De boosheid van de Heere wierp een schaduw over mijn schouder alsof er een raaf op zat. Ik bereikte de stroom die klaterde en waste me maar de schaduw week niet. Ik keek toen in de zon en zag duister. Zo keerde ik mij in mijn ziel en trok terug van de zaken, die de Heere mij beloofd had.
Voortdurend leefde ik onder bomen, in gezelschap van holdieren, en van kruipende beesten van de grond. Ik was niet gelukkig, maar voelde ook geen smart. tijd trok aan mij voorbij als mist, en de Heere sprak niet tot mij. Soms rende ik en verwondde mij, en dan vloekte ik, alsof ik de Heere nooit gekend had. In de nacht werd ik soms wakker met een stekende pijn in mijn hart. Soms sliep ik diep, dagen lang.
Toen ik tenslotte vrienden had gemaakt met enkele dieren begon ik te voelen, dat ik de Heere miste. Ik ging op zoek naar de grenzen van het woud, maar vond ze niet. Ik vroeg de dieren me te helpen, maar zij misleidden me. Ik was hen dierbaar. Tenslotte slachtte ik een van hen, en joeg de anderen op de vlucht. Zo was ik alleen in het bos, wakker, met open ogen. En zo zag ik, dat er soms licht door de bladeren viel.
Ik klom in een boom en speurde de vier windstreken af. Ik zag niets dan bladerdek. Toch vulde hoop mijn buik en ik daalde af naar de grond met vernieuwde wil. Stappen zette ik, duizenden, met krachtige tred, en toen kwam ik bij een ruine, die mij deed vermoeden, dat het woud spoedig zou ophouden. Een vreemde spanning kwam over mijn leden, en ik begon te trillen. Toen hoorde ik de stem van de Heere:
Mijn zoon: jij hebt gedwaald, moedwillig heb je je voor mij verscholen. De wereld heeft zich in tweeen gespleten. Er is een brug, ergens verborgen in mijn rijk. De zon schijnt er, maar ook is er regen, en hoewel er wind staat, is het er ook stil. Vind nu deze plek, en verbind net als deze brug de twee delen van mijn rijk. Zo zul je mij dienen, en niet meer dwaas zijn maar redelijk.
Wederom ging ik op weg, en ik voelde dat hete nevels in mijn hoofd hadden gestaan, die nu wegtrokken door mijn neusgaten. Ik brieste als een stier terwijl ik paden zocht, en toen ik ze gevonden had zag mijn hart de schaduw niet meer, want die was gevlogen.
Tuesday, June 14, 2011
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
Blog Archive
-
▼
2011
(127)
-
▼
June
(32)
- 3:12
- 4:14
- He stadje
- the holy handshake
- Nederland
- 1:4
- 1:3
- 2:8
- 3:1
- 1:2
- 1:7
- 2:2
- 2.1
- 1:14
- 1:13
- illogical algorythm
- recept van de dag
- stoffer en blik op stof
- Een geschiedenis van niets
- Arnold Van Akkeren
- Kever over de Regenboog
- naar A. Adler
- (Martin) Heidegger
- Traum B
- beek en huis
- breeduit goud stiers gegeeld
- onmogelijke openingszin
- len is
- strak trek de ochtend
- Tandenborstel des Tijds
- spekvet gistmolen
- conversations with rip van wilke
-
▼
June
(32)

No comments:
Post a Comment