Monday, June 20, 2011

2:8

En de Heere liet me toe in zijn schatkamer. Voor maar één seconde, maar ik zag twintigduizend eeuwigheden in de fonkeling van één parel, en dertigduizend in de glinstering van een gouden ring, die ik ontwaarde rond de vinger van wat een standbeeld leek te zijn, van een vrouw aan een poel, waaruit muziek opsteeg als bijen en zwermen libellen, betoverende, beheksende muziek. Deze poel was rood, de stof was geen bloed en geen wijn, maar iets erboven, iets dat fonkelde als het gesneden oppervlak van een robijn, maar zacht uitnodigde als fluweel. Ik had echter geen tijd om de poel te benaderen, of uit te vinden of de vrouw van steen was of dat zij leefde, of enige andere wetenschappelijke observatie te betrachten. Ik stond weer buiten, ook al zag ik niet om me heen, maar was ik in gedachten nog voor lange uren bij wat ik gezien had. Toen ik het koud begon te krijgen merkte ik dat het nacht was, en dat ik in de bergen stond, en huiverde bij het vallen van sneeuw op mijn hals. Ik zette krachtdadig de pas erin naar beneden, en arriveerde met gelukzalig bonzend hart en ruisend bloed in het veilig oord, waar ik mijn stee had staan. Voor ik ging slapen echter zat ik aan tafel met de mannen van het dorp en vertelde verhalen, die ze niet geloofden, en voelde me bevoorrecht, te weten dat hoe goed ik ook vertelde, ik nooit zou kunnen beschrijven wat ik gezien had.

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net