Thursday, July 17, 2008

Karakter

Ik liep tegen de avond aan, het gras was nat onder mijn voet.
een kristallen druppel trok mijn aandacht. Eruit kwam een bij, Die vertapte ik. Ik keek naar de rode gloed voor me. Ik keek omlaag en zette het op een lopen, blindelings het onbekende van de aanlokkelijke nacht in.
Sterren duizelden, een spiraal van lichten omvatte mijn hoofd en ik zweefde heerlijk machteloos naar de tafel waar de kosmische handen me op zouden plaatsen.
Neergelegd onder messen, niet bang, nieuwsgierig.
De pijn is niet voelbaar.
Toch schreeuw ik, maar onhoorbaar.
Alles lijkt een formaliteit.
Ik sta op de grond, stevig geplant, kijk om me heen en zie kastelen, donderflitsen die inslaan in het niets.
Ik stap op de tere plantjes voor me met een wrede grijs op mijn gelaat.
Toch voel ik me niet wreed. Ik kijk naar een koe voor me, en beschouw het beest als een koningin van een domein, dat ik weliswaar niet ken, maar waar ik respect voor heb.
Ik negeer de koe verder zo goed als het gaat, en zet koers naar een der kastelen.
Aangekomen bij de poort geniet ik van het natte gekraak van de ophaalbrug als ik er voet op zet.
Dan wordt de brug opgehaad en ik tuimel tegen de poort aan, die open valt, en ik rol naar binnen, een warme stenen hal in. Ik zit op mijn knieën, drijfnat, en kijk naar en wordt aangekeken door etende volkslieden. Men gaat snel weer door met de maaltijd.
ik blijk de mensen te kennen, ik sla mannen op hun schuders, wissel kussen en lieve blikken uit met vrouwen. Er wordt mij een zetel aageboden. Weldra ben ik ook kip van het bot aan het kluiven. Het smaakt goed. Een glas dofrode wijn erbij. Ik raak in een roes en vertel mijn verhaal, dwars door de verhalen van de anderen. Samen vormen onze verhalen een groot verhaal, dat niemand verstaat. Almachtig rijst het tot in de nok van het kasteel en vandaaruit tot in de hemel, waar God het noteert in zijn opschrijfboekje, terwijl hij aan de lijn is met een van zijn engelen.
"Waar hem je hem gelokaliseerd?"
"Spoor hem op en breng hem bij me."
"Nee niet nu. Morgen."
"Ik lees hier net een interessant verhaal."
"Ja, over bossen en wouden."
"Nee, die heb je niet in de hemel. Die moest ik hier maar eens aanleggen."
"Zoek er maar iemand voor."
God hangt op met een grom, die niet geheel onvriendelijk is. Hij gaat verder met het lezen van ons verhaal.
Hij verdiept zich in de koning diens kroon die zo klein is voor zijn glorie, en diens prinses, die rozewitte jurken draagt en een zilveren en diamanten kroontje dat als een diadeem haar blonde haren bijeenhoudt. God zoekt naar haar karakter. Dat is niet zo één twee drie in het verhaal te vinden. Hij besluit er zelf een te bedenken.
De prinses is witheet, maar sublimeert haar woede. Ze is witheet omdat ze geen uitweg heeft voor haar glorie. Ze is niet godsdienstig, dus richt ze zich niet tot God, wat haar een gemoedsrust zou kunnen geven. In plaats daarvan besteed ze haar tijd met het bedenken van plannen om haar vaders strijders het hoofd onhelder te maken en daarmee te testen wie de betrouwbaarste is. Ze komt tot de conlcusie dat dit Walchibard is, een gezette krijger van middelbare leeftijd met een woeste bruine baard en haardos.
God vind dit nog geen bevredigend karakter. Hij laat het er voorlopig bij. Hij volgt het verhaal verder en leunt achterover. Hij steekt een pijp op en wordt voor een moment een met ons. Karakter is van secundair belang, mijmert hij.

1 comment:

akkerblakeraar said...

Waar is God? God is in een boom.
God is in de zoom van de donder. God is onder de duim van zichelf. God is sterk. Hij is Goud. Hij is gulzig gouzijnd gezelligheidsfabriekjespersoneel de kans aan het geven op een beter bestaan dan met bonkaarten, zoals dat nu gaat. Eminem kan niet eens luiers kopen van in bonkaarten man. Laat staan dat ik er de zin van het leven mee kan doorgronden. Doorgronden met bonkaarten. een cursus in twee halve delen.
In de wereld is een ei. Het ei zei. Het ei zei wat het ei zei en ei ei ei wat ei het ei eigenlijk?

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net