Wednesday, July 13, 2011

8:6

En de Heere zei tegen me: laat de stormen waaien en de bomen omvallen, en verheug je in het gekraak en gedreun, en ga op in de wind en verwelkom de bliksem en dans op het dreunen, en baadt je in de woeste stroom des levens. En hij deed de deur dicht van zijn kamer, en ik stond weer in het leven, in deze wereld, waar God niet aanwezig pleegt te zijn behalve in de aard van de dingen zelf. En ik draaide me om naar de wereld en zag de dingen die ik had gedaan en waarin ik had geleefd, en ik keerde me weer om naar God maar de deur tot hem was gesloten. En ik maakte aanstalten te kloppen maar voelde toen een donderbui afgaan in mijn hart, en ik vertrok van de deur van de Heere en daalde af in mijn daden, mijn wegen en mijn velden, en betrad het huis van mijn leven, dat in brand stond, en redde daaruit wat er te redden viel en dat was alles, wat van waarde was voor mij, en niets, wat ik had bewaard omdat het ooit wellicht iemand anders tot waarde zou kunnen zijn.

Nu was de wereld vol wind en storm en regen en weerlicht, en ik trok daarin onverschrokken op naar nieuwe einders en grote rivieren om te overkruisen, en ik zag kastelen tegen de barse lucht en begon mij een beeld te vormen van de wereld, dat zich nog niet eerder aan mij voorgedaan had. Een beeld van heroische drakentemmers en beeldschone wondermaaksters, braven mensen die geloven in het goede en dappere mensen die het goede scheppen. En over de slechte en armzalige mensen in de woestijnen en toendra's dacht ik niet na, want ik bevond me in aardse rijkdom, waar het leven gul is en men niet constant op Gods deur hoeft te kloppen voor rechtvaardiging. Ik besefte dat de wereld veel vreemder was dan ik me had voorgesteld, en dat ik er meer op mijn plaats was, dan wie ook.

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net