Bezeten grijsaard
Zijn bevelen schallen geluidsloos
Door de hallen van steen
Die zich mijn hart noemen
Er zijn ooit tekenen geweest
Aan de wanden, nu noest
En onherbergzaam
En ooit galmden veertig stemmen
Machtig en grof, liederen
de gulle woorden des daads
Nu wemelt het hier van slangen
Aan de stoffige voeten, bevroren
Door de kou die spreekt uit gedachten
In het duister-kluivende hoofd

No comments:
Post a Comment