(logos)
Door een kier in het gordijn
kijk ik naar buiten op het gele steen
verhuld in de groene bomen
badend in de ijzige lucht
Dit uitzicht, versteend, als een foto van een schilderij
aan de muur van mijn stilstaand leven
waar het wam is van binnen
omdat lelies dansen
(neuros)
Mijn geest priemt door wolken
als bliksem die paden zoekt en vindt
en raast en kraakt en geeuwt
nadat hij alles vermorzelt.
Stof daalt neer, trekt op,
waait weg en ontsluiert
de chaos met daar middenin
Een piekig fort, rijzend, trotserend.
Kobolden janken scherp
tongen zwepen de hoge lucht
de zon gaat onder als koning
Oranje klieft zich een as
Sommige mensen stappen in
voeren conversaties met tongen
laag, maar trots als gebouwen
die de woede van Wodan weerstaan.
Een baby huilt nu maar het steen
staart mij nog steeds aan
onverschillig, gemoedelijk
water kruipt door buizen
Ik denk aan de woede van Venus
de kartelige randen van liefde
glorierijke fonteinen
met zweet bevuild en gewassen
Ik denk aan oude muren
hoog maar niet te hoog en goud
koepels als zonnen, vereeuwigd
door heilige wandaden van de mens
Dan denk ik weer aan straten
met mensen met rokken en laarzen
en muurtjes en winkels en brillen
en een stem die mij in zich herkent.

No comments:
Post a Comment