Adelaar krast.
Mens houdt huis in het woud, slacht konijnen, maakt een ravage van het gewas.
De maan beschijnt een doorn in een struik, nat van dauw en oud, oud bloed
Tegen de wint in krijst een merel, die wil laten weten dat ze het er niet mee eens is.
Een man kruist het pad van een kind, en neemt het op zijn schouders. Samen lopen ze naar de poelier en kopen een kippetje. Een goed maal volgt. Dan: slaap aan het kampvuur. Het vuur gaat uit, de nacht treedt in, de dromen wervelen door het kindje. Het wordt wakker en roept om hulp. De man is weg.

No comments:
Post a Comment