Thursday, January 6, 2011

Tjezus

Pjotr de zeeotter liep door de gebouwenstraat en kwam aan bij een huizenhoog torentje. Hij vond het maar niks, en toch... en toch had het wat. Hij betrad het. Toen kwam hij op een trap, die wentelde, omhoog en omhoog, totdat hij steeg, en steeg, totdat hij de hemel in ascendeerde, en zo in contact kwam met het luchtruim, alwaar de hemelen zich afspeelden en openbaarden. Pjotr de zeeotter had dit zulks nog nooit niet nimmer meegemaakt en hij verwonderde zich er dan ook gans en zeer over, zichzelve in zo’n ontiegelijke situatie te vinden. Dat had je niet dagelijks, als je zo iemand was als Pjotr de zeeotter, die dagelijks namelijk doorgaans helemaal niks beleefde, en daar ook geen zin in had. Helemaal niet. Hij liep liever naar de sigarenboer op de hoek, kocht daar een pakje kouwgum of een andere snuisternij of lekkernij en smakte daar vrolijk van op het bankje nabij, in het plantsoen, of waar ook, daar deed Pjotr dan ook niet moeilijk over. Soms at hij een rookworst, een halve dan, bij de Hema op de hoek, en als het vroor liep hij wel eens over het ijs. Maar daar was het dan ook wel mee gezegd en gedaan, behalve als hij vuurwerk afstak, maar dan was het natuurlijk nieuwjaar en ja, dat is dan nou eenmaal zo daar kan je niets aan doen of je Pjotr heet of niet. Maar nu was er dus die hemel, waartoe hij geascendeerd was, en dat vond Pjotr helemaal niet leuk want nu ontmoette hij God, waar hij helemaal niet in geloofde en die hij voordien bovendien immens gehaat had. Nu kwam hij erachter dat de baardige baas best een goed hart had en met zijn scepter zwaaide over vele volkeren die Pjotr ook best aardig vond en dat leek hem allemaal allerbelachelijkst, want hij had er nooit in geloofd of iets van moeten hebben dus nu, he nu ja dan wat moet je dan, als je dan zo met je mond vol tanden staat te geloven aan iets waar je niet aan gelooft en te twijfelen ook, want dat deed Pjotr. Immense twijfel overkwam hem, als een waterval op zijn bolle hoofdje, dat het ratelde en rinkelde tot hij er tureluurs van werd. Wat kon hij nu nog denken? Was x kwadraat plus y kwadraat nog steeds z kwadraat, of hoe ging dat Griekse raadsel ook al weer? En Homerus, deed die er nog toe? De stier met de snuivende inborst, nu God hier voor hem stond, en hem vriendelijk schouderklopjes gaf en vertelde dat alles wel goed kwam? Neen, daar had Pjotr niet van terug. Zijn hele wereld stortte in, daar beneden, aan het andere eind van die ascenderende wenteltrap. En daar was hij dan dus ook mooi klaar mee, want nu kon hij dus ook niet meer naar benden. He verdorrie. Hij vroeg God om raad. Die stond er nou toch, en hij had wel gehoord, dat God een heel beste raadgever was. Dus ging het over en weer: - God, wat doe ik nu? Ik dacht dat je (u vind het toch niet erg als ik tutoyeer?) niet bestond, en nu besta je toch! – Ja Pjotr, dat is jouw fout geweest. Daar moet je nu dus mee dielen, weet je wel. – Maar wat wil dat zeggen? – Dat wil zeggen dat je gewoon moet doen wat je doet alleen niet meer zo stoer doen tegen mij want dat vind ik niet leuk. – En wat zou dat? – Nou, dat zou dit! En hierop gooide God zo’n enorme bliksemstraal in Pjotrs mik dat die er even helemaal dizzy van was. Maar Pjotr was voor geen klein eitje vervaard dus hij pleurde God zo de naar die verkieloverdwarsneergehaalde kuthemel ascenderende trap af en sprong hem achterna. Zo kwamen ze terecht in een gevecht in het hellevuur dat daar benenden ontstoken was door één of andere onverlaat, en God won natuurlijk eerst, ronde een en twee tot en met acht, maar Pjotr vond lang in zijn geslacht verborgen gehouden krachten en schopte Gods aars zo ongenadig hard de pan in dat God huilend naar boven vloog en zich in de hemel opsloot in de kelder aldaar, waar alle stoute kinderen in moeten als ze iets kwalijks hebben uitgehaald. God kreeg met de zweep van aartsengel Michael en die had er toch een genoegen in, dat kon je aan hem zien. Ja werkelijk, dat was een lollig gezicht man! Dope. Ondertussen was Pjotr van zijn overwinningsroes bekomen, bevroor met zijn ijzige humor het hellevuur en prikte nog even zijn voetzolen aan de scherpe vlampegeltjes op de grond maar dat deed er niet toe, want geest is geest die in geest snijdt of zo en Pjotr was heel geestig, vond hij zelf, dus hij zat er niet mee. En dus ja, dat was wel een beetje zo’n dagje van dat je zeg, morgen blijf ik gewoon even hangen bij de sigarenboer en ga ik weer naar huis om een kopje thee te brouwen en wat onzin te verkondigen tegen de televisie die staat te blèren en mij vertelt wat er allemaal nog meer van dit soort ongein uitgehaald wordt op deze donderwolk, die Planeet heet. Tsjezus. Ik bedoel Lenin. Ik heb geen zin in tegenzin, dus pjok man.

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net