Sunday, March 7, 2010

terugkomst

De kladderadatsj breekt aan over de huizen van het burgergerecht
De zevende hemel sluipt terug ergens over de bergen
Een foto van de Held van de Tijd vat vlam
Een eend in een bosmeer, alleen, op glinsterend water
Verdomme! Proclameert de terugkomst, struikelend

De tergende zekerheid komt op zichzelf terug
keer op keer opnieuw
en stelt zichzelf tergende vragen
knagend aan de graten die over zijn van zijn ziel

O zekerheid, ga slapen
ben je niet te moe
veel te moe om nog te bestaan
maar de zekerheid is doof
zijn gehoor is gesleten
hij bestaat omdat hij het niet in zich heeft
te sterven

Ja het bestaan, als je uit het raam kijkt
Dwaze arend
Ik hou van je zo dom als je bent
zo als je gezicht glinstert en glanst
in mijn nachtelijke nachtmerries
en mijn dagelijkse gedachten

Ik ben niet bij je, dat weet ik
maar jij bent altijd bij mij,
blauwe capedrager,
die uit het raam is gesprongen
en nooit meer vliegen zal

o de misten en de vage nevels
sprankelend met goud
flonkerend, glinsterend, al dat
al dat wat nu voorbij is
voor jou, en waarvan ik
nog droom elk moment

Op aarde groeit nu een boom
je weet wel, daar
die vervloekte, aangetaste plek
ik heb er rebellen neergezet
bevroren in hun tegenstand

te verdragen is het zeker
net als het leven
het passeer me, raakt me aan
stoort me in mijn slaap
en prikkelt me onaangenaam

In de verwrongen taveernes
in het holst van de stad
daar leef je voort als vermoeden
van een kronkelende waakzaamheid
die versaagt
zichzelf in de gaten te houden

De demonen aan je beide zijden
lachende hyenas
ze schuimbekken nog in deze bossen
waar al het wild is verjaagd.

De hemel barst open
bliksemstralen donderen neer
en dan sluit de hemel zich weer
en sta ik in de regen
zonder ooit nog iets te voelen
behalve druppels langs mijn gezicht.

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net