Kom toch, scharminkel, in het woud der eeuwen
waar ik op je wacht, tussen de schaduwen van het stekelgewas.
Kom ook als je niet wil, wordt hier gedreven door zweepjes
jouw lot, eenzaam dier
Ik lach je uit om je rafelige kleertjes
je voeten bloeden en ik geniet
je ogen verraden veel meer dan je weet.
In mijn armen nu, ik zoog je,
melk die je niet lust, maar je slurpt
zo mag ik het zien, nog maar net bovengronds
maar nu ken je de doder. Is hij niet lief?
Ik had ooit een ziel, ach, over mijn schouder
plons in het riool (heeft dat ook eens wat moois!)
nu ben ik de Aarde, geen grenzen
slangen krioelen rondom me, lief en leuk
groen en glanzend, soms geel zelfs!
Fonkelrode ogen, brandend, gemeen
lispelende tongetjes, hier is het fijn.
Zeg me je naampje, dan verscheur ik het
doe het je vergeten, wordt één van mij
leuk kleutertje, met je eendje aan je touwtje
het bos van verwondering, heel goed
dat je gekomen bent!
waar ik op je wacht, tussen de schaduwen van het stekelgewas.
Kom ook als je niet wil, wordt hier gedreven door zweepjes
jouw lot, eenzaam dier
Ik lach je uit om je rafelige kleertjes
je voeten bloeden en ik geniet
je ogen verraden veel meer dan je weet.
In mijn armen nu, ik zoog je,
melk die je niet lust, maar je slurpt
zo mag ik het zien, nog maar net bovengronds
maar nu ken je de doder. Is hij niet lief?
Ik had ooit een ziel, ach, over mijn schouder
plons in het riool (heeft dat ook eens wat moois!)
nu ben ik de Aarde, geen grenzen
slangen krioelen rondom me, lief en leuk
groen en glanzend, soms geel zelfs!
Fonkelrode ogen, brandend, gemeen
lispelende tongetjes, hier is het fijn.
Zeg me je naampje, dan verscheur ik het
doe het je vergeten, wordt één van mij
leuk kleutertje, met je eendje aan je touwtje
het bos van verwondering, heel goed
dat je gekomen bent!

No comments:
Post a Comment