Thursday, July 17, 2008

De Ondeugende Duig

Harrie stond op in de vroege ochtend van de lange dag. Hij ramde op zijn wekker zodat het akelige gepiep ophield en ging met een kreun rechtop zitten op zijn stinkende matras, middenin in een scherp ruikende natte plek. 'Gadverdarrie!' riep hij uit en sprong op, waarbij zijn schedel de schemerlamp raakte. Deze tuimelde van de kast waar Harrie'sinmiddels overleden oudtante hem een halve eeuw geleden met veel zorg op had gesteld en viel in duigen. Een van de duigen verschool zich voor Harries stoffer en blik, met het oogmerk Harries blote voet een snijwond toe te brengen.
Waarom? Wat bezielde deze duig?
Daavoor zullen we terug moeten gaan naar het verleden, ver voor de geboorte van Harrie, Lubbers, en zelfs Julius Caesar. Jawel, deze ondeugende duig was oud, stokoud. Hij had het tijdperk van de bonkaarten meegemaakt, de dagen van de eerste stoomwals, op de vooravond van de renaissance had hij op Sergustavio Carvellazzettoni's vensterbank de geestelijke rellen gadegeslagen en hij had nog meer beleefd. Nog veel meer. Zoveel dat het niet op te sommen was, en dat was nu juist wat de duig zo frustreerde. Hij iwlde dat toch zo graag, zijn belevenissen opsommen,ze dan het liefst noteren, in een klein rood boekje, waar hij ook telefoonnummers en grappige ideeën in kon optekenen. Maar dat was dus allemala onmogelijk, en dat was wat de duig bewoog tot het overgaan tot harde acite - het verwonden van Harrie.
'Au!' riep Harrie uit, toen hij met het zachte vlees zijn het middenste stuk van ijn rechtervoet op een scherf ging staan. 'Jasses, dat moet mij weer gebeuren, snel, Jodium pakken uit het keukenkastje.'
Harrie snelhinkelde vlug de trap af en buitelde naar het keukenkastje, Hij opende met een geweldige ruk het deurtje en daarbij viel de kokendhete pan met nog hetere tomatensoep over zijn alreeds gekwetste voet.
'Au! Driefwerf au!' schalde Harrie's schelle stem door de scheve straten van Schellingwoude. Harries noodkreet werd gehoord door velen. Binnen enkele momenten was het hele dorp dan ook op de been, gemobiliseerd door het diepgewotelde solidariteitsgevoel dat zo kenmerkend is voor kleine gemeenschapjes in het midden van het niets. Maar Harrie was al de pijp uit. Helaselijk, want de schrijver kreeg weer eens moede polsen enn degene die de inspiratie voor Harrie deed opborrelen bij de desperate schrijver had zijn zetel verlate en was naar buiten gesneld, in een zoektocht naar leven inde brouwerij. Tsja, het gaat niet over rozen als het over tulpen gaat.
[1998, Kfar Giladi]

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net