Thursday, July 17, 2008

Eufemysmus' vlucht voor het Konijn

Het stupide konijn ploetert in het afgrijselijk krappe kooitje dat ik net, noodgedwongen door de allesverterende stank die ervanuit ging schoongemaakt heb, om iets te bereiken. Zich er thuis te voelen? Nu z'n vloer niet meer bezaaid is met z'n eigen schijt schijnt het zichzelf er niet meer in te herkennen. Stom grijs kutbeest, kill yourself, hang yourself wit a barbed wire, put yourself out of your misery! Net probeerde het de ijzeren staven van zijn gevangenis door te knagen.
Voor me, op mijn matras, staat een whiskeyglas met appelsap, uit Bryan's krakkemikige stereosetje klinkt Anu DiFranco. Voor me aan de wand hangt een kleed vol egyptische ikonen en een staafje wierook doet verwoedde pogingen de amoniakstrontstank te overmeesteren. Als het daar al in slaagt zal het maar voor even zijn. Incence burns. Shit stays.
Eufemysmus zat in kleermakerszit op de vochtige stenen van zijn cel. Hij keek omhoog, de duisternis boven hem was te dicht, te machtig om met zijn blik te doordringen. Hij zuchtte en streek met zijn hand langs zijn kin. Hoe zou het komen dat hij geen baardgroei had? Misschien het karige voedsel, misschien het gebrek aan perspectief in zijn gedachten aangaande de realiteit, misschien was er ook wel een simpele biologische verklaring, misschien was er iets misgegaan bij zijn geboorte, ooit, in een andere wereld, in een andere tijd, in een werkelijkheid die hem nu onwerkelijker voorkwam dan de bizarste flarden van dromen die hem kwelden of streelden gedurende de koude nachten hier, in zijn wereld, hier in zijn kerker.
Diep in de lege blik, de glanzende ogen van zijn versteende metgezel zag Eufemysmus zijn eigen ogen ontvlammen. Een vlijmscherpe steek van schrik boorde dwars door zijn hart en nestelde in zijn ruggegraat. Zijn keel sloot zich om zichzelf als de afschuwelijke grep van een anaconda, zonder te twijfelen stierf hij met aan zijn lippen een wraakzuchtige grijns.
De ratten in de kieren van de muren keken elkaar aan, diep geschokt.

Ver, ver weg, zeven keer zeven keer zeven horizonnen verwijderd van alle ellende, proefde twee zoete lippen een vleugje eeuwigheid en wentelden zich in een genadeloos verleidelijke glimlach.
Legioenen vielen en vervielen tot gruis. De wind nam ze moeiteloos mee en strooide ze uit gedurende drie vruchtbare jaren.
Steden verreen en sterren vergingen, zonder dat een mensn in de steden daar ooit iets van te weten zou komen.
Wijze schepselen zwegen in berusting, dwazen spraken, joelden en gierden van het lachen en vielen in slaap, precies zoals ze de vorige avond hun staat van bewustzijn verlieten, terwijl de wijzen de maan in haar heldere oog keken en dachten aan wil, futiliteit en verschrompelde pracht die de noodzaak benadrukt en ontkent.

Laila zat op haar vaders leren bank en dacht aan gemaskerde mannen die haar kleren met hun degens aan flarden sneden, Ze bewoog haar bezwete dijen langs het strakgespannen leer en genoot van het geluid dat ze daarmee veroorzaakte. Ze hoopte, ze dacht en ze droomde, maar ze wist het nog niet, ze wist het niet, maar ze zou het spoedig te weten komen, want dat was haar lot.

"Een boek, een boek," dacht de schrijver in circels, "en waarom?" De vragen wilden niet gaan slapen, als hyperactieve kleuters die voor alle lomscholen waren afgewezen en rusthuizen in lichterlaaie zetten.

Langs de snelweg stonden zeven cactussen, verguld van bitter sap, dat in staat was verlangens op te wekken, verlangens naar gouden universa en bruine café's. Het konijn dronk verwoed en moest sterven het papier was zo snel van essentie veranderd dat het opging in vlammen.

[1998, Madison, Wisconsin]

No comments:

Teller

HTML hit counter - Quick-counter.net