De Hogepriesteres, de Toren, de Ster en de ridder van Staven. Zij wachtten nog op de ridder van Pentakels, De koning van Pentakels, de Kracht en de Wereld.
De Toren rommelde. De Ster was verborgen onder het tafellaken De Hogepriesteres zag dat best wel, maar hield het voor de ridder van Staven verzwegen. Achter het karmozijnrode gordijn waar ze voor zat voltrok zich een wellustige verzadiging tussen de Wereld en de Koning en Ridder van Pentakels. De Dwaas en de Kracht raasden en gierden door het luchtledige, maar de Toren had niet het lef om te barsten.
Tot de Hogepriesteres een tipje van het tafellaken oplichtte. Toen was plotseling de ban gebroken, en stormde de Ridder van Staven op het laken af, wat de priesteres als een volleerd Torreador opzij trok. Het vurige ros van de Ridder ramde in op de Ridder en Koning die zich met de Wereld aan het bevredigen waren, en de Dwaas moest hard lachen, waarbij de Kracht in een adelaar veranderde en het tafereel omcirkelde.
Het gevecht tussen de ridders en de koning was zo slopend, dat het donkerde, waarbij aan de koraaal tot azuur blauw verwordende hemel de ster plotseling glisterned in eenieders ogen opflakkerde.
'Waar zijn we eigenlijk mee bezig?' vroeg de ridder van pentakels aan de koning.
'We zijn die klootzak aan het verslaan. Maar waarom inderdaad?'
'Kan hij niet voor ons klootzakken?'
'He, rooie, doe es even aan onze kant komme!'
'en waarom, vieze lelijke proleet, zou ik dat over mijn stervensbed nog willen fabriceren?'
'Omdat je dan niet hoeft te sterven, megool!'
Hierop was de ridder wat stil. Haperend zat hij met de teugels in handen. Hij wierp een blik op de priesteres, en zag het felle licht in haar koolzwarte ogen. Het verblindde zijn hart. In een wanhoopsademocht gaf hij zijn ros zo hard de sporen dat het met een wilde sprong aan de andere kant van de kloof waar net nog de toren stond terecht kwam. Toen stortte alle grond ineen en was de wereld het toneel van woeste sprongen. De Dwaas wist zich plotseling gekend en omvatte de Kracht.
De Hogepriesteres deinste terug, en viel achterover op het koffietafeltje. 'Godverdomme!' riep ze maar lachte erbij. Haar nachtblauwe gewaad dar nu onder de koffie zat wierp ze af en toen bond ze het rode gordijn als om haar boezem. Met haar gestalte wist ze nu de aandacht van de Dwaas te vangen. Die kwam op haar af, en pakte haar blanke hand. Hij trok haar in een pirhouet en haar borst bracht een diep schateren voort, waar ze zich even voor dacht te schamen. Maar toen zag ze de blik van de dwaas, en wist ze dat schamen zinloos was.

No comments:
Post a Comment