Ondraaglijke capriolen
gescheiden van mijn zekere ziel
verteren mijn gewelven
mijn brokkelende oerboom
de grote genade van het geweten
de geest in de fles op zee
slechts gezien door een piraat
en volkomen genegeerd.
Een eiland spoelt aan in t gezichtsveld
en staan voetstappen in het zand
geweest zijn hier lieden, verboden
ze zongen hymnen aan dode weelde
ik sta hier nu verloren
voor iedereen die mij ooit verliet
aan t strand met blote voeten
in het eeuwig wederekered gezang
schepsel, vurige bal, rood
geboren uit een razende bloem
veelstuwend gesternte, jij ding
aan de grondslag van onmogelijk engelengezang
wij kunnen niet versagen, dit bindt ons
in weerwil van rukkende paardekrachten
vlijmscherpe kettingen en wreedheid
in het traag stuivende woestijnzand
Wij zijn niet hier, waarheen men wijst
noch daar, waarvan men heen trekt
gezamelijk, in stoere karavanen
in de goddelijke middagzon
over hellingen kan men ons vinden
in grotten verschenen er tekens
in poelen weerspiegeld een glimlach
de tijd rooft zijn kostje bijeen
Enter dit paarlmoeren vrachtschip
zing uw beden, laat uw lied klinken
over de wrede golven
het zal niet onopgemerkt blijven.

No comments:
Post a Comment