Duivels was de berg en zijn hart trilde luid.
Tevergeefs stonden de bomen nog opgericht met hun stammen en ademden met hun kruinen het leven dat hen als licht geschonken werd uit de Hemel, die zich nu uitspande en de Aarde losliet. Spoedig zouden zij vallen en niemand zou er zijn om het te zien of horen. Maar de berg ziet en hoort en vergeet niet, en daarom sprak hij nu deze woorden, die als rillingen over de huid van de Aarde trokken.
Vergeefs heeft gij verstoten, de Uwen!
Vergeefs heeft gij gedacht, dat ik zou wijken!
Vergeeft heeft gij gepredikt uw grenzeloze beloften!
En toen zweeg de berg en had zijn boosheid wortel geschoten onder zijn vesten
en de wateren die hun onvatbare wegen door de gewelven banen beefden en zonken dieper in de Aarde en raakten het vuur, en sissende dampen vulden de gewelven nu, en spoedig was het stoom doorgedrongen totin de kortst en maakte het land vruchtbaar. Zo kwamen de ruimten onder de Heere leeg te staan.
Monday, June 13, 2011
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
Blog Archive
-
▼
2011
(127)
-
▼
June
(32)
- 3:12
- 4:14
- He stadje
- the holy handshake
- Nederland
- 1:4
- 1:3
- 2:8
- 3:1
- 1:2
- 1:7
- 2:2
- 2.1
- 1:14
- 1:13
- illogical algorythm
- recept van de dag
- stoffer en blik op stof
- Een geschiedenis van niets
- Arnold Van Akkeren
- Kever over de Regenboog
- naar A. Adler
- (Martin) Heidegger
- Traum B
- beek en huis
- breeduit goud stiers gegeeld
- onmogelijke openingszin
- len is
- strak trek de ochtend
- Tandenborstel des Tijds
- spekvet gistmolen
- conversations with rip van wilke
-
▼
June
(32)

No comments:
Post a Comment