal, moordkabaal
rotsendamp krochten kramp, reddend vizier, ver van hier
stampend moord, rampenoord, doornendring, woordenring

Staand voor de nevel van zijn bestaan was Geraldibard, alias Henk, de contouren van dit dampenrijk aan het nagaan. Rond, scheef, recht, wat was het? Hij kon er zijn vinger niet op leggen. Hij probeerde het toch - de dampen weken voor zijn warme aanraking. Het was hem egaal - observeren was alles wat hij deed, voor nu. Hij staarde nog wat meer. Er kwam een bliksem uit, en een regenboog, en een paar groene geesten dansten rond en zijn oog nam de kleur en scherpte van een tijgeroog aan. Hij zag zijn eigen zien, en viel in een diepe slaap.
Dromen knaagden aan hem, hij rommelde met dromen, kastelen vielen en werden herbouwd uit grote grijze blokken, de jonkvrouw met haar witte kleed en gouden kroon gilde uit het raam en stortte zich in het vangnet van de uitgerukte brandweer, donkere wolken verzamelden zich zonder echt samen te pakken, de lucht was paars hier en blauw daar en rood boven de horizon, waar ook het geel van de zon te zien was. Geel, goud, Henk vond dit een alleraangenaamste combinatie. Hij stoof op zijn zwarte peerd richting die horizonten die zulk een plezierig patroon wisten voort te brengen. De jonkvrouw keek hem na, maar slechts voor de vorm. Oh die hoofse liefde, romantiek zonder aanrakingen, het hoogste van het hoogste, en zo volkomen onverifieerbaar voor de dagelijkse kost. Kom aan, Henk gaf zijn peerd de sporen en ze stoven nog harder, om het stuiven was het hen te doen, want het bereiken van de horizon of zelfs maar de gouden bol die daarboven hing, dat was immers een waanidee. Hoe hoofs de liefde van Henk ook was, een dwaas was hij niet.

Toen de koning uitgegeten was en hij zijn botten uitgespuwd had viel hij als een lege zak in elkaar. De lakeien moesten hem opvegen. Men vergaf het hem spoedig, want zijn regime verloor haar aantrekkingskracht op buitenlandse investeerders en rust kwam weer over de velden. Wijnranken ontsproten aan de dor geworden wildernis en brachten zoet-sappige, donkerpaars gevelde vruchten voort die het land ondersteunden in het terugvinden van zijn oorspronkelijke geestdriften en hartstochten. Lang duurde dit, eeuwen, eeuwen leefde het land in de zelfomsluitende vergetelheid, en het was goed. Toen de buitenlandse investeerders terugkeerden, met hun peerden, hun jeeps en privejets, toen had het land zich al duizendmaal in zijn graf ogedraaid en was zolangzamerhand wel toe aan een ontbijt. Maar eerst koffie. De slimme investeerders die hierop hadden geanticipeerd kregen het voor elkaar de natuurlijke grondstoffen van het land voor zich te winnen en zich ermee te verloven. Het honderdste jaar was eeuwig, en de sterren daalden neer tot in de kruin vaneen boom vol gevolgelte. Tsjielp tsjielp, leerden de leeweriken de sterren zingen. Nog nooit was de hemel zo paars, en de horizon zo rood, of geel of goud, naargelang door welke bril je onze historie pleegt te beschouwen.

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net