In de wereld van het afscheid en de volle maan bestaat ook een ander ding: De onzichtbare waarheid, ofwel de heilige leugen.
De zichtbare waarheid wordt altijd gedefinieerd door een veelheid, waarover het de allesduidende zonlicht uitraalt. Hier is de waarachtigheid der dingen in de facetten die kleuren en texturen veroorzaken te ontdekken, en daarbij ligt een éénheid der dingen niet voor de hand. 's Nachts is dit eerder aan de orde, als alles omvat is in de sluier van het duister, en daarmee één wordt; dus de eenheid van het onzichtbare.
Het wordt hiermee bevattelijk voor een individu, die hiermee een eigen bewustzijn kan gaan vormen. Het individu treedt dus pas aan bij zonsondergang. Daarvóór is God nog te groot.
De wereld zelf heeft een eeuwige innerlijke wereld. Dieper nog dan de oceaan, waar het Godenrijk en de verbeelding leeft, zit de reptielenbrein van onze magmakluit. Daaronder is het in haar voortlevende vuur van de Zon, vanwaaruit de Aarde is ontstaan. Goud is in het lichaam van de Aarde verspreidt. Ik vraag me af in welk stadium van de Zon/Aarde-afscheiding goud tot zijn vorm is gekomen.
Wessok.

No comments:
Post a Comment