De dwaasheden strekken zich uit over het landschap, arrogant rollen ze in de modder, en over de steden, verpletteren kerken en parlementsgebouwen, en gewone huizen van gewone burgers waarin gewone kinderen met gewone stukken speelgoed gewoon aan het spelen zijn. De nacht dondert. Het mag niet deren.
De gracht was afgesloten voor verkeer, maar ik zette vaart en scheurde voort, ik was er nog net niet bijna, maar dat zou komen. Mijn stuurwiel was los in mn handen en mechanismen die deden denken aan trollenhoofden zaten onder de motorkap verantwoordelijkheid te nemen. Maar voor wat? Mijn koers, mijn koers. Ik bedacht het me, toen vergat ik het en at van mn sandwich. Amsterdam raasde voorbij en ik keen niet eens goed naar de toeristische attracties.
Aangekomen bij de paleisdeur stapte ik uit en bonsde op het koper. Niemand deed open. Ik vroeg hen hoe het was geweest op de Aegeische zee en hij schudde zijn hoofd. "Don't even ask" zei hij en begeleidde me door de grote hal en palissade onder de balustrades naar het centrale vertrek, waar ik werd opgewacht door zeven konijnen. Deze gingen mij tot heerser uitroepen, maar ik wist dat toen nog niet. Ik wist nog niet wat, in werkelijkheid, de konijnen hier op aarde gekomen zijn te bewerkstelligen. Ik dacht meer dat het pluizige bolletjes waren zonder al ter veel planmatigheid in hun bolletjes.

No comments:
Post a Comment